Uitgever in de schaduw van zijn vader en moeder

Alfred A. Knopf, Jr. beconcurreerde zijn legendarische ouders en werd zelf een prominent Amerikaans uitgever.

De zaterdag op 90-jarige leeftijd overleden uitgever Alfred A. Knopf Jr., een van de oude giganten van het Amerikaanse uitgeven, heeft lang moeten werken om uit de schaduw van zijn ouders te komen. Uiteindelijk zou hij, voorbestemd het familiebedrijf over te nemen, een geduchte concurrent worden van uitgeverij Knopf.

‘Pat’ Knopf Jr. (New York, 17 juni 1918) was de enige zoon van het legendarische uitgeverspaar Alfred A. Knopf en Blanche Wolf Knopf, maar had al jong een moeizame relatie met zijn ouders. Nadat hij in 1938 was afgewezen door Princeton University liep hij beschaamd van huis weg. De politie vond hem later terug in Salt Lake City: ‘blootsvoets, hongerig en blut.’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Knopf piloot in het Amerikaanse leger, in 1945 trad hij in dienst bij het bedrijf van zijn ouders. Dat hield hij ruim tien jaar vol, maar na een conflict over het aannemen van een nieuwe redacteur – die naar verluidt niet bij zijn moeder in de smaak viel – besloot de jonge Knopf eind jaren vijftig met die redacteur voor zichzelf te beginnen.

Het aldus ontstane Atheneum Books maakte snel naam met bestsellers als de vertaling van de holocaustroman De laatsten der rechtvaardigen van André Schwarz-Bart en The Making of the President, 1960 van Theodore H. White. Tot de vroege auteurs van Atheneum behoorde ook Jan de Hartog, die er zijn misdaadroman The Inspector publiceerde. Andere beroemde titels uit het fonds waren Edward Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf en The Fortunate Pilgrim van Mario Puzo. Toen diezelfde auteur er het manuscript van The Godfather aanbood, werd hem echter de deur gewezen. ‘Rotzooi’, meende een van Knopfs collega’s.

Atheneum fuseerde in 1978 met Charles Scribner’s Sons, waarna Knopf Jr. nog jarenlang in de top van dat bedrijf en – na een nieuwe fusie – Macmillan werkte.