Hij weigert zich te wassen, dus hij is niet meer lichtrood

Wie charmant is, kan met een hoop wegkomen. Dat geldt voor Ron Brandsteder, dat geldt voor Paul de Leeuw, dat geldt voor Georgina Verbaan en dat scheen ook in hoge mate te gelden voor Hitler, al kan ik me daar altijd weinig bij voorstellen. Het geldt ook voor Bremton uit de Bremstraat, de mannetjespoes die ik een tijdje geleden adopteerde uit het asiel.

Bremton was eerst zo klein dat hij nog niet echt een karakter had – of misschien was ik toen al verblind, doordat hij er zo lief uitzag. Hij was heel lichtrood en had ogen als kooltjes. Daarbij had hij de prettige eigenschap om op elke schoot die er voorbijkwam, te gaan liggen spinnen.

Nu doet hij dat nog steeds, maar er zijn een paar nieuwe elementen bij gekomen. Hij blijkt bijvoorbeeld alles te eten en is constant op jacht naar eten. Hij kan cakeverpakkingen openmaken, hij haalt brood uit de broodrooster, hij pakt hele boodschappentassen efficiënt en snel uit. Terwijl er in zijn bakje altijd brokjes liggen. Hij is ook een heel dorstig type. De halve dag brengt hij in de gootsteen door, in de hoop dat ik de kraan even aanzet, waaraan hij dan onmiddellijk begint te lurken.

Ook qua uiterlijk is er het een en ander veranderd. Hij is nu eenmaal een kater, dus binnen een paar weken was zijn lieve hoofdje veranderd in een grote, dikke kop zonder nek. Hij weigert zich te wassen, dus hij is niet meer lichtrood, maar eerder grijs, op sommige plekken neigend naar antraciet. Hij heeft enorme ballen gekregen, waarmee hij telkens dreigt zijn zus Bremma aan te randen. Iets waar Bremma nog niets van moet weten, maar het is een kwestie van weken voordat zij ineens vreemd mrauwend en zo geil als boter Bremtons avances over zich heen zal laten komen.

Bremton wordt ook steeds slimmer. Gisteren had hij een kaaskorst in zijn mond, zijn favoriete pauzehapje, en rende daarmee door het huis terwijl ik achter hem aanrende. Uiteindelijk rende hij naar zijn etensbak, waarin de brokken Whiskas zoals altijd onaangeroerd lagen, en legde de kaaskorst in het bakje. Toen ging hij er onschuldig naast staan, ervan overtuigd dat ik nu zou denken dat de kaaskorst bij zijn normale voeding hoorde.

Toen moest ik lachen. En ik zag in Bremtons kooltjesogen een blik die zei: ik heb haar. Ik heb haar helemaal in mijn macht.

Lees de columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf