Andermans kinderen

Uit onderzoek in opdracht van maandblad J/M onder 615 ouders blijkt dat driekwart van hen zich ergert aan andermans kinderen. Ze vinden ze brutaal, asociaal, stiekem en ongehoorzaam. Diezelfde ouders (84 procent) vinden dat zijzelf een ruime voldoende scoren op het gebied van opvoeden. Ouders zoeken de fout dus niet bij zichzelf. Het is net als bij autorijden: zelf rijd je geweldig, maar die ánder! Cognitieve dissonantie heet dit verschijnsel, waarbij wat we zelf geloven (ik ben een goede opvoeder) wordt tegengesproken door de feiten (al die ergernissen).

Even terzijde: bij ieder onderzoek vraag ik me altijd af hoe de vraagstelling is geweest. Als de vraag was: ergert u zich wel eens aan andermans kinderen, denk ik niet dat er veel mensen nee zullen antwoorden. Net zoals wanneer je vraagt: ergert u zich wel eens aan uw medeweggebruikers? Ook dan is het niet verrassend dat bijna iedereen ja invult.

Maar goed, brutaal, asociaal, stiekem en ongehoorzaam dus. Je kunt dit gedrag terugvoeren naar de ouders, naar de school en naar de televisie, maar of dat helpt is de vraag. Het lijkt me beter dat erger-ouders zich bij elke ergernis afvragen: zou mijn kind dat ook doen? Elke ouder denkt nee, maar moet bekennen dat het misschien toch wel ja kan zijn. Dat is op zichzelf een schokkende ervaring.

De volgende stap is om je eigen kind aan te spreken op zijn of haar gedrag. Dat moet dan wel in een heel gezellig theekransje gebeuren, om het niet te zwaar te laten overkomen – en daar nemen de meeste ouders de tijd niet voor.

De oplossing voor extra familiare ergernis kan ook zijn, het gedrag van andermans kind tot een algemeen probleem maken. Bespreek het bij de lunch of op het schoolplein, zonder namen te noemen om roddelen te voorkomen. Dan neemt niemand het persoonlijk, maar kan het wel even worden gezegd.

En begin er zo snel mogelijk mee. Door de uitkomst van een onderzoek als dat van J/M, kijkt een groot deel van de ouders wel uit om een kindvriendelijke vakantiebestemming te kiezen. Want je moet er niet aan denken dat de zomervakantie wordt beheerst door een bron van ergernis: andermans kinderen.