Hooguit een knipoog naar de actualiteit

Fotografie: Bert Nienhuis. T/m 5 april in Joods Historisch Museum, Amsterdam. Informatie: 020 5310310 of www.jhm.nl. Boek: Foto: Bert Nienhuis (Uitgeverij Atlas) €49,95***

Je zou het bijna vergeten in een tijd waarin de kwaliteit van fotografie vooral gemeten wordt aan het kunstzinnig gehalte, en de hijgerigheid waarmee verzamelaars achter exclusieve fotografenboekjes aanjagen. Maar fotografie kan ook nog altijd ‘gewoon’ een dienstbaar medium zijn, en een fotograaf iemand die illustraties maakt bij een verhaal voor krant, tijdschrift of beeldscherm. Foto’s dus die geen deel uitmaken van een project of conceptuele reeks, en die het meer moeten hebben van de herkenning die ze oproepen dan van de verwondering die ze teweegbrengen.

Dergelijke foto’s – ze verdwijnen na publicatie in het archief waar ze mokkend wachten op wat, wie weet, ooit komen gaat – lenen zich niet zo gemakkelijk voor een tentoonstelling. Althans: niet voor een tentoonstelling die meer beoogt te zijn dan de optelsom van losse beelden. Want daar schuilt natuurlijk een probleem voor de dienstbare fotograaf. Afgezien van de naam van hun maker hebben zijn foto’s inhoudelijk bijzonder weinig verband. Vandaag een protestbijeenkomst in een bedrijfskantine vol betrokken gezichten, morgen een landschap onderweg en overmorgen een schrijfster en, vooruit, in één moeite door, een politicus.

Wie na verloop van jaren in een dergelijk oeuvre enige samenhang wil aanbrengen, moet streng selecteren langs achteraf aangebrachte criteria – die naar de mening van de fotograaf steevast te beperkt zicht bieden op zijn werk.

De noodzaak van de keuze versus de onmogelijkheid ervan – het is een dilemma dat ook weer af te lezen is aan de overzichtsexpositie van Bert Nienhuis die momenteel te zien is in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Nienhuis (1944), autodidact in het vak, werkt sinds 1975 voor Vrij Nederland. Hij maakte reportagefoto’s bij menig legendarische onderzoeksjournalistieke ‘kleurenbijlage’ (bijvoorbeeld die over de Urker vissers, de dagelijkse file van 08.12 uur en het verval van een doorsnee Hollandse straat) en maakt tot op de dag van vandaag de portretten voor het weekblad.

Bijna tweehonderd foto’s bevat de presentatie – plus vitrines met boeken, weekbladen, persoonlijke parafernalia en beeldschermen, en dat allemaal met nog eens nóg meer foto’s. Vooral veel dus, en dat in een te kleine ruimte. Binnen de kortste keren zitten de foto’s elkaar hopeloos in de weg. Van chronologie is geen sprake, geen enkele ordening houdt stand.

Schrijvers, staat er boven het ene wandje. Politici, boven het andere. Portretten boven het derde – waarin dan ook natuurlijk weer schrijvers en politici opduiken. Een theatraal ingetogen Andy Warhol, een bedachtzame Joop den Uyl, een namaakzwoele Famke Janssen. Een welhaast schmierend portret van het accordeonduo De Kermisklanten. Hans Wiegel die op een ruggelings portret kijkt naar een foto van zijn jongere zelf. Zorgvuldig, mooi, degelijk.

Maar evenmin als het aantal, kunnen die kwaliteiten het gemis aan een dragend verhaal achter al die foto’s samen niet maskeren. Een tijdsbeeld? Een maatschappelijke of desnoods fotografische ontwikkeling? Wie ernaar zoekt moet puzzelen.

Ook de vroege zwart-witreportagebeelden kunnen daar niets aan verhelpen. Want juist daar is de selectie nu weer te mager om bijvoorbeeld iets als een tijdsbeeld gestalte te geven. Al is het plastic boterhamzakje in handen van de man die in 1983 gewoon op de Amsterdamse effectenbeurs zijn botterhammetje nuttigt, natuurlijk een aardig detail. Maar het wekt niet de indruk meer te zijn dan een knipoog naar de actualiteit.

Aan de andere kant: wie dergelijke bezwaren gezien de aard van Nienhuis’ werk als onvermijdelijk beschouwt, moet constateren dat hij een vakkundig fotograaf is. Ouderwets zou je bijna zeggen – en daar is dus niks mis mee. En voor het overige: het museum heeft kosten noch moeite gespaard want keurig verzorgd is het allemaal zeker.