Directeur van Huis Rembrandt stapt op

Ed de Heer, directeur van het Rembrandthuis, stapt per 1 mei op. Dat heeft Frank de Grave, voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum, vanochtend bekendgemaakt. Volgens De Grave heeft De Heer zelf besloten om vervroegd met pensioen te gaan, om gezondheidsredenen. Naar verluidt lijdt hij aan de ziekte van Parkinson. De voorzitter van de Raad van Bestuur zegt dat het vertrek van De Heer niets te maken heeft met de ontslagrechtszaak die het Rembrandthuis heeft aangespannen tegen conservator Bob van den Boogert, die kritisch was over het functioneren van De Heer en adjunct-directeur Michiel Kersten. De uitspraak in deze rechtszaak zal morgen bekend worden. Het vertrek van De Heer is volgens De Grave evenmin het gevolg van de uitkomsten van een extern onderzoek naar het functioneren van de organisatie van het Rembrandthuis. De Raad van Toezicht wil verder niet ingaan op de uitkomsten van dit onderzoek, maar zegt dat er wel de lering uit is getrokken dat het Rembrandthuis een transparante procedure moet voeren bij het benoemen van een opvolger van De Heer. Er zal een sollicitatiecommissie worden samengesteld die naast twee leden van de Raad van Toezicht bestaat uit een externe voorzitter „die zijn sporen heeft verdiend in de museumwereld”. Wie dit zal zijn, is nog niet bekend. De medewerkers van het Rembrandthuis zullen betrokken worden bij het opstellen van de profielschets voor de nieuwe directeur. Tot deze is benoemd, zal adjunct-directeur Michiel Kersten de taken van de directeur waarnemen. Kersten werd tot dusver binnen het Rembrandthuis beschouwd als de ‘geheime kroonprins’ van De Heer. Volgens De Grave staat het Kersten vrij om te solliciteren, al is hij niet op voorhand de beoogde opvolger.