'Ik blijf zitten omdát er problemen zijn'

Zorgorganisatie Meavita valt uiteen, twee jaar na een grote fusie. President-commissaris Loek Hermans erkent fouten. Maar de politiek gaat ook niet vrijuit, vindt hij.

Aan kritiek uit de Tweede Kamer is oud-minister Loek Hermans wel gewend. Maar als president-commissaris van zorginstelling Meavita is hij toch onaangenaam getroffen.

„Mismanagement van Meavita”, riep Tweede Kamerlid Wolbert (PvdA) deze maand in een debat over de noodlijdende zorgorganisatie. Andere Kamerleden spraken van „geschaad vertrouwen”, van „ongecontroleerde fusiedrift” die Meavita „op de rand van de afgrond bracht” en van falende toezichthouders die „aangepakt” moeten worden.

Loek Hermans kijkt gepijnigd. „Een beetje makkelijk praten, hoor.” Natuurlijk, de situatie bij Meavita is „zorgelijk”. Maar dit de toezichthouder alléén aanwrijven gaat hem te ver. Heeft de politiek, die snel marktwerking in de zorg wil, niet ook boter op het hoofd?

Hermans is sinds Meavita West, Sensire, Thuiszorg Groningen en Vitras/CMD per 2007 fuseerden tot Meavita Nederland, voorzitter van de raad van commissarissen. Eerder zat hij de raad van toezicht van Meavita West voor. „Ik zal niet ontkennen dat er fouten gemaakt zijn”, zegt hij nu. „Maar vanaf het eerste signaal dat het misging, is hard ingegrepen.” Daarbij werkten de omstandigheden niet mee.

Legt u eens uit.

„Fusie leek een uitkomst. We hoopten op synergie, schaalvoordelen, efficiënte ICT-systemen. Theo Meuwese, bestuursvoorzitter van Thuiszorg Groningen en eerder bestuurder bij Meavita West, zou die leiden. Het lukte hem niet partijen bij elkaar te brengen. Bovendien bleek dat Meavita West al sinds 2006 grote verliezen leed. We namen na negen maanden afscheid. Van de twee andere bestuurders was Jennyke Kuiper langdurig ziek en zou Daan van de Meeberg juist terugtreden. Hij is langer gebleven, maar zijn positie was moeilijk. Er kwam een interim-manager, Leo Markesteyn, die acute problemen met de zorgkantoren moest aanpakken en een steunaanvraag bij de Nederlandse Zorgautoriteit indienen. Hij beloofde ons zwarte cijfers in 2009.

„Toen ten slotte Charles Laurey kwam, stelde hij binnen zes weken vast dat dit niet haalbaar was. Dat was een heel slechte boodschap voor de raad van commissarissen. Zorgkantoren wilden ons nog wel een voorschot geven, maar alleen voor de zorg in hun eigen regio. Toen kon je vaststellen dat de fusie was mislukt. Achteraf zeg je: van meet af aan zijn er te weinig bindende elementen geweest.

„De fusie kwam ook op een ongelukkig moment. De Wet maatschappelijke ondersteuning werd tegelijkertijd ingevoerd. Gemeenten moesten die WMO uitvoeren en bezuinigden vooral op de duurdere zorg. Waar ze voor 20 procent dure zorg inkochten en voor 80 procent goedkope huishoudelijke hulp, bestond onze staf voor 80 procent uit gekwalificeerde, duurdere krachten en voor 20 procent uit goedkopere. Die mismatch trof ons keihard, juist door de grootte die we net hadden bereikt. En dan werd ook de AWBZ verschraald; wij leverden meer productie dan er werd betaald.”

Het was dus geen logisch moment om te fuseren.

„Niemand zag aankomen dat de WMO zo zou worden uitgekleed. Daarom zit nu ook 70 procent van de thuiszorgbedrijven in de rode cijfers. Je kan niet hardmaken dat wij dit hadden moeten voorzien.

„Je weet dat er marktwerking in de zorg gaat komen. Dan moet je anticiperen. Je zoekt samenwerking, schaalgrootte, kostenbesparing. Maar de veranderingen gingen zo snel dat de kracht die we zochten er nooit uitgekomen is.”

U weet toch dat een fusie veel tijd vergt? Is dit een geval van een onwetende zorgsector die ondernemertje wil spelen? En van toezichthouders die een erebaantje kregen?

„Het stoort me als minister Klink [Volksgezondheid, CDA] roept dat we feestvieren en met de raad van bestuur onder een deken liggen. Onze raad heeft verschillende disciplines aan boord: financieel, bestuurlijk. Die mensen zitten er niet voor de aardigheid. Dat is een makkelijk idee, het is niet waar.

„Raden van toezicht bestaan niet uit idioten, en toch zie ik overal grote problemen in de zorg. Ik schrijf dat toe aan de systematiek. De discussie over zorg en marktwerking is vooral ideologisch. De politieke besluitvorming is niet goed geweest. Ze gaat voorbij aan wat je in zo’n kort tijdsbestek kan realiseren. De politiek moet ook eens kijken naar wat een realistisch verhaal is, waar de structurele problemen zitten.”

U zit toch voor de VVD in de Eerste Kamer?

„Daar kan ik me niet met de zorgdiscussie bemoeien. Dan krijg je een belangenconflict.”

U heeft nog dertig nevenfuncties. Dat kan je niet allemaal goed doen?

„Dat valt mee. Ik zie cv’s met meer functies. Voor sommige vergader je een of twee keer per jaar. Tien tot vijftien functies zijn qualitate qua; die horen bij het voorzitterschap van MKB-Nederland, mijn hoofdfunctie, drie dagen per week. Ik werk 15, 16 uur per dag, en in het weekend. Ik heb 4 tot 5 uur slaap nodig. Ik heb altijd veel functies gehad, zonder mislukkingen. Je maakt tijd vrij als dat nodig is. Sinds oktober 2007 bemoei ik me intensiever met Meavita. Ik heb dagelijks contact met de voorzitter, geen moment verzaakt.”

Bij Espria gaat president-commissaris Elco Brinkman weg om grote financiële problemen bij gehandicapteninstelling Philadelphia.

„Ik had begin vorig jaar willen opstappen, ben blijven zitten omdát er problemen zijn. Opstappen lost niets op. Als men echter vindt dat wij weg moeten, dan gaan we. Niemand van de commissarissen hecht aan het pluche. Ik kan je vertellen: dit zijn keiharde stoelen.”