'Het is heerlijk toeven aan de Wolga'

Op de juiste momenten kwam hij een bijzondere trainer tegen. Jan Koller, Tjech, spits en reiziger – van België via Duitsland en Monaco naar Rusland.

Het heeft iets vertederends: terwijl zijn teamgenoten van Krylia Sovetov al in de spelersbus zitten, staat de Tsjechische spits Jan Koller met landgenoot Jiri Jarosik nog vrolijk van een meter of zestien op doel te schieten. Links, rechts, hoog, laag – de ballen vliegen er achter elkaar in, totdat een hulptrainer het ijverige tweetal met een fluitje naar de bus maant.

„Ik moet het van hard werken hebben”, zegt de 2,02 meter lange Koller later in een hotel in La Manga, waar de Russische ploeg zich voorbereidt op het nieuwe seizoen. „Als jonge knaap was ik niet bijzonder getalenteerd, maar ik wilde graag de top bereiken. Dus zat er niks anders op dan dag in dag uit te oefenen. Die gewoonte houd ik ook nu nog aan.”

Koller (1936) groeide op in het kleine dorp Smetanova Lhota en tekende pas op 21-jarige leeftijd een profcontract bij Sparta Praag. Omdat zijn carrière daar al gauw stagneerde, vertrok hij in 1996 naar het Belgische KSC Lokeren.

„Ik heb geluk gehad”, erkent de Tsjech. „Op de juiste momenten kwam er steeds een bijzondere trainer op mijn pad. Bij Lokeren was dat Willy Reynders. Hij gaf me vertrouwen en leerde mij veel op voetbalgebied. Mede dankzij hem werd ik in mijn derde seizoen topscorer van België en kon ik mij vervolgens verder ontwikkelen bij Anderlecht.”

Na twee productieve jaren bij de Brusselse club (hij scoorde in 65 wedstrijden 43 maal en werd Belgisch voetballer van het jaar), stapte Koller over naar Borussia Dortmund. Bij de geelzwarten viel hij met de neus in de honing: „We werden in mijn eerste seizoen meteen landskampioen en ik kon in het beslissende duel tegen Werder Bremen een steentje bijdragen met een goal. Helaas verloren we toen wel de finale van de UEFA Cup tegen Feyenoord, maar goed, je kunt niet alles winnen.”

„Twee jaar later kwam Bert van Marwijk ons trainen. Ook van hem heb ik veel geleerd. Hij weet je steeds weer te motiveren, legt de nadruk op technisch verzorgd spel en – niet onbelangrijk in een teamsport – hij hecht aan een goede sfeer in de ploeg. Ik ben dan ook blij voor hem dat hij het tot bondscoach heeft geschopt.”

Tijdens zijn vijf seizoenen in Dortmund groeide Koller uit tot een publiekslieveling en dat is een status die bij Borussia (gemiddeld circa 80.000 toeschouwers) haast duizelingwekkende proporties krijgt. „Ik heb in veel stadions gespeeld, maar het publiek van Dortmund neemt een bijzondere plaats in mijn hart in. Om daar, vlak voor de volgepakte Südkurve te scoren is een onvergetelijke ervaring die mij nog altijd kippevel bezorgt.”

Overigens dwong Koller niet alleen met goals respect af bij de Borussiafans. Tijdens een uitwedstrijd tegen Bayern München moest hij ruim twintig minuten het eigen doel verdedigen, omdat keeper Lehmann een rode kaart had gekregen en er niet meer gewisseld kon worden. Het werd een memorabel optreden, waarbij hij onder meer een ziedend schot van Michael Ballack klemvast pakte. „Dat was wel grappig”, lacht Koller. „Ik heb in mijn jeugd veel gekeept en daar kon ik in München van profiteren. Na die wedstrijd selecteerde voetbalblad Kicker mij zowaar voor het elftal van de week – als doelman, welteverstaan.”

Vanwege zijn imposante postuur kreeg Koller in de loop der jaren bijnamen als ‘de Dino’ en ‘het Beest’ opgespeld. Maar de Tsjech blijkt niks beestachtigs te hebben. Hij oogt vriendelijk, formuleert kalm en is wars van sterallures. Ondanks zijn blauwzwarte trainingspak heeft hij meer weg van een groenteman of een postbode dan van een voetballer die zoveel fans en spelers van andere elftallen angst heeft ingeboezemd.

Ook Oranje ontkwam niet aan de Kollervrees. Neem het roemruchte duel tegen de Tsjechen op het EK 2004 in Portugal. Het Nederlands Elftal stond al snel met2-0 voor, maar vervolgens sloeg Koller met een tegentreffer terug. De rest is bekend: bondscoach Dick Advocaat raakte kort na de rust van de kook, wisselde Arjen Robben voor Paul Bosvelt en zag zijn team uiteindelijk met 2-3 van de ontketende Tsjechen verliezen.

Koller, opeens 100 kilo plezier: „Wát een mooie wedstrijd was dat! Beide teams speelden prachtig voetbal, met tal van doelkansen over en weer. Als je dan ook nog na een 0-2 achterstand wint, is het helemaal super. Later hoorden we dat coach Advocaat in de problemen was gekomen door die wissel van Arjen Robben. Eerlijk gezegd begrepen wij er ook niks van, maar we vonden dat besluit natuurlijk prima. Robben was die avond de beste speler bij Oranje.

„Ik koester trouwens mooie herinneringen aan de wedstrijden tegen Nederland. Jaap Stam was een magnifieke tegenstander: altijd hard, maar nooit gemeen of unfair. En ja, Oranje wint weliswaar niet veel grote titels, maar het maakt met zijn aanvallende speelstijl wel vaak indruk op publiek en fans. Dat is toch ook belangrijk?”

Dan, met een lichte zucht: „Eigenlijk hadden we in Portugal Europees kampioen moeten worden. We hadden zó’n goed elftal, met spelers als Nedved, Baros, Galásek, Podborsky en Rosicky. Helaas verloren we in de halve finale met de nodige pech van Griekenland – een ongelooflijke domper.”

Twee jaar later trachtte het Tsjechische elftal een en ander recht te zetten op het WK in Duitsland, maar het team van bondscoach Karel Brückner vloog er in de eerste ronde al uit. Ook de juist van een zware knieblessure herstelde Koller kon niet het verschil maken. Hij scoorde nog wel de openingstreffer in de eerste wedstrijd tegen de VS, maar raakte kort daarop opnieuw geblesseerd.

In de zomer van 2006 vertrok Koller naar AS Monaco. Omdat hij in het belastingparadijsje zijn faam als goalgetter niet kon waarmaken, tekende hij begin 2008 een contract bij FC Nürnberg, dat weliswaar nog in de UEFA Cup speelde, maar ook degradatiezorgen had.

Hoewel Koller als ‘redder’ werd onthaald, liep zijn verblijf in Noord-Beieren op een teleurstelling uit. Nürnberg werd op onfortuinlijke wijze door Benfica uit het UEFA Cup-toernooi gekegeld en degradeerde uiteindelijk naar de Tweede Bundesliga. Bovendien raakte Koller onbedoeld in de clinch met een aantal fanatieke fans van de club.

„We moesten uit tegen Dortmund. Ik was van tevoren benieuwd hoe ik daar door de Borussiafans begroet zou worden. Ze trakteerden mij op een staande ovatie en natuurlijk heb ik die mensen daarvoor bedankt. Dat viel echter verkeerd bij een deel van de Nürnbergfans. Omdat het ons ook sportief tegenzat, werd de situatie onhoudbaar. Ik had nog een doorlopend contract, maar kon daar onmogelijk blijven.”

Er dienden zich drie clubs voor hem aan: Birmingham, Sparta Praag en Krylia Sovetov. Tot veler verbazing koos Koller voor de vereniging uit het bij Kazachstan gelegen Samara. Spijt heeft hij daar allerminst van: „Ik heb het prima naar de zin. We zijn als zesde in de Russische competitie geëindigd en maken via het bekertoernooi nog kans om ons voor de UEFA Cup te kwalificeren. Voordat ik voor Krylia tekende, heb ik lange gesprekken gevoerd met mijn landgenoot Jiri Jarosik, die daar al speelde, en met trainer Leonard Slutskiy. Hij staat voor aanvallend voetbal én een goede teamsfeer. Er wordt dan ook vaak bij ons gelachen.”

„Het niveau van de Russische competitie is mij erg meegevallen. Er lopen veel technische spelers rond en de nadruk ligt op voetbal, niet op fysiek gezwoeg. Dat is zeker ook de verdienste van Dick Advocaat en Guus Hiddink. Mede dankzij hen wordt het Russische voetbal steeds sterker. Net als bij Bert van Marwijk staat bij hun trainingen de bal centraal, wat uiteraard tijdens wedstrijden zijn vruchten afwerpt.”

Maar had hij, vedette uit het Duitse Roergebied, geen moeite om zo diep in Rusland te acclimatiseren? „Aanvankelijk wel, maar Krylia is een mooie club en in Samara is het met name ‘s zomers prettig toeven aan de Wolga. Voordat je je eerste doelpunt bij een nieuwe club maakt, voel je echter altijd een zekere druk. Zowel het publiek als de technische staf had gelukkig geduld en toen ik na acht wedstrijden mijn eerste goal maakte, ging het meteen stukken beter. In het afgelopen halve seizoen heb ik zeven keer gescoord en hopelijk kan ik die lijn het komende seizoen doorzetten.”

In Russische dienst draagt Koller rugnummer 89, een getal met een verhaal: „Ik wilde eigenlijk graag nummer 9 hebben, net als in Dortmund, maar dat was al bezet. Ook nummer 8, dat ik bij Anderlecht droeg, bleek al vergeven. Toen heb ik beide cijfers maar gecombineerd.”

Hoe lang de Tsjech met dat rugnummer blijft spelen is nog onduidelijk. Dit jaar wordt hij 36, een leeftijd waarop menig aanvaller al murw gebeukt van zijn pensioen geniet. Maar waar en wanneer Kollers carrière zal eindigen is nog een vraagteken. „Ik heb een contract tot eind 2009 en weet nog niet wat ik daarna ga doen. Misschien teken ik wel bij, misschien keer ik ook wel terug naar mijn vaderland. Als spits zal ik inderdaad niet zo lang meer op topniveau kunnen blijven spelen. Maar wat er ook gebeurt, ik sluit mijn loopbaan af bij de club van mijn geboortedorp Smetanova Lhota.

Als spits of als keeper? Koller, grijnzend: „Keeper. Ja, waarom eigenlijk niet?”