Ja, zo kunnen burgers meer zelf beslissen

Het parlement debatteert vanavond over een bindend referendum. De politieke elite moet de angst voor meer zeggenschap van burgers eindelijk loslaten, betoogt Jan Willem Sap.

Uit angst voor machtsverlies zijn elites op het pluche vaak tegen de invoering van het referendum. Daarom is het van betekenis dat het initiatiefvoorstel van GroenLinks, D66 en PvdA voor een correctief referendum mede wordt gedragen door een regeringspartij. Naast steun van minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) lijkt het referendum te kunnen rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer (77 zetels).

Al sinds de commissie-Biesheuvel en -Deetman aanbevelingen deden over staatskundige hervormingen, erkent de politieke elite dat onze democratie in een crisis verkeert. Als Nederland al een democratie is, dan is het een statische en zwakke democratie. De besluitvorming van de politieke elite vindt plaats op grote afstand, meteen beginnend nadat de burgers hun stem hebben uitgebracht met een ondoorzichtige kabinetsformatie, het lelijkste eendje van het Nederlandse staatsrecht.

Mede door het omvallen van de zuilen is de relatie tussen kiezers en gekozenen veranderd. De politieke partijen kunnen alleen in stand worden gehouden met forse subsidies van politiek Den Haag, belastinggeld van de burgers. Deze sterk gesubsidieerde politieke netwerken doen er niet verstandig aan de behoefte van burgers aan zeggenschap aan de laars te lappen. Veel noodzakelijke wijzigingen van de Grondwet worden tegengehouden door gebrek aan democratische overtuiging. Dat veroorzaakt frustratie. Want in een democratie behoren de burgers te kunnen bepalen hoe de volksheerschappij dient te worden georganiseerd. In de democratie van de 21ste eeuw gaat het niet alleen om de mening van de economische en politieke elite, maar om een systeem waarin burgers respect hebben voor de mening van medeburgers.

De huidige strijd voor een democratische samenleving met referendum en volksinitiatief kan zonder meer worden vergeleken met de negentiende-eeuwse strijd van arbeiders, ‘kleine luyden’ en vrouwen voor electorale gelijkheid. Lange tijd werd beweerd dat deze mensen niet in staat waren deel te nemen aan verkiezingen. Maar de conservatieve argumenten hielden geen stand.

Inzake het referendum domineerde tot 1989 de angst. Het referendum zou de deur openzetten voor de communisten, voor Moskou. Later werd door politici gesteld dat referenda alleen maar zouden leiden tot conservatisme (Den Uyl, PvdA) of vertraging in de besluitvorming (Lubbers, CDA).

Maar uit het voorbeeld van Zwitserland blijkt dat het recht van burgers om zo nu en dan in te gaan tegen de wil van de elite het ontstaan van een moderne en dynamische democratische rechtsstaat niet in de weg staat.

Het voorliggende voorstel voor een correctief referendum is niet de bijl aan de wortel van de representatieve democratie. Het systeem van de representatieve democratie behoudt in dit voorstel het primaat, maar wordt aangevuld met elementen van directe democratie, juist omdat het stelsel dat wordt beheerst door politieke partijen ook onvolkomenheden heeft.

Geïnspireerd door het motto van een regering door en voor het volk, krijgen regering en Staten-Generaal nu de kans een extra kanaal te graven voor meer betrokkenheid. Zowel uit het rapport Power to the people (Groot-Brittannië, 2006) als uit het rapport Hart voor de publieke zaak (2006) van de Nationale Conventie (een Nederlands adviescollege) blijkt dat de groeiende vertrouwenskloof tussen politiek en burgers alléén kan worden teruggedrongen als regering en parlement eens beginnen om vertrouwen aan burgers te geven.

Een correctief referendum voorkomt ook dat het parlement verwordt tot stempelmachine. Het heeft niets te maken met het overdoen van het werk van onze volksvertegenwoordigers, maar met respect voor de goed opgeleide burgers van Nederland.

Jan Willem Sap is universitair hoofddocent Europees recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van het CDA.