Toeristen blijven weg in Kumbum

De internationale persbureau’s berichtten deze week dat de meeste Tibetaanse kloosters in  de provincies Yunnan, Qinghai,en Gansu  voor buitenlanders verboden gebied zijn. Het is  bijna een jaar geleden dat jonge monniken in Lhasa de straat op gingen en winkels en huizen van Moslims en Han-Chinezen in de brand staken. De onlusten sloegen over naar de

De internationale persbureau’s berichtten deze week dat de meeste Tibetaanse kloosters in  de provincies Yunnan, Qinghai,en Gansu  voor buitenlanders verboden gebied zijn.

Het is  bijna een jaar geleden dat jonge monniken in Lhasa de straat op gingen en winkels en huizen van Moslims en Han-Chinezen in de brand staken. De onlusten sloegen over naar de kloosters in de omliggende provincies.

China herdenkt op 28 maart dat het vijftig jaar geleden Tibet heeft bevrijd van een eeuwenoud feodale heerschappij. De Tibetanen ervaren het invoeren  van een officiele  feestdag ter herinnering aan een voor hun pijnlijk moment in de geschiedenis als  uiterst provocerend.Voor de Tibetanen is 10 maart een dag om te herdenken omdat toen vijftig jaar geleden een grote Tibetaanse volksopstand bloedig is neergeslagen door het Chinese leger.

Vanwege deze gevoelige data was Tibet  vanaf 25 januari al gesloten voor buitenlandse toeristen. De Qinghai-Lhasa express, de trein over het hoogste traject  ter wereld, rijdt nog wel maar alleen voor Chinezen. Het is duidelijk dat de Chinese overheid  geen enkel risico meer wil nemen als het om Tibet gaat.

  Maar bij het Kumbum-klooster (Chinese naam is Ta’er) niet ver van Xining, de          hoofdstad van Qinghai, zijn  politie en leger in geen velden of wegen te  zien. 

 Verklaarbaar want in mei vorig jaar waren hier geen onlusten en het klooster is  volledig  geintegreerd in de samenleving van de proviciehoofdstad die doordrenkt is van  het boeddhisme dat ook door veel Chinezen wordt aangehangen.

Qinghai maakte ooit deel uit van het groot-Tibetaanse rijk;Han-Chinezen en Tibetanen wonen er ogenschijnlijk vreedzaam samen.

In 1357 werd in  Kumbum Tsongkhapa ,de  oprichter van de boeddhistische Gele hoed -sekte, geboren waarna twee eeuwen later het klooster werd gesticht.

Op weg naar het klooster zijn de  toeristenwinkeltjes nog gesloten. Er is dan ook nog geen toerist te zien. Die zijn trouwens in het afgelopen seizoen in hoofdzaak weggebleven. Vandaag zie ik alleen  boeren en schaapherders  die met vrouw en kinderen op pelgrimage naar het klooster gaan. 

Ze moeten hun halve maandsalaris neertellen voor een toegangskaartje van 8 euro en lopen vervolgens met hun plastic zakjes vol yakboter en flesjes offerwijn naar de binnenplaatsen van de tempelgebouwen, langs tientallen gebedsmolens  en de  naar vette rook stinkende altaren.

Op een pleintje voor het klooster kom ik een vriendelijke  Chinese zakenman tegen van midden veertig die vertelt dat hij zojuist heeft gebeden  in de tempel en dat hij boeddhist  is geworden omdat hij vond dat de Tibetaanse boeddhisten in zijn omgeving altijd opgewekt  en vriendelijk zijn: zo wilde hij ook worden.

In de galerij staan  acht vrouwen in kleurige zijde  en smoezelig yakbont op een rij hun kowtow uit voeren. Ze knielen  neer op een matje en met gladde slofjes aan hun handen glijden ze over de grond om vervolgens languit te gaan liggen met hun handen gevouwen  boven hun hoofd. Het ziet er uit als een  yogaoefening.

Binnen hangt een foto van de negende  Daila Lama en de door de Chinese aangewezen Panchen Lama. Het valt op dat bijna alle  teksten  in het Chinees geschreven zijn.

 De 25-jarige monnik Losang Nima  woont al vanaf  zijn twaalfde in het klooster. Hij vertelt  dat  de monniken  het Tibetaanse  Nieuwjaarfeest  (Losar) dit jaar hebben overgeslagen. In Tibet  vieren de meeste Tibetanen dit feest een maand na het Chinese nieuwjaarsfeest maar het  Kumbum-klooster is blijkbaar zo verchineest  dat ze de Chinese maankalender aanhouden voor het uitvoeren van hun nieuwjaarsritueel.

Ik heb gelezen dat sommige klooster uit protest dit jaar geen nieuwjaarsfeest vieren maar Losang  ontkent dat  en geeft een hele andere reden op: vorig jaar september is de broer van de Daila Lama  gestorven.

De monnik zegt dat er eigenlijk niet zo veel is veranderd sinds de opstanden. Steeds meer jonge Tibetanen   kiezen niet meer voor het kloosterleven. Ze willen geld verdienen of studeren in de stad.

Voor 1958  waren er 3600 monniken in Kumbum. In 2000 waren het er  nog maar 400.

Volgens Losang zullen dat er  in de toekomst  alleen nog maar minder worden omdat de Tibetanen net als de Chinezen maar twee kinderen mogen krijgen. Voorheen kregen de Tibetanen in de Qinghai-regio  nog een voorkeursbehandeling.

Anderzijds  migreren veel Tibetanen vanuit de zuidelijke  streken naar Xining op weg naar werk en een betere levensstandaard.

Hierdoor krijgen de kloosters rond Xining-behalve Kumbum is er nog een aantal kleinere  kloosters- meer aanloop van pelgrims en jonge Tibetanen die monnik willen worden.