Het zwarte schaap van Europa

Frankrijk wordt in Europa beschuldigd van protectionisme. Onzin, zegt Parijs. Maar ook in eigen land neemt de kritiek toe.

In 36 uur reisden ze van Parijs naar Londen en door naar Berlijn. Maakten een zijsprongetje Praag en vlogen meteen verder naar Rome. Het aantal kilometers dat Patrick Devedjian, de Franse minister van Relance (Economische Stimulering), en Bruno Le Maire, staatssecretaris van Europese Zaken, deze maandag en dinsdag aflegden, mocht voor zichzelf spreken: Frankrijk heeft wat uit te leggen. In Europa, maar ook aan de kiezers thuis.

In enkele weken tijd is president Sarkozy uitgegroeid tot het zwarte schaap in de Europese crisisbestrijding. Hij wordt beschuldigd van protectionisme, het boe-woord binnen de Europese Unie. Men verwijt hem solisme. „Probeer niet als cavalier seule op treden, dat zou tragisch voor Europa zijn”, zei Commissievoorzitter Barroso, vertrouwd met Franse uitdrukkingen.

Economen bekritiseren Sarkozy’s beleid om investeringen in de infrastructuur in plaats van de consumptie aan te moedigen. Zijn populariteit daalt. De Fransen verwijten hem dat hij „veel praat, maar weinig doet”.

Is Sarkozy de weg kwijt? De regering probeert op alle fronten tegelijk antwoord te geven. Via zijn medewerkers heeft hij „verrassende maatregelen” beloofd, die hij vanavond op tv zal toelichten. In het rijtje staan gedeeltelijke kwijtschelding van de inkomstenbelasting voor de middeninkomens en geldcheques voor de laagste inkomens.

Wat was de Franse boodschap in Europa deze week? Ten eerste, dat Frankrijk wel degelijk voorstander van een Europese, gecoördineerde aanpak is. De ministers waren juist op pad om te laten zien dat Frankrijk binnen de Europese Unie „het initiatief neemt om met elkaar te praten, elkaar te begrijpen en onderling te coördineren”, zei minister Devedjian. Hij is enkele weken geleden door president Sarkozy in de regering is benoemd om 26 miljard euro aan economische stimulering te besteden. Premier Fillon heeft begin deze maand op voordracht van Devedjian duizend projecten aangewezen waar de Fransen overheid in zal investeren. Ze lopen uiteen van nieuwe spoorlijnen voor hogesnelheidstreinen tot de modernisering van universiteitsgebouwen.

Hoe rijmt dat met Europese coördinatie? Adviseurs van president Sarkozy vinden dat die er niet op neer moet komen dat alle landen hetzelfde beleid volgen, zei een van hen. Volgens de liberale econoom Nicolas Baverez, een regelmatige gast op het presidentiële paleis, dienen landen met handelsoverschotten de consumptie te stimuleren, en landen met tekorten, zoals Frankrijk, vooral te investeren.

Maar Frankrijk vindt vooral dat de Europese Commissie en al helemaal dienstdoend EU-voorzitter Tsjechië niet genoeg werk maakt van die coördinatie. „Anderhalve maand voorzitterschap van Praag en we hebben nog niet één top gehad”, riep deze week europarlementariër Lamassoure, een vertrouweling van Sarkozy. Europees commissaris Verheugen kreeg vorige maand op zijn kop van premier Fillon toen die Parijs aandeed voor een grote bijeenkomst over de Franse auto-industrie. „We kunnen niet drie maanden wachten voordat we overeenstemming hebben over een gemeenschappelijke aanpak. Dan doen we het wel op eigen gelegenheid”, dreigde Fillon.

Zo gezegd, zo gedaan. Vorige week gaf Sarkozy in totaal voor 7,8 miljard euro steun aan de Franse auto-industrie. Het grootste gedeelte, 6 miljard euro, gaat als lening naar de twee Franse autofabrikanten PSA (Peugeot en Citroën) en naar Renault. Deze lening is in ruil voor de belofte dat de Franse fabrikanten vijf jaar lang geen fabrieken zullen sluiten in Frankrijk, en „alles doen” om gedwongen ontslagen te voorkomen. Het was de aanleiding tot de verwijten van protectionisme aan Parijs. Sarkozy had op tv gepleit voor het terughalen van de vestigingen uit Oost-Europa naar Frankrijk. PSA en Renault importeren nu een aanzienlijk deel van hun eigen auto’s voor de Franse markt. Een dag nadat zij Sarkozy beloofden Frankrijk te zullen ontzien, kondigde zowel Renault als PSA nieuwe saneringen aan. Die moeten dus vooral elders in Europa worden bereikt.

Is het Franse steunplan protectionisme? Nee, was de boodschap van staatssecretaris Bruno Le Maire deze week in de Europese hoofdsteden. „Protectionisme gaat over het opwerpen van handelsbelemmeringen, en dat doet Frankrijk niet. Het verwijt is onterecht”. Minister van Financiën Christine Lagarde gebruikte dezelfde redenering op een bijeenkomst met haar collega’s van de G7 afgelopen weekeinde in Rome.

Maar overtuigt dat? In Berlijn werd het Franse tweetal op diplomatieke wijze verteld dat elk land „over de grenzen van de binnenlandse markt heen moet kijken”, zoals de nieuwe Duitse minister van Economische Zaken, Karl-Theodor zu Guttenberg, het zei. Maar in Parijs benutte Europees commissaris Neelie Kroes (Mededinging) gisteren een geplande toespraak bij de OESO om naar Sarkozy flink uit te halen. Zij verwijt de Franse president „multinationals om te kopen en banen te stelen van een ander land”, volgens persbureaus. Kroes heeft Frankrijk opheldering gevraagd over de autosteun.

Ook in Frankrijk zelf is er veel kritiek. De centrum-linkse econoom Elie Cohen, een gezaghebbend pleitbezorger van een actieve industriepolitiek, maakte korte metten met Sarkozy’s autosteun. „Zuiver protectionisme” zei hij over de tegenprestaties die de Franse regering van de autofabrikanten eist. Maar het „ergste” is volgens hem dat deze eis niet voldoet aan een industriële logica. Fabrikanten, ook niet-Franse, moeten volgens hem worden verleid om in Frankrijk te produceren tegen gunstige voorwaarden. Nu worden ze gedwongen dat te doen, terwijl ze ermee aan concurrerend vermogen inboeten. „Het ergste van twee werelden”, zei de econoom.

Dat er op industrieel gebied iets moet gebeuren, staat vast. Het forse tekort op de handelsbalans (vorig jaar steeg het naar 55 miljard euro) ontstaat voor drie kwart binnen Europa. Frankrijk heeft binnen de EU de afgelopen jaren aan concurrentievermogen verloren, zelfs aanzienlijk, vergeleken met de grootste Europese economische macht, Duitsland. Die ontwikkeling zal naar verwachting alleen maar verder doorzetten, met een nog hogere werkloosheid tot gevolg als Frankrijk zijn industriële activiteiten niet aan de dynamiek van de wereldeconomie weet aan te passen. Voor protectionisme is niemand. Maar van het steunen van industriële sectoren „met toekomst”, zoals Elie Cohen het zegt, is vrijwel iedereen voorstander.

Sarkozy stelt in zijn crisisbestrijding de versterking van Franse bedrijven en de competitie tussen nationale economieën onverbloemd voorop. „De crisis zal winnaars en verliezers opleveren”, zei hij vorige week. „Frankrijk moet bij de winnaars horen.” Stimulering van de binnenlandse consumptie, bijvoorbeeld door een algemene verlaging van de btw, is volgens Sarkozy iets voor een land „zonder industrie” zoals Groot-Brittannië, zei hij.

Die opmerking bleek een misrekening. Al snel kwam uit dat de industrie in het Verenigd Koninkrijk nog altijd meer bijdraagt aan het bruto binnenlands product dan in Frankrijk: 17,5 tegen 14,4 procent. Beide landen zijn al lang vooral diensteneconomieën. Ook binnenlands viel zijn vergelijking verkeerd. De druk groeit op Sarkozy om met overheidsgeld de terugvallende consumptie weer op gang te brengen. Voor de president staat het behoud van werkgelegenheid voorop. Maar de Franse vakbonden eisen een algemene loonsverhoging, om de koopkracht te ondersteunen. Steeds meer economen pleiten voor stimulering van de consumptie. Zij noemen dat nuttiger dan infrastructurele investeringen, waarvan het effect vaak pas na jaren merkbaar is. Een lagere btw heeft niet alleen onmiddellijk effect, zegt bijvoorbeeld de linkse econoom in opkomst, Thomas Piketty, maar komt ten goede aan zowel consumenten als bedrijven.

Aan het Elysée zijn zulke redeneringen niet besteed. Sarkozy’s speciale adviseur en huisideoloog Henri Guaino legde het gisteren in het dagblad Le Monde nog eens uit. Investeringen leveren extra schulden op, maar blijven van waarde als het economisch weer beter gaat. Koopkracht stimuleren levert „alleen maar schulden” op. En zonder „redelijke regels van bescherming en interventie” dreigen volgens Guiano „het meest redeloze protectionisme, populisme en xenofobie.”

Andere adviseurs, zoals Baverez, blijven pleiten voor hervormingen van de verzorgingstaat en beheersing van de publieke uitgaven. Het begrotingstekort loopt ook in Frankrijk nu snel op: volgens het ministerie van Financiën volgend jaar tot 4,5 procent van het bbp, volgens de Europese Commissie tot 5,4 procent van het Franse bbp. Maar ondertussen wint de gedachte veld dat een nieuwe ingreep onvermijdelijk is. Het jongste stimuleringsplan van 26 miljard euro levert volgens Parijs zelf niet meer dan 0,8 procentpunt extra economische groei op, terwijl het bbp in 2009 volgens de jongste Europese voorspellingen met 1,8 procent krimpt.

President Sarkozy toont zich bezorgd over de mogelijkheid van grote sociale onrust in Frankrijk. Hij is de weg niet kwijt, maar zoekt, zoals een van zijn adviseurs zegt, „naar nieuwe wegen”.