Butler

Op mijn laptop heb ik de virusscanner Avast geïnstalleerd. Tot dusver ben ik vrij van smet. Als een stille waakhond sluimert de software op de achtergrond. Behalve wanneer de virusdefinities worden bijgewerkt. Zit ik in uiterste concentratie kloeke zinnen aan elkaar te solderen, snerpt opeens een Amerikaanse astronautenstem uit de speakertjes: „Virus database has been updated.” Elke keer schrik ik me lam. Het is net of ik Lance Armstrong hoor.

Ja, Lance is terug, cleaner than ever. Want Lance bindt niet alleen op wereldwijde schaal de strijd aan met kanker, roffelend op zijn trom spuugt hij op het tobberige gezwel in de hoofden van de agnosten, sceptici en aanklagers die nog altijd zeven vraagtekens plaatsen achter evenzoveel Tourzeges.

In een tijd dat het eerste gemor opklinkt uit niet-wielrennende monden tegen het criminaliserende en privacyschendende whereaboutsysteem van het werelddopingagentschap WADA – Rafael Nadal schoot onlangs nog een paar giftige pijlen af – plaatst King Lance de kroon op het exhibitionisme à decharge. Niet alleen onderwerpt hij zich zonder reserve aan respectievelijk het controleapparaat van WADA en zijn eigen ploeg Astana, daar bovenop zou hij de zelfverkozen gesel van de onafhankelijke dopingautoriteit en speurneus Don Catlin trotseren. Het laatste was nog nooit vertoond, een persoonlijke butler in het huis van bloed en urine. En of het allemaal nog niet genoeg was, de testresultaten worden ongecensureerd op internet geloosd!

We weten intussen dat de butler werd ontslagen voordat hij binnen was. Te kostenvretend en logistiek onuitvoerbaar bleek het project. Armstrong springt immers als een kikvors over de aardbol. Je voelde het aankomen.

Toen Ivan Basso om indringende redenen een internetsite had geopend om zijn bloedwaarden ter goedkeuring aan de wereld voor te leggen, urmde Lance niet onverstandig: hoe gaan de leken dit cijfermateriaal interpreteren? Misschien is het wenselijk dat de leek geen ruimte voor wilde interpretatie wordt gelaten.

Ook zonder Catlin gaat Lance er prat op de meest gecontroleerde atleet ter wereld te zijn: 7 van de 17 niet voor wilde interpretatie vatbare dopingtests plaatste hij op de website Livestrong. Qua hematocriet – tegenwoordig is een waarde van 50 nog toegestaan – is de waarde 39.3 de onderkant, 45.8 de bovenkant.

Dan neemt de Duitser Patrik Sinkewitz een iets groter risico in het diepe verlangen een foutje uit het verleden online recht te zetten. Bij hem neem ik een wulps hematocrietsprongetje waar naar het getal 48.3.

Ik rommel wat in mijn archief en vind een paar oude bloedwaarden terug. Laat ik eens gek doen en ze in de openbaarheid gooien. Zowel voor als na het cruciale jaar 1988 (het officiële introductiejaar van de nog lang niet opspoorbare eerste generatie epo) schommelden mijn hematocrietcijfers tussen de 43 en 47.

Een interpretatie zou kunnen zijn dat ik een rund ben geweest.