Bolivia wil 'Saoedi-Arabië van het lithium' worden

Bolivia wil zijn voorraad lithium exploiteren. Om de winning van dit gewilde metaal te versnellen zoekt de links-nationalistische regering buitenlandse hulp.

Een oneindige zoutvlakte, sporadisch onderbroken door rotsige eilandjes met metershoge cactussen of smaragdgroene meertjes vol roze flamingo’s. De Salar de Uyuni is niet alleen een van de meest desolate, maar ook een van de mooiste plekken op aarde. De 12.000 vierkante kilometer uitgestrekte zoutpan in een uithoek van de Boliviaanse hoogvlakte ontstond toen langgeleden een binnenzee droogviel. Sindsdien bevindt zich onder de korstige bodem een schat die wereldwijd snel gewilder wordt: lithium.

Lang deed dit metaal vooral dienst als werkzame stof in kalmerende middelen. De laatste jaren is het ook populair bij makers van lichtgewicht batterijen voor laptops en mobiele telefoons. De grootste potentiële vraag komt nu van autofabrikanten. Zij verwerken het in de accu’s van een nieuwe generatie elektrisch of ‘hybride’ aangedreven wagens.

Tot nu toe profiteerde vooral Chili van deze vraag. Het land is veruit de belangrijkste producent van het metaal ter wereld en wordt ook wel het ‘Saoedi-Arabië van het lithium’ genoemd. Maar die bijnaam wordt nu steeds vaker gegeven aan het armere buurland Bolivia, dat over een veel grotere voorraad beschikt en sterk voornemens is deze te exploiteren.

Op dit moment is de Boliviaanse productie nog zeer beperkt. Lithium wordt er veelal handmatig gewonnen en nog op lama’s naar de bewoonde wereld vervoerd. Om dit proces snel te industrialiseren, is buitenlandse hulp nodig.

Toen de Boliviaanse president Evo Morales gisteren een bezoek aan Parijs bracht, was lithium dan ook een van zijn belangrijkste gespreksonderwerpen. Hij sprak onder meer met de Franse industriegigant Bolloré, die volgend jaar een elektrische auto introduceert.

Na afloop werden geen concrete afspraken bekendgemaakt. Wat Morales wel zei, is dat zijn land niet alleen lithium wil leveren, maar ook betrokken wil zijn bij de productie van de auto’s zelf.

Het is een eis die past in de links-nationalistische koers van de president. Bolivia is al eeuwen producent van goud, zilver, tin – en meer recent ook van olie en gas – zonder dat de bevolking hier zelf veel beter van werd. Morales werd eind 2005 gekozen met de belofte daar verandering in te brengen. Zijn verkiezingsslogan: „We hebben partners nodig, geen bazen.”

Dat motto lijkt nu ook doorslaggevend bij het opzetten van de lithiumindustrie. The New York Times interviewde Saúl Villegas die binnen het staatsagentschap voor mijnbouw gaat over lithium. „Het vorige model van exploitatie van natuurlijke hulpbronnen zal nooit herhaald worden in Bolivia”, zei hij. „Misschien is er een kans dat we buitenlanders als minderheidspartners accepteren, maar nog beter als onze klanten.”

Het is de vraag of Bolivia zich zulke eisen kan veroorloven. Er zou haast geboden zijn: fabrikanten knopen anders banden aan met andere leveranciers, of ze zouden op zoek gaan naar alternatieve grondstoffen voor hun accu’s.

Voor de Boliviaanse olie- en gasindustrie geldt dat bedrijven uit Brazilië, Europa en de VS huiveriger zijn geworden te investeren. Dit nadat de regering in 2006 eenzijdig contracten had opengebroken om een groter deel van hun winsten op te eisen. En een vorige maand door Morales doorgevoerde nieuwe grondwet kent inheemse groepen de controle toe over de bodemschatten in hun gebied.

Maar terwijl de olieprijzen kelderen, valt de vraag naar lithium vooralsnog niet stil. ‘Groene’ auto’s worden – ondanks de huidige mondiale crisis – nog steeds als de toekomst gezien. Bolivia beschikt volgens het Franse onderzoekbureau Meridian over ruim eenderde van de wereldvoorraad lithium. Amerikaanse bodemonderzoekers gaan zelfs uit van de helft.

Het plaatst Bolivia in een sterke onderhandelingspositie. Voordat Morales gisteren in Parijs kwam was hij ook al in gesprek met automaker Mitsubishi en chemiegigant Sumitomo, beide uit Japan. Hij meldde na afloop van zijn gesprek met Bolloré positief „verrast” te zijn door de reactie op zijn voorstel. Bovendien had de Franse president Sarkozy hem beloofd in september Bolivia te bezoeken.