Onderdrukt verdriet achter een schuifpui

Theater La Voix Humaine van Jean Cocteau, Toneelgroep Amsterdam, afgelopen weekend in Antwerpen, komend seizoen volgt tournee in Nederland

Zij heeft zijn zwarte schoenen nog. Aan de telefoon, tijdens hun allerlaatste gesprek, ontkent ze dat ze die schoenen nog heeft, maar terwijl ze liegt, steekt ze haar neus in een schoen en zuigt zoveel mogelijk van de geur op, zijn geur. Zij is verslaafd.

Halina Reijn speelt de monoloog La voix humaine van Jean Cocteau uit 1927: het laatste telefoongesprek van een verlaten vrouw met de man die haar verliet.

De toeschouwers kijken naar de ondergang van de vrouw als waren zij de overburen: Halina Reijn speelt achter een glazen schuifpui. Steeds verdwijnt ze even uit het zicht. We horen haar stem door de telefoon.

Reijn koppelt in haar rijke, indringende spel de stadia die de vrouw doormaakt, aan evenzoveel spelregisters die iedere keer weer verrassen. Steeds weer speelt ze tegen de verwachting in. Geen geschreeuw en woeste huilbuien, maar alles vrij ingehouden, op een zachte toon. Ze begint alledaags, gespeeld opwekt. Even flink zijn. Juist omdat zij de wilde paniek – op één korte explosie na – niet speelt, voel je hem onder al het onderdrukt verdriet.

De vrouw wordt niet kwaad op de man die haar laat vallen. Ze blijft zorgzaam, en wil hem steeds weer ontzien. Dat ontzien maakt haar zoveel tragischer.

Even schuift Reijn de schuifpui open, en zet de telefoon buiten, op de rand. We horen het geraas van de grote stad, waardoor we weten dat ze in een flatgebouw zit, twee meters verwijderd van de afgrond. Met dat eenvoudige gebaar roept Reijn in één klap de dreiging op van een sprong, een dreiging die over de rest van het stuk blijft hangen. Je wéét dat die schuifpui straks nog een keer opengaat. Voor de laatste keer.