Voor het laatst de liefde aan de lijn

La voix humaine is de monoloog van een wanhopige vrouw die aan de telefoon afscheid neemt van haar man.

Het gesprek vordert met horten en stoten, en haar waardigheid vergruist.

Wie een eenakter voor één vrouw zoekt, komt al vlug uit bij La voix humaine (‘De menselijke stem’) van Jean Cocteau, zegt regisseur Ivo van Hove. Dus toen Toneelgroep Amsterdam het verzoek uit Antwerpen bereikte om bij te dragen aan het project Le salon des exilés, en besloten was dat het een solovoorstelling van de actrice Halina Reijn werd, lag La voix humaine voor de hand.

Het vertaalde stuk ligt op het bureau van Van Hove. Waar Cocteau (1889-1963) wisselende aantallen stipjes heeft gezet – ten teken dat de vrouw uit het stuk luistert naar de man aan de andere kant van de lijn – staan potloodkrabbeltjes. Het zijn de replieken van de man, die Van Hove tijdens de repetities uitspreekt om de actrice ertoe te brengen, behalve te spreken ook echt te luisteren naar een man die tijdens een telefoongesprek de verhouding met de vrouw definitief beëindigt. Tijdens de opvoering zullen die teksten niet meer hoorbaar zijn. Dan is alleen nog te zien en te horen hoe een vrouw met het einde van de liefde niet kan leven. Na haar laatste woorden valt haar de hoorn van de telefoon uit handen. „Het stuk gaat over zelfmoord”, zegt Van Hove.

Cocteau’s eenakter stamt uit 1927. Reijn had tijdens de eerste repetities de neiging de tekst als een monologue intérieur te spelen, vertelt Van Hove. De tekst in potloodkrabbels moet dat verhelpen. Ofschoon er één onhoorbaar en onzichtbaar is, is La voix humaine een stuk voor twee personages. Of drie zelfs, wanneer je het medium telefoon ook als een dramatis persona rekent. En daar is iets voor te zeggen omdat de telefoon de inhoud van het gesprek in sterke mate bepaalt.

Korte samenvatting: een vrouw voert een laatste telefoongesprek met haar minnaar. Hij breekt en wil een ander. De vrouw houdt zich eerst groot: ze draagt haar lot flink. Langzamerhand wordt de asymmetrie van de situatie onverdraaglijk: voor de vrouw is het gesprek een middel de liefde die ze voelt weer te beleven, hem gaat het erom te zorgen dat hij zijn liefdesbrieven terugkrijgt, opdat hij die kan verbranden. Ook hoopt hij te horen dat de vrouw het niet al te slecht maakt. Maar dat valt tegen.

Het gesprek wordt een aantal malen onderbroken: we bevinden ons in een tijd waarin telefonistes de abonnee doorverbinden en soms het gesprek afbreken.

Naarmate de conversatie met horten en stoten vordert, vergruist de waardigheid van de vrouw. Ze biecht een zelfmoordpoging met slaappillen op. De telefoonlijn is haar laatste verbinding met de liefde en de wereld. De vrouw lijdt, zonder uitweg. Ze blijft ‘ik hou van je’ zeggen totdat de man de verbinding verbreekt. Doek.

Mijn eigen fascinatie met La voix humaine is van narcistische aard. Ik heb zelf ooit zo’n gesprek gevoerd, 26 jaar geleden. Mijn rol was die van de man. Ik leefde al een jaar in Moskou, zonder mijn vrouw die tegen haar zin in Nederland was gebleven. Op een dag belde haar zuster mij op: ik moest mijn vrouw de kans geven een nieuw bestaan op te bouwen en haar de volgende dag per telefoon laten weten dat ik wilde scheiden en alle contact verbreken. Ik stemde toe. De volgende dag om drie uur zou het gebeuren.

Cocteau schreef La voix humaine in 1930 voor Berthe Bovy, sociétaire van de Comédie Française, het belangrijkste Franse staatstheater. Hoe zou die voorstelling zijn geweest? Melodramatisch? Of is dat een onderschatting van de Franse toneelkunst van toen? We kunnen het niet weten. Toneel vervliegt na de laatste opvoering. Een bekendere vertolking is uit 1948, van de actrice Anna Magnani. Roberto Rossellini regisseerde haar in de film La voce humana. Magnani’s versie is meer tragisch dan zielig, en de setting – angstige vrouw alleen op onopgemaakt bed – benauwend.

Zou het toeval zijn, dat in deze gevallen de vrouw is gespeeld door wat oudere actrices, waardoor onwillekeurig de subtekst ontstaat dat met het eind van deze liefde de vrouw blijvend erotisch wordt uitgerangeerd? Bovy was 43 ten tijde van de première, Magnani 40 bij de filmopname. Toch is er niets in Cocteau’s tekst dat verhindert dat een jonge actrice de vrouw speelt. Halina Reijn is 33.

In 1983 was de automatische telefooncentrale wel uitgevonden, maar door de Sovjet-autoriteiten voor verbindingen met het buitenland buiten werking gesteld, om gesprekken effectiever te kunnen controleren en afluisteren. Een gesprek met Nederland moest je aanvragen. Dat deed ik, op het afgesproken tijdstip. Je wist nooit wanneer de verbinding tot stand zou komen – het kon een paar minuten duren, of een uur of twee, of helemaal nooit. Ik zette een plaat op, Live in Köln van de pianist Keith Jarret, en wachtte. Het viel mee: al na een kwartier ging de telefoon over. Ergens in de archieven van de KGB moet van wat volgde nog een verslag zijn.

Op het filmfestival in Rotterdam ging Last Conversation van Noud Heerkens in première, met in de hoofdrol Johanna ter Steege (48). Ik bezocht de persvoorstelling, in de veronderstelling dat het gegeven dat in de catalogus staat – vrouw voert laatste, mobiel telefoongesprek met minnaar vanuit rijdende auto – verwant is met La voix humaine. Tot mijn verbazing gaat het om het stuk zélf. Alleen is in deze film nogal nadrukkelijk gepoogd Cocteau’s stuk te moderniseren. Bij Cocteau doet de vrouw geen poging om zich te verweren tegen het ongeluk dat haar wordt aangedaan. Een Nederlandse scenarioschrijver anno 2009 gaat dat kennelijk te ver: de vrouw in Last Conversation bijt sarcastisch van zich af, en bakt haar minnaar wraakzuchtig een poets. Een benauwende tragedie wordt een banale relatiecrisis, die zó in de Viva kan.

Dan is Pedro Almodóvars film Mujeres al bordo de un ataque de nervios uit 1988 mij liever. Ook deze film is gebaseerd op La voix humaine. Cocteau’s opzet is vooral aanwezig in het begin van de film, met een vrouw die wanhopig verlangt naar een levensteken van de man van wie ze, onbeantwoord, houdt. Maar daarna ontvouwt zich bij Almódovar een klucht, vol misverstanden en cynische terzijdes. Paradoxaal blijft Almodóvar dichter bij de bedoeling van Cocteau dan Heerkens: laten zien hoe onaanvaardbaar en onwaardig de eenzijdige beëindiging van de liefde is.

De onhoorbare rol van de man in La voix humaine is oninteressant, weet ik sinds dat telefoongesprek uit Moskou. De vrouw aan de andere kant van de lijn vecht voor haar leven, smeekt mij met een beroep op onze liefde niet dát te doen wat ik haar zuster heb beloofd. Ik draai slechts een pover scenario af, verlegen met het feit dat de redelijkheid en gematigdheid waarop ik gehoopt had, uitblijft. Ik ben een miezerige, opportunistische verrader van een grote liefde. Ik ben beknopt en hard en onverschillig – elke andere dynamiek zou immers de beloofde uitkomst in de weg staan en de verhouding verlengen. Als een minuut lang nog slechts gesnik te horen is geweest, hang ik op, loop naar de platenspeler en breek de plaat van Keith Jarret doormidden. Povere poging tot drama. Ik heb haar nooit meer gesproken of gezien. Nog een paar jaar lang ben ik, tot verbazing van mijn gezelschap, zonder verklaring weggelopen als in een café of restaurant Keith Jarrets gepingel te horen was. Gelukkig is hij uit de mode.

Het is niet makkelijk om in de grote zaal van de Doelen in Rotterdam in de benauwenis van een lijdende vrouw te geloven – want die zaal is groot en wijd en bovendien maar half gevuld, als de Roemeense sopraan Nelly Miricioiu daar met het Limburgs Symfonie Orkest vorige week de opera La voix humaine brengt. Voor het eerst valt mij op dat in het stuk een kritische beschouwing van Cocteau over het medium telefoon verborgen zit. „Vroeger zag je elkaar. Je kon je hoofd verliezen, beloftes niet nakomen, het onmogelijke riskeren, degene die je aanbad overtuigen door hem te omhelzen, je aan die ander vast te klampen. Eén blik kon alles weer goed maken, maar weg is weg met dit apparaat.” In de liefde, bedenk ik, is de telefoon het wapen voor lafbekken die zich, als het er op aankomt, eenvoudig laten weggommen en door stippeltjes vervangen.