En Brussel ziet geen probleem

De missie in Kosovo is de grootste ooit van de EU.

Het past in het beleid van de EU: stabiliteit brengen op de Balkan, zonder wapens.

Het duurde een jaar en er is nog niemand die hen kan zien, maar ze zijn er: de EU-ambtenaren die de grens moeten gaan controleren tussen Kosovo en Servië. En dat ze er zijn, vinden ze een prestatie. De Serviërs in het noorden van Kosovo hadden zich heftig verzet tegen hun komst. Toch waren de EU-ambtenaren, beschermd door NAVO-militairen, onderweg niet beschoten.

En nu wachten ze. Hun werk als douanier doen ze nog niet. „Het gaat op zijn Europees”, zegt Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks), die het Europarlement over Kosovo rapporteert. „Twee stappen vooruit, eentje terug.”

Die ene stap is meer dan politici, ambtenaren en diplomaten in Brussel een jaar geleden hadden verwacht. Kosovo verklaarde zichzelf onafhankelijk, de Europese Unie had meteen een politie- en justitiemissie klaar om toe te zien op het nieuwe bestuur van Kosovo. Maar de EU was ernstig verdeeld over de erkenning van Kosovo. En de VN, die tot die tijd Kosovo hadden bestuurd, konden er niet weg omdat Rusland zich in de VN-Veiligheidsraad verzette tegen zo’n beslissing. Rusland steunde Servië, dat Kosovo als provincie niet kwijt wilde raken.

Het gaat de Europese Unie zeker niet alleen om de bijna 2 miljoen Kosovo-Albanezen die het in de jaren 90 zwaar hadden onder de Servische overheersing. Voor de EU is Kosovo een voorbeeld. Brussel wil stabiliteit brengen op de Balkan, niet met wapens, zoals de Amerikanen in Irak doen. Maar door landen te beloven dat ze bij de EU kunnen komen als ze zich goed gedragen.

De missie in Kosovo is de grootste ooit van de Unie. Er gaat, per hoofd van de bevolking, meer Europees geld naar Kosovo dan naar enig ander land.

Het had ook een van de grootste mislukkingen kunnen worden. Vijf EU-landen (Griekenland, Cyprus, Spanje, Slowakije en Roemenië) waren fel tegen de onafhankelijkheid van Kosovo. Het werd géén mislukking: de EU-missie is aan het werk gegaan in Kosovo. Maar alleen omdat de EU ermee akkoord ging dat de VN formeel nog de baas zijn. De Brusselse strategie, zegt Lagendijk, werd: we doen ons werk voorzichtig, we houden het vaag. „Volgens de Russen moet Europa verantwoording afleggen aan de VN, de Europeanen zeggen zelf: we sturen af en toe een rapportje naar New York. Onze baas zit in Brussel.”

Een succes is de EU-bemoeienis met Kosovo nog lang niet. De douaniers zijn nu bij de grens tussen Kosovo en Servië. Maar, zegt Lagendijk, ze registreren geen auto’s, ze kijken niet wat erin zit, ze heffen geen belasting.

In Brussel gaat het nauwelijks nog over Kosovo. Dat past bij de strategie: vaag en voorzichtig. En bij de Europese Unie: je praat niet over problemen als dat niet heel dringend nodig is.

Maar zo wil de ambassadeur van Kosovo in Brussel, nog maar net benoemd, zijn werk niet doen. „Wij willen zichtbaar zijn”, zegt Ilir Dugolli. Hij gaat langs bij diplomaten van alle lidstaten, met speciale aandacht voor de vijf landen die Kosovo nog steeds niet hebben erkend. Hun argumenten gaan volgens hem vooral over de landen zelf. Omdat die vaak ook te maken hebben met bevolkingsgroepen die zich willen afscheiden, zoals de Basken in Spanje. En dan zegt Dugolli: jullie moeten jezelf niet vergelijken met de Serviërs. Jullie gaan toch niet met die bevolkingsgroepen om zoals de Serviërs met de Albanezen? „Daar reageren ze verbaasd op, en dat verbaast mij dan weer.” Volgens Dugolli is het een kwestie van tijd: uiteindelijk zullen alle EU-landen Kosovo erkennen. „In de verklaringen die gaan over ons Europese perspectief, wordt door geen enkel land een voorbehoud gemaakt.”

Ook als het er nu in Brussel even niet over gaat: Kosovo, dat vast rekent op EU-lidmaatschap, blijft een probleem voor de EU-landen. Kosovo zal, net als andere Balkanlanden, een politiek en economisch samenwerkingsakkoord met de EU willen sluiten. Lagendijk: „Wat gaan we dan zeggen?” Ook de landen die Kosovo niet erkennen, zullen zo’n akkoord moeten goedkeuren.

En wat als Servië wel de voordelen van zo’n akkoord krijgt, en Kosovo niet? Lang zal het niet duren voordat de Kosovaren meer willen, zegt Lagendijk. „Ze zullen zeggen: wij hebben minder op onze kerfstok dan de Serviërs en onze wetgeving is al aangepast aan jullie wensen.” De Kosovaarse diplomaat Dugolli zegt: „Wij zijn natuurlijk blij als een land een stap dichterbij de EU komt. Maar wij willen niet worden genegeerd.”