Hang hier je eigen kunstverzameling

Kunst kopen is niet eng en je hoeft er ook niet rijk voor te zijn.

De cursus My first Art Collection helpt je op weg bij het verzamelen van werken.

Nederlanders kopen weinig kunst. Veel mensen vinden het eng om een galerie binnen te stappen: zo’n grote witte ruimte met een galeriehouder die ze niet durven aan te spreken omdat ze eigenlijk te weinig van kunst af weten. Ze voelen zich leken in een mysterieuze en hautaine wereld. Dat is jammer. Om je op weg te helpen met je eigen kunstverzameling, is de cursus My first Art Collection opgezet.

„Ik zou de drempel die er bestaat graag willen wegnemen”, zegt Ricardo Burgzorg, initiatiefnemer van de cursus. De cursus richt zich op mensen van alle leeftijden en alle culturele achtergronden. „Veel mensen zijn geïnteresseerd in kunst, ze willen het ook best kopen, maar ze weten niet hoe of waar. De kunstwereld wil mensen met interesse graag helpen, ontvangen en adviseren.”

Bovendien ziet hij een maatschappelijke verantwoordelijkheid: „We zijn allemaal verantwoordelijk voor ons cultureel erfgoed en voor een bloeiend kunstklimaat.” Terwijl de overheid kunstsubsidies op verschillende plaatsen kort, kunnen we er met zijn allen voor zorgen dat kunst blijft bestaan. Dat is ook de reden dat vooraanstaanden uit de kunstwereld zoals Gijs van Tuyl (directeur Stedelijk Museum Amsterdam), Sjarel Ex (directeur Boymans van Beuningen Rotterdam), curatoren, galeriehouders en verzamelaars mee wilden werken aan deze nieuwe cursus.

„Je hoeft echt geen miljonair te zijn om kunstverzamelaar te worden.” Op de introductieavond in de Nieuwe Kerk in Amsterdam spreekt kunstadviseur en curator Renée Steenbergen, gepromoveerd op het onderwerp ‘kunst verzamelen’. Voor haar promotieonderzoek heeft ze vijfhonderd verzamelaars in Nederland opgespoord en met tachtig van hen intensieve gesprekken gevoerd. „De meeste grote kunstverzamelaars zijn op jonge leeftijd begonnen, al voor hun twintigste. Die hadden misschien net hun eerste bijbaan, én liefde voor kunst. Daar gaat het eigenlijk om. Je hoeft niet te schrikken van prijzen, echt niet alle kunst is duur. Zo’n verzameling groeit organisch mee met je salaris.” Een ander goed ‘instapmoment’ is rond je 35ste, als je carrière goed op gang is en je meer financiële ruimte krijgt voor nieuwe hobby’s. Maar ook als je niet rijk wordt, kun je blijven verzamelen. Twee geïnterviewden uit Steenbergens onderzoek leven zelfs van een WAO-uitkering. „Als je maar inventief bent.”

Prijzen van kunst variëren van een paar honderd euro tot miljoenen. Een manier om aan relatief goedkope kunst te komen, is het direct van (jonge) kunstenaars te kopen, op atelierbezoek of academies. Maar het verzamelgebied is nog veel groter: kunstmarktjes, kunstbeurzen, veilingen, internet, de buurman die zelf schildert. Steenbergen kwam iemand tegen die een schilderij kocht dat in een woningboulevard ter decoratie boven een bank hing.

In haar onderzoek spreekt ze van ‘de economie van het verzamelen’. Slechts 10 procent van de kunstverzamelaars in Nederland is echt rijk, de rest leeft van een inkomen dat ongeveer twee keer modaal is. Verzamelen gaat om keuzes maken: als een werk je aanspreekt, kun je er voor sparen.

Verzamelen kan ook een lucratieve investering zijn. Het Kröller-Müller museum heeft wel eens driehonderd werken van twee grote privéverzamelaars opgekocht, Martin en Geertjan Visser. Steenbergen: „En je moet natuurlijk een beetje voor de markt uit kopen, een Warhol of een Rothko van meer dan 70 miljoen dollar kan niemand meer betalen.” Koop werk dat je wel kan betalen en waar je hart sneller van gaat kloppen. Er bestaan namelijk geen wetten voor, je kunt geen fouten maken in je eigen collectie.

De prijzen in de moderne kunstsector hebben wel harde klappen gekregen door de crisis. „Als je wilt investeren, is het nu wel een goed moment om in te stappen”, beaamt Steenbergen. „Maar het financiële aspect vind ik eigenlijk het minst interessante onderdeel van het verzamelen.”