Duurzame energie, opeens heeft niemand er meer interesse in

Banken willen geen grote investeringen doen in duurzame energie.

Windmolenparken en andere projecten gaan de ijskast in.

Na de zakenbankiers, autoverkopers en makelaars lijden ook duurzame energiebedrijven onder de gevolgen van de kredietcrisis en mondiale economische neergang. Hoe groot de vraag naar schone energie in de toekomst waarschijnlijk ook zal zijn, banken zijn huiverig om grote investeringen te plegen die pas over jaren geld opbrengen. Of een project duurzaam is of niet maakt de financiers nu even niet uit. En dat raakt de duurzame energiebedrijven.

Neem Econcern uit Utrecht dat sinds de oprichting in 1984 is uitgegroeid tot een duurzaam energiebedrijf met 1.400 werknemers. De doelstelling van oprichter en topman Ad van Wijk is „een duurzame energievoorziening voor iedereen”.

Door een almaar stijgende olieprijs en een groeiend besef dat een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen niet oneindig houdbaar is, groeide de vraag naar de duurzame energieoplossingen van Econcern. In 2007 behaalde het bedrijf een winst van 85,9 miljoen euro op een omzet van 442 miljoen en zinde het op een beursgang om verder te kunnen uitbreiden.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is de winst zo snel verdampt dat Econcern dit jaar verlies zal lijden, verwacht Van Wijk. Bovendien lopen infrastructuurprojecten vertraging op. Zoals Belwind, een park van 110 windmolens een kleine 50 kilometer buiten de Belgische kust. De aanleg is vertraagd omdat Dexia, samen met Rabobank de financier, zich terugtrok. Nu wordt er gezocht naar een nieuwe medefinancier.

„De hele sector merkt dit”, zegt Alex Oostvogel, financieel directeur van Emergya Wind Technologies (EWT), een Nederlandse producent van windmolens. „Banken zijn terughoudender. Ze hebben hun rendementseisen verscherpt en bekijken een sector in opbouw extra kritisch.” Daardoor is de ontwikkeling van de sector tot stilstand gekomen. „Het voelt alsof we opeens fietsen in een grindbak”, zegt Oostvogel.

De financieel directeur vindt dit wrang. Schone en duurzame energie heeft juist zo’n geweldige toekomst dat rendement op projecten zeker lonkt. De lidstaten van de EU hebben afgesproken dat de uitstoot van C02 in 2020 20 procent lager moet zijn dan het niveau van 1990. „Er moest dus juist geïnvesteerd worden in schone energie”, zegt Oostvogel.

Ook de olie- en gasprijzen zullen na de economische crisis weer fors stijgen, verwacht de directeur. „Maar banken hebben nu minder behoefte te investeren en daar kan de duurzame energiesector niet omheen.”

Toch worden de problemen in de sector niet alleen veroorzaakt door de banken. Bedrijven hebben ook last van vraaguitval, zegt een woordvoerder van Stichting DE Koepel, een vereniging van duurzame energiebedrijven. Zowel consumenten als bedrijven hebben minder interesse in duurzame energieopwekking en trekken bestaande plannen in. „Zo merken we een aanzienlijk verschil in het aantal beschikkingen dat is afgegeven voor biovergistingsinstallaties en het aantal installaties dat daadwerkelijk is geplaatst.”

„Het is een moeilijke tijd waar we doorheen moeten”, zegt Oostvogel van EWT. Ad van Wijk van Econcern ziet de situatie somber in. Als de crisis twee jaar aanhoudt zullen veel bedrijven failliet zijn, verwacht hij. Afgelopen week heeft Van Wijk zijn eigen personeel ingelicht dat ontslagen bij Econcern onvermijdbaar zijn.

Oostvogel heeft al een afspraak staan bij het ministerie van Economische Zaken. „We moeten geholpen worden. We willen geen werktijdverkorting, we willen onze projecten kunnen uitvoeren.” Windmolenparken zijn arbeidsintensieve projecten die de werkgelegenheid in de bouw ten goede komt, beredeneert Oostvogel. Ook Econcern is voorstander van staatshulp. Van Wijk wil kredietgaranties voor leningen aan duurzame energieprojecten.

Stichting DE Koepel wil het aantrekkelijker maken om duurzame oplossingen toe te passen. De stichting pleit voor een lager btw-tarief op energiezuinig bouwen. Bovendien moeten consumenten en bedrijven de investeringen kunnen aftrekken van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Zowel de kredietverlening als de vraag naar duurzaamheid moet veiliggesteld worden, aldus de woordvoerder.