Niet per se. Veel belangrijker is een ander kiesstelsel

Een referendum neemt het electorale onbehagen niet weg.

Het is nu tijd om het democratisch systeem ter discussie te stellen.

Jan Willem Sap gebruikt in zijn opiniestuk hierboven best zware woorden om het referendum aan te prijzen: al jaren weten wij dat onze democratie zich in een crisis bevindt. Dat onze elite weinig vertrouwen stelt in de kiezer. Dat regeringen in Nederland gemaakt worden ten tijde van kabinetsformaties en dat het dus niet de burger is die bij verkiezingen bepaalt hoe de ‘volksheerschappij’ dient te worden georganiseerd.

Die zware woorden zijn stuk voor stuk op hun plaats, maar een betere zaak waardig. Natuurlijk, een referendum zou een belangrijke aanvulling zijn op onze representatieve democratie maar raakt niet de kern van ons democratisch tekort. De kernvraag is: hoe in ons democratisch systeem de donderwolk van het electorale onbehagen – die overigens van alle tijden is – tot ontlading kan komen in een, door burgers gelegitimeerd, alternatief regeringsbeleid.

Veel politici in Nederland spiegelen zich aan de nieuwe, meeslepende, stijl van politiek die door Obama met succes is geïntroduceerd, vaardig gebruikmakend van de nieuwste media. Zij moeten zich er wel rekenschap van geven dat dit in Nederland per definitie onmogelijk is. Een boodschap van ‘change’ loopt bij ons stuk op het onherbergzame landschap van een veelpartijensysteem waarin coalitiekabinetten onvermijdelijk zijn en vroegere tegenstanders elkaar verstrikken in ondoorgrondelijke compromissen die het grote onbehagen alleen maar verder aanwakkeren. De stuitende gang van zaken met het Irakonderzoek is daarvan een sprekend (of beter: zwijgend) voorbeeld. Maar het is niet anders.

Zolang wij in Nederland krampachtig vasthouden aan het stelsel van evenredige vertegenwoordiging zullen middenpartijen met een afbrokkelend draagvlak tot elkaar veroordeeld zijn. Totdat de bom barst. Intussen waaiert het electorale onbehagen uit over radicale partijen, zowel ter linker- als ter rechterzijde.

Hoe het ons zou kunnen vergaan laat de schokkende uitkomst van de verkiezingen in Israël zien, de enige andere democratie in de wereld met eenzelfde – drempelloos – kiesstelsel als Nederland. Niet zozeer de ruk naar rechts is schokkend (alhoewel al erg genoeg voor al diegenen die nog hoop hadden op een herleving van het vredesproces), maar vooral het feit dat er überhaupt geen regering meer is te vormen zonder medewerking van de extreemrechtse (en zelfs ronduit racistische) partij Yisrael Beiteinu van Avigdor Lieberman, die de Arabische medeburgers – 20 procent van de bevolking – de wacht heeft aangezegd.

Maar Israël is Nederland niet, zal men mij tegenwerpen. Een land in oorlog, een kruitvat in het Midden-Oosten, met burgers in existentiële angst. Dat is waar: maar mijn punt is dat Israël laat zien hoe óns electorale systeem onder extreme stress kan ontsporen. Ook ons systeem gaat onder de druk van economische neergang zware tijden tegemoet. En ook bij ons zal het electorale onbehagen zich niet, zoals in het Amerikaanse meerderheidsstelsel gebeurde, in een nieuw alternatief van hoop kunnen ontladen.

Een referendum, hoe vernieuwend ook, biedt voor dit manco geen oplossing. Het verschaft burgers een blokkeringsmacht op een enkel beleidsonderdeel, waarvan in een tijd van toenemend onbehagen ook gretig gebruik zal worden gemaakt, ongeacht het onderwerp dat ter beslissing voorligt (zoals bij de Europese Grondwet).

De argumenten van Jan Willem Sap verdienen het, juist omdat ze zo waar zijn, om verder te reiken dan deze bescheiden correctie op een vastgelopen democratisch systeem. Het systeem zélf moet ter discussie worden gesteld. Het is nu echt tijd voor invoering van enigerlei vorm van meerderheidsstelsel. Een onderwerp voor het eerste referendum?

Anders is de formatie van 2011 de eerstvolgende wake-up call, als zal blijken – zoals de peilingen laten zien – dat er geen parlementair meerderheidskabinet is te vormen.

Ed van Thijn was van 1999 tot 2007 lid van de Eerste Kamer voor de PvdA en van 1983 tot 1994 burgemeester van Amsterdam. In 1994 was hij korte tijd minister van Binnenlandse Zaken.