Voor een '100-metertje' draait Van Velde zijn hand niet om

Schaatser Gerard van Velde, vorig jaar gestopt, maakte een comeback bij het NK supersprint. Zijn terugkeer was eenmalig, hij wil naar Vancouver 2010 als trainer.

Natuurlijk was zijn eerste start vals, zoals Gerard van Velde (37) zo vaak de grenzen van de starter opzocht in de zeventien jaar die hij in de wereldtop schaatste. Maar vervolgens stond er zaterdagavond na 100 meter wel ‘gewoon’ 9,95 op de klok. En een half uur later nog eens 9,94. „Twee keer 9,9 is niet slecht”, lachte de olympisch kampioen op de 1.000 meter van 2002. Zeker niet voor een schaatser die vorig seizoen stopte en inmiddels trainer is van een regionaal ploegje sprinters.

Meer dan een jaar nadat Van Velde na het NK sprint van 2008 een punt zette achter zijn imposante carrière, maakte hij afgelopen weekeinde bij het NK supersprint in Enschede een comeback. „Wel leuk om weer een keertje mee te doen”, bagatelliseerde hij het belang van zijn deelname. Andries Kramer, van de sectie kortebaan en supersprint van schaatsbond KNSB, had een wildcard voor de oud-topper. De nieuwe ijsbaan Twente is de thuisbaan van Systabo, sponsor van het ploegje dat hij traint. „Zet mij er maar tussen”, had Van Velde gezegd. „Ik train nog vier keer per week mee met mijn jongens. Zo’n 100-metertje moest nog wel gaan.”

Het NK supersprint, voor het eerst verreden in 1991, is een wedstrijd voor pure hardrijders. Twee keer 100 en twee keer 300 meter, vier races razendsnel achter elkaar. Het ene paar is nog niet gefinisht of het volgende is al gestart. Dit is het domein van de lokale favoriet Jan Smeekens. De TVM-sprinter flitst op de tweede 100 meter naar een nieuw nationaal record van 9,69, klokt op de 300 meter een nieuwe toptijd van 22,78 en wordt afgetekend Nederlands kampioen. In het sprintgeweld blijft Van Velde, in 1993 en 2003 al eens winnar van het NK supersprint, keurig overeind. Zesde, met naast twee snelle 100 meters een snelle 23,19 op de 300 meter. „Nationaal record voor senioren”, grapt hij.

Zie hem rijden, in alles nog de topper van toen. Geen gram te veel, op zijn trainingspak vaag de letters TVM, de ploeg waarin Gouden Gerard olympisch kampioen werd en een jaar later tweede op het WK sprint. Zes nationale sprinttitels, veertien afstandskampioenschappen, nationale toptijden en een wereldrecord. Sprintpionier in een land van allrounders, die coach Peter Mueller naar Nederland haalde en wegbereider was voor de topgeneratie na hem – Jan Bos, Erben Wennemars, Jakko Jan Leeuwangh, Marianne Timmer en Andrea Nuyt. Een generatie die hij zelf met succes te lijf ging na een sensationele comeback in 1999.

Een tweede comeback, met ‘Vancouver 2010’ voor de deur? „Welnee. Dit doe ik voor de lol. Ik ben altijd een apart vogeltje geweest. Maar om nu weer het hele circus erbij te halen, er weer vol voor te gaan? Dat moet je niet meer willen. Ik ben de weg ingeslagen andere jongens omhoog te helpen. Misschien krijg ik er eentje in Vancouver, dat is niet onmogelijk.”

Van Velde is dit seizoen coach van de Systabo-ploeg, die wordt gevormd door de tweeling Ronald (die bij het NK sprint op 0,07 deelname aan wereldbekerwedstrijden miste) en Michel Mulder, en Freddie Wennemars, broertje van Erben. „Meneer lost echt niet als wij een tempo rijden”, zegt Ronald Mulder – die in Enschede met een geneusde rib uitviel – over zijn coach. „Vantevoren in de auto dacht ik wel: als ik Gerard er maar af rijd”, zegt broer Michel, die met persoonlijke records van 9,79 en 22,87 tweede werd op het NK supersprint. „Gerard is de snelste trainer ter wereld”, zegt Wennemars (achtste). „Maar ik baal wel dat ik hier van hem verlies.”

De trainer zelf was niet ontevreden. „Ik heb eerder meegedaan aan het NK kortebaan, toen kon ik de volgende dag niet meer lopen. Pijn in mijn liezen van het starten. Nu heb ik de boel heel gehouden. Alleen loop ik twee waardeloze rotbochten. Maar dat had weer als voordeel dat ik mijn tegenstander Michel voor me zag. Ik rijd belabberd maar jij rijdt ook niet goed, dacht ik meteen. Ja, dan blijkt dat je als trainer kijkt.”

De honderden toeschouwers genoten van de oud-kampioen, TVM-toppers Smeekens en Beorn Nijenhuis en Thijsje Oenema (10,59) bij de vrouwen. „De nationale records zijn mooie reclame voor onze baan”, zegt Riëtte Wennemars, zus van Erben en manager marketing en sales in Enschede. „Met dank aan de toppers die hier aan de start kwamen.”

Ook Andries Kramer, drievoudig kampioen, was opgetogen. „Toppers als Van Velde geven dit toernooi extra cachet. Kijk naar het zwakke punt van de Nederlandse schaatsers: de 100 meter. De KNSB wil het sprinten opkrikken. Er is een cultuuromslag nodig en dit toernooi is een prachtige prikkel voor de jeugd.”

Van Velde genoot van de toegenomen populariteit van het sprinten, misschien wel de grootste winst van zijn eigen carrière. „Toen ik in 1990 begon, had je een toernooi als dit niet. Mijn generatie heeft veel ervaring opgedaan, veel gewonnen. Dan moet je aan volgende generaties doorgeven waar het om gaat. Je moet in Nederland mensen voor de 500 meter bij elkaar zetten, met iemand erbij die er kijk op heeft. De laatste jaren zie je versnippering en trainers die er niet zoveel van snappen. Daarom komen sprinters niet naar boven. Maar ze zijn er, echt.”