Alleen via Jezus komt u tot Allah

Bestemming bereikt, zegt de TomTom, maar ik geloof er niets van. Ik sta voor een grote, witte kerk, de Ark geheten, voor gereformeerden.

Door het glas zie ik alleen blanken, en ik ben opzoek naar iets exotisch. Bovendien is dit Bannebuikslootlaan 63 A, en ik moet zijn in 63 B, maar na A volgt gewoon D – Gods wegen zijn soms onnavolgbaar. En verder ook geen mensen op straat aan wie je het kunt vragen op de vroege zondagochtend, de straten zijn hier flink opgebroken en er zijn 26 huurwoningen in aanbouw.

Midden in deze woestenij van Amsterdam-Noord ben ik op zoek naar de Arabisch-Christelijke gemeenschap – 63 B, waar is B? En dan, als je helemaal om de kerk heenloopt, ergens achterin, is er een klein handgeschreven papiertje geplakt: 63 B. De Arabisch-Christelijke gemeenschap lijkt gewend zich te verbergen, al is dat in Nederland niet meer zo nodig.

We betreden een kleine ruimte, zo kaal als een klaslokaaltje maar kan zijn, met een groot houten kruis in de hoek en twee witte duiven van papier-maché bungelend aan een touwtje. Ongeveer veertig aanwezigen, de mannen rechts, de vrouwen links, met hun kinderen op schoot.

De man die mij opvangt en voor mij vertaalt heet Joseph Koleh; hij is de hulppastor en in het dagelijkse leven ‘thuiskapper’, wat wil zeggen dat hij bij je thuis komt om te knippen – zowel dames als heren, zegt hij, – en ziet erop toe dat ik het opschrijf. Hij is een Palestijn, verder zijn er hier Koerden, Syriërs, Egyptenaren en Irakezen. De voertaal zal Arabisch zijn, dat niet iedereen verstaat. Daarom zijn er verschillende spontane vertalers, die tijdens de hele dienst op normale stemhoogte uitleg geven, waardoor het geheel rommelig aandoet.

Er zal eerst gezongen worden en willekeurige aanwezigen noemen een bladzijdennummer uit de zangbundel in Arabische schrift, waarna iedereen zingt. Nou, zo willekeurig is het niet, alleen de mannen doen een voorstel, de vrouwen zwijgen. Ik vraag het de Palestijnse thuiskapper en hij zegt kort en bondig dat het zo in de Bijbel staat: vrouwen dienen te zwijgen.

De liederen klinken heel Arabisch in mijn oren, melancholisch, oosters, en toch gaan ze gewoon over Here Jezus en zijn oogverblindende schoonheid. Na een zestal liedjes verlaten de kinderen de zaal om naar de zondagschool te gaan en begint de preek voor de volwassenen. De Syrische pastor laat ons opstaan en de Heer bedanken voor zijn oneindige barmhartigheid, vervolgens leest hij voor uit de Arabische Bijbel, Romeinen 5 vers 12. En dan volgt de uitleg, in een preek die niet is uitgeschreven, maar uit het hoofd wordt gepresenteerd, terwijl hij heen en weer loopt. Hij pakt de Arabische Bijbel en vraagt retorisch wat het is. Dit is niet zomaar een boek, het is niet zomaar een heilig boek, het is het belangrijkste document van je leven. Het vertelt waar je vandaan komt en wie je bent, het is, zou je kunnen zeggen, je belangrijkste paspoort! „Ik kom uit Syrië, niet waar? En Barack Obama is een Afrikaan omdat zijn vader een Afrikaan is. Maar de waarheid is dat ons aller vader uiteindelijk toch Adam is. Daarom is de Bijbel ons eigenlijke paspoort.”

Amen, zeggen de aanwezigen, „Emin”, in het Arabisch.

Ik probeer de snel pratende thuiskapper naast me bij te houden, en van één vertaling kijk ik verbaasd op: „Alleen via Jezus komt u tot Allah.”

Pardon?

„Allah is gewoon Arabisch voor God”, sist de thuiskapper, lichtelijk geïrriteerd. Maar voor de rest is hij buitengewoon aimabel, na afloop vraagt hij of ik koffie wil, waar ik nee op zeg, en waarop hij zegt: „Het is gewoon christelijke koffie hoor.” Die amicale houding blijft hij aanhouden als hij mij zijn kaartje geeft: of ik een beetje reclame voor hem kan maken, als thuiskapper, want de zaken gaan slecht. „En bij mij geldt: niet goed, haar terug.”

Anil Ramdas bezoekt tweewekelijks een geloofsgemeenschap. Reacties en suggestie naar: ramdas@nrc.nl