Botsing onderzeeboten had ramp kunnen zijn

De kans dat bij een botsing van atoomonderzeeboten de kernlading afgaat is klein. Maar zo’n botsing kan toch catastrofaal zijn.

Een botsing tussen twee met kernraketten bewapende atoomonderzeeboten kan catastrofale gevolgen hebben. Maar de Britse HMS Vanguard en de Franse Le Triomphant, die naar gisteren bekend werd begin deze maand in aanvaring kwamen in de Atlantische Oceaan, hebben slechts beperkte averij opgelopen.

Op open oceaan, waar de bodem beneden de maximale duikdiepte ligt, hoeft een onderzeeboot maar even uit balans te raken om met man en muis te kelderen en beneden de zogeheten ‘crushing depth’ door de grote druk als een blikje frisdrank te verkreukelen.

Het afgaan van de atoomladingen is daarbij onwaarschijnlijk. De kernkoppen zijn beveiligd met zogeheten ‘permissive action links’, veiligheidsmechanismen die één voor één moeten worden ontgrendeld. Bij een ongeluk kan wel radioactief materiaal vrij komen. Dat is eerder gebeurd.

De vraag dringt zich op waarom de twee boten in de lege diepte botsten. Frankrijk en Groot-Brittannië, beide lid van de NAVO, wisselen om redenen van veiligheid slechts zeer summier informatie uit over de nationale afschrikkingsmacht, zoals de precieze positie van de onderzeeboten. Het lijkt niet ondenkbaar dat beide landen dezelfde patrouillegebieden of dezelfde route op weg naar de thuishaven hebben uitgezocht. Een grondig onderzoek is waarschijnlijk al begonnen.

Wel is al duidelijk hoe het kan dat twee kolossen zo groot als Kanaalferry’s, aangedreven door kernreactoren van tienduizenden paardenkrachten, elkaar onder water niet hebben opgemerkt. Ze waren waarschijnlijk té stil.

Onderzeeboten kunnen elkaar detecteren met actieve en passieve sonarsystemen. De actieve variant produceert, net als vleermuizen en dolfijnen, geluidspulsen waarvan de echo de positie van de tegenstander verklapt. Die puls heet een ‘ping’, maar heeft niet meer die klank, bekend van oorlogsfilms. Tegenwoordig is het een soort knerpen, waarvan de weerkaatsing informatie bevat over snelheid en vaarrichting van de gezochte onderzeeboot. Maar die actieve sonar verraadt de eigen positie, dus daar maakt een onderzeebootcommandant weinig gebruik van.

De passieve sonar kan honderden kilometers verderop vrachtschepen horen dieselen, maar onderzeeboten opsporen is lastiger. Die produceren zo weinig lawaai dat ze ook wel ‘een gat in de oceaan’ heten. Er wordt zelfs gebruik gemaakt van anti-geluid om resterende trillingen te neutraliseren. De schroef is zo gevormd dat deze nooit ‘caviteert’: lawaaierige belletjes produceert.

Juist die stilte kan ook de positie van onderzeeboten verklappen. Wanneer een luisterende sonar een ‘stiltegebied’ detecteert dat de achtergrondruis van de oceaan afschermt, verraadt dat ook een langsvarende onderzeeboot.

In de jaren tachtig deed de Amerikaanse marine daarom proeven met hydrofoons en luidsprekers op de flanken. De hydrofoons namen de achtergronden op en zonden deze aan de andere zijde uit. Het ‘gat in de oceaan’ werd zo gedicht.