Ook India ontkomt niet aan pijnlijke ingrepen

India mag de bankencrisis dan aan zich voorbij hebben laten gaan, het land is niet ontsnapt aan de mondiale groeivertraging. De regering heeft ervoor gekozen geen extra economische stimuleringsmaatregelen op te nemen in haar tussentijdse begroting. Zij laat een besluit daaromtrent over aan de winnaar van de komende algemene verkiezingen, die in mei moeten worden gehouden. De nieuwe regering zal de voordelen van het opofferen van de begrotingsdiscipline ter wille van het op gang houden van de economische groei dan moeten afwegen.

India is niet hard getroffen door de mondiale financiële crisis. De onder zwaar toezicht staande banken hebben de grote afschrijvingen weten te vermijden die westerse financiële instellingen hebben verlamd. Het gemis aan exporten van India, lang beschouwd als een nadeel in vergelijking met China, lijkt nu juist een sterk punt van het land. Nu de export instort, heeft China moeite de groei boven de 5 procent te houden, terwijl die in 2008 nog 9 procent bedroeg. India verwacht dat de groei dit jaar slechts zal dalen van 9 procent naar 7,1 procent.

Maar India’s betrekkelijk milde groeivertraging is niet pijnloos. Een gebrek aan vertrouwen heeft de bedrijfskredieten vrijwel tot stilstand gebracht. De nervositeit met betrekking tot alle opkomende markten, in combinatie met ‘margin calls’ [eisen van kapitaalverstrekkers om meer onderpand op tafel te leggen], hebben een vlucht van buitenlands kapitaal uit het land teweeggebracht. De beursindex van India is in zes maanden tijd met 37 procent gedaald, onder meer als gevolg van een boekhoudkundige fraude bij een toonaangevende firma uit de ICT-dienstverlening.

De ergste pijn moet misschien nog komen. Het begrotingstekort van de nationale regering bedraagt nu al 6 procent van het bruto binnenlands product – twee maal zo hoog als zij had gehoopt. Inclusief leningen van individuele deelstaten is het zelfs bijna 10 procent. Maar iedere nieuwe regering zal waarschijnlijk méér gaan uitgeven, om de groei dichtbij het beoogde percentage te houden.

India beschikt niet over de buitenlandse valutareserves die het land in staat zouden stellen zich een stimuleringspakket van 600 miljard dollar à la China te kunnen veroorloven. Het heeft wel zijn best gedaan om iets te doen – door de brandstofsubsidies te verlagen en maatregelen voor kleine bedrijven aan te kondigen. De totale kosten daarvan kunnen uitkomen op 8 miljard dollar (6,3 miljard euro), ofwel bijna 1 procent van het bbp. De grootste impuls voor de economie is gekomen van de centrale bank, die de rente heeft verlaagd en de eisen aan bankreserves versoepeld.

De kredietstatus van India is nog altijd ‘investment grade’, het hoogst haalbare, maar dat biedt geen enkele garantie voor de toekomst. De nieuwe regering zal voor een lastige keuze komen te staan: de groei op gang houden of in ieder geval de schijn van begrotingsdiscipline hoog houden.