De Rembo?s kunnen het nog

Het laatste interview met Rembo & Rembo in Rotterdam trok een volle zaal.

Wat is er geworden van hen en onze andere jeugdhelden?

De hal van het Rotterdamse complex Lantaren/Venster staat vol mensen die hopen op een kaartje voor Het laatste Rembo & Rembo interview, georganiseerd in het kader van de Heldenavond van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

Normaal gesproken kun je zitten tijdens de Heldenavond, die de academie een paar keer per jaar organiseert. Deze keer zijn wegens grote belangstelling alle stoelen weggehaald zodat er tweehonderd mensen in de zaal kunnen. De avond met Rembo & Rembo was al uitverkocht voordat officieel bekend werd gemaakt dat ze zouden komen.

Rembo & Rembo (Theo Wesselo en Maxim Hartman) zijn echt even terug. Alleen de lichtblauwe pakken ontbreken. Op het podium maken de twee 45-jarige mannen grapjes met de interviewer, Rufus Ketting. „Als we jou niet zouden helpen Rufus, zou dit gesprek helemaal niks zijn”, zegt Wesselo. „Hee, die gozer daar wacht op een bepaald shotje”, roept hij plots als een fotograaf klikt op het moment dat hij een slok van zijn bier neemt. „Hier heb je een shot”, roept Wesselo terwijl hij van zijn stoel valt en over de grond rolt.

Even later: „Voel je hoe het gesprek wegzakt. Zal ik dan maar een liedje zingen?” Wesselo loopt al naar de microfoon. ‘Doei, dag dag doei’ zingt hij.

Hoe zij aan hun grappen kwamen? „Nou”, vertelt Maxim Hartman, „we kochten bij De Slegte oude moppenboeken. Dat was de basis. Leg er een dubbele existentiële laag in en je bent goed bezig.”

Theo Wesselo is nu zanger in de band Hausmagger, die vorig jaar te zien was op festival De Parade. Maxim Hartman maakt nog altijd jeugdprogramma’s voor de VPRO, spreekt reclames in (waaronder BCC en Kentucky Fried Chicken, en doet de voice-over bij Man Bijt Hond) en soms is hij te zien in een tv-programma als Peking Express VIP op Net5. „Ik ben een mediahoer geworden.”

Verder houden de mannen het graag een beetje vaag. Zeker vanavond, als zij voor een zaal twintigers en dertigers staan die hun jeugdhelden Rembo & Rembo komen zien. Hartman is het meest spraakzaam. Hij heeft het na het programma „in zijn bol gekregen”. „Eenmaal op tv denk je dat je God bent. Net als mijn biologische vader. Die zit bij een sekte in India en denkt ook dat ie God is.” Hartman ontwikkelde een methode om het casino te kloppen. Hij dacht te weten waar het balletje bij roulette terecht zou komen. De schuld van 620.000 gulden is hij sinds 1991 aan het afbetalen. Hij moet nog 87.500 euro. Hij maakt er een grapje over op het podium. Misschien omdat hij zo beter met het probleem kan omgaan. Misschien om een imago neer te zetten. Alhoewel. Hij klinkt best serieus.

In het begin was Rembo & Rembo helemaal niet zo populair, zegt Hartman. „We kregen boze brieven, dat het te vies zou zijn.” Die vieze grappen zijn inmiddels cult. Marc Langebeke (25) is helemaal uit Heinkenszand in Zeeland naar Rotterdam gekomen met een groep vrienden. Ze zijn fan. „Eigenlijk komen Rembo & Rembo in bijna al onze conversaties terug. De dvd hebben we minstens tien keer bekeken. Elke keer ontdekken we nieuwe details.”

Kim Schonewille (26) is student aan de Willem de Kooning Academie. Ze studeert af op Rembo & Rembo. „Ik maak een documentaire over de fans. Zijn ze geobsedeerd, is het nostalgie?” Ook zij spreekt met fan Marc Langebeke. „De documentaire gaat over de identiteit die mensen zoeken in de typetjes van Rembo & Rembo.”

Na de pauze worden eigenlijk alleen nog herinneringen opgehaald aan het werk van Theo Wesselo en Maxim Hartman. Net als andere jeugdhelden, zoals Ome Willem (Edwin Rutten), Mevrouw Ten Kate (Marjan Luif) en Meneer Kaktus (Peter Jan Rens), komen Wesselo en Hartman niet onder hun status uit. Gewild of ongewild worden zij door hun inmiddels koopkrachtige fans herinnerd aan hun verleden, waarin zij ooit een succesvol kinderprogramma hebben gemaakt. De vraag uit het publiek of het archief wel goed wordt bewaard – „wat jullie samen hebben gedaan is genialer dan wat jullie apart van elkaar maken” – is typerend.

Wellicht is de herinnering aan een jeugdheld wel fijner dan om te zien wat er van ze is geworden. Want dat is vooral ouder. Vroeger had Theo Wesselo geen tatoeages, geen kettingen en een leren jasje met gaten erin. Zijn gulp stond ook niet continu open.

Nu zijn het bijna echte mensen geworden.