Afghanen worden cricketers

Hele generaties Afghanen zijn opgegroeid in Pakistan in vluchtelingenkampen.

Daar leerden zij cricket, dat de mensen nu samenbrengt.

Als kleine jochies leerden ze het spel tussen de hutjes in de Pakistaanse vluchtelingenkampen, met de toppen van het kale Hindukush-gebergte in Afghanistan op de achtergrond. Cricket hoorde nooit bij de cultuur van hun vaderland. De Afghanen waren meer ruiters en speelden buzkashi, een eeuwenoud polospel waarbij het karkas van een dode geit over een lijn moet worden gesleurd. Cricket was het spel van de Britse kolonisten, later van de Indiërs en de Pakistanen.

Des te opmerkelijker is het dat de spelers van de Afghaanse nationale cricketploeg vorige week in de ijzige kou op het vliegveld van Kabul als helden werden binnengehaald door een menigte supporters. Vergelijkbaar met de terugkeer van taekwondoka Rohullah Nikpai van de Zomerspelen in Peking, die als eerste Afghaan een olympische medaille had behaald.

Het nationale cricketteam had aan de andere kant van de wereld, in Buenos Aires, voor een sensatie gezorgd door voor de derde achtereenvolgende keer een kwalificatietoernooi te winnen voor de eindronde van het wereldkampioenschap van 2011.

Afghanistan klom binnen negen maanden uit de vijfde divisie van de World Cricket League op naar de tweede. Over twee maanden volgt in Zuid-Afrika de laatste hindernis op weg naar dat WK, met Nederland als een van de tegenstanders.

Na de inval van Sovjettroepen in 1979 in Afghanistan en de bloedige burgeroorlogen die erop volgden gingen talloze burgers op de vlucht voor het geweld. Een hele generatie groeide op in vluchtelingenkampen zo groot als steden in Pakistan, waar cricket veel meer is dan alleen maar de nationale sport. In het Afghanistan van de Talibaan, waar talloze culturele uitingen verboden waren en waar het nationale stadion vooral werd gebruikt voor executies, was cricket al een van de uitzonderingen, al werd het op zeer beperkte kleine schaal in Kabul gespeeld. Volgens sommige verklaringen wilden de Talibaan op die manier hun Pakistaanse volgers tevreden houden.

Maar pas sinds de jonge Afghanen na de val van de extreem-religieuze koranstudenten in 2001 over de Khyberpas terugkeerden naar huis, groeide cricket uit tot een echte sport in Afghanistan, ook al is er geen geld voor trainingsfaciliteiten of velden en bemoeilijken de vele aanslagen het optuigen van een nieuwe sport. Door het geweld is het cricket beperkt tot een aantal regio’s, waaronder Khost, Jalalabad, Logar en Nangahar.

Hoe dichtbij het geweld nog is voor de nationale ploeg bleek in augustus vorig jaar, toen international Rahmat Wali werd gedood bij een aanval van buitenlandse troepen op zijn woning in de provincie Khost. Volgens de aanvoerder van de nationale ploeg, Nowroz Mangal, had hij niets te maken met de Talibaan of andere tegenstanders van de Afghaanse regering, aldus Mangal tegen de internationale pers.

Maar de successen van de nationale ploeg maken de sport snel populairder, zei de Pakistaanse coach van Afghanistan, Kabir Khan, onlangs in Buenos Aires tegen het persbureau Reuters. Na voetbal en buzkashi is cricket nu de derde sport van Afghanistan. „Het staat enorm in de belangstelling”, zei Khan. „Het brengt de mensen ook nog samen.”

Volgens Khan, die zelf ooit een aantal testmatches voor Pakistan speelde, praten de spelers onderling nooit over de politieke situatie in Afghanistan. „Wat ik heb gezien is dat de mensen misschien tot verschillende politieke groeperingen behoren, maar als het om cricket gaat horen ze allemaal bij elkaar.”

De basis voor de droomtoernee van de Afghaanse cricketers werd gelegd in 2002 met de oprichting van het nationale team. Een aantal buitenlandse coaches stoomden de spelers klaar voor hun eerste internationale wedstrijden, in Pakistan, India en vanaf 2006 ook in Engeland.

Volgens Taj Malik, official van de Afghaanse cricketbond (ACF), gaan de ontwikkelingen veel sneller dan hij had verwacht. „We hadden nooit gedacht dat we nu al zouden strijden voor een plaats op het wereldkampioenschap”, zei hij na afloop van het kwalificatietoernooi dat de ploeg in Argentinië won. „We dachten eerder aan 2015 of 2020.”

Maar de Afghanen, van wie er nog veel in de Pakistaanse stad Peshawar wonen, verloren nauwelijks wedstrijden het afgelopen jaar en reisden de hele wereld rond voor het ene na het andere kwalificatietoernooi. In mei vorig jaar begon die reis vanuit het ruige, deels verwoeste Kabul naar het keurig aangeharkte eiland Jersey, waar Afghanistan als eerste eindigde in de vijfde divisie, met cricketdreumesen als Japan, Botswana en Jersey zelf.

In oktober kreeg de zegetocht een vervolg in Tanzania, waar de Afghanen als beste eindigden in de vierde divisie. Na een verblijf van veertig dagen in Saoedi-Arabië, voor de jaarlijkse hadj, trok de ploeg vanuit Pakistan naar Buenos Aires, waar opnieuw een spontaan feest uitbrak na de promotie uit de derde divisie. „Dit is een van de mooiste dagen uit mijn leven, ik kan het niet geloven”, zei fastbowler Hamid Hassan na afloop tegen een correspondent van Reuters. „Dit is een heel knappe prestatie voor ons. We hebben dertig jaar oorlog in Afghanistan, en niemand houdt van sport.”

Maar de spelers blijven voorlopig amateurs, uit pure noodzaak. Geld voor salarissen is er niet. „We spelen voor de eer”, zei Hassan.

Meer over de WK-kwalificatie en op www.cricinfo.com