Europees Hof geeft vluchteling grotere kans op vergunning

Het is voor vluchtelingen uit oorlogsgebieden die in Europa een verblijfsvergunning willen „niet noodzakelijk” om aan te tonen dat zij specifiek en persoonlijk worden bedreigd als zij zouden worden teruggestuurd.

Dat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie vanmorgen bepaald naar aanleiding van onenigheid over de asielaanvraag van het Iraakse echtpaar Elgafaji in Nederland.

De uitspraak betekent dat bij beslissingen over verblijfsvergunningen niet alleen moet worden gekeken naar de specifieke bedreiging die een aanvrager kan verwachten als hij zou worden teruggestuurd, maar ook naar „een algemener risico op schade”. Die afweging is aan de nationale asielinstanties in de EU-landen.

Deze uitleg van de hoogste Europese rechter is van belang voor talrijke vluchtelingen die uit crisisgebieden naar Europa zijn uitgeweken. Alleen al in Nederland is de behandeling van tientallen zaken opgeschort in afwachting van het oordeel van het EU-hof.

De zaak was aan het Europees Hof voorgelegd door de Raad van State, die wilde weten hoe de Europese asielrichtlijn moet worden uitgelegd.

Daarover was verschil van inzicht gerezen. De regering had de asielaanvraag (voor bepaalde tijd) van het echtpaar Elgafaji in eerste instantie afgewezen. Het beroep daartegen werd door de rechtbank in Den Haag ingewilligd. In hoger beroep belandde hun zaak toen bij de Raad van State.

Volgens de regering hadden beide echtelieden – hij is sji’iet, zij soenniet – niet aannemelijk gemaakt dat zij in Irak „een reëel risico op ernstige en individuele schade’’ lopen, waardoor volgens de regering niet voldaan is aan de voorwaarde die de Vreemdelingenwet stelt.

Het echtpaar Elgafaji beroept zich op de Europese asielrichtlijn (van 29 april 2004). Daarin staat dat iemand die niet in aanmerking komt voor de vluchtelingenstatus, maar die bij terugkeer naar zijn land van herkomst wel „een reëel risico zou lopen op ernstige schade”, in aanmerking komt voor zogenoemde ‘subsidiaire bescherming’. Dat geeft recht op een tijdelijke verblijfsvergunning in een van de 27 lidstaten van de Europese Unie.

Arrest zaak-Elgafaji C-465/07 via nrc.nl/europa