Studenten, brekers en een kraakset

De politie mag kraakpanden niet meer zomaar ontruimen.

De eerste kraak sinds de nieuwe jurisprudentie was zaterdag. nrc.next ging mee.

In een woning ergens in Amsterdam zat meer dan een jaar op kniehoogte een houtje klem in de deurpost. Het houtje viel niet. En dus hebben zich op Valentijnsdag zo’n vijftig man, veelal studenten, verzameld op het hoofdkwartier van het Studenten Kraak Spreekuur (SKSU) in de Schoolstraat in Amsterdam-West. Omdat de valentijnskraak niet mag ‘stuklopen’ weet de meute, opgetrommeld via vrienden en de kraakbeweging, nog niet waar de woning is en wie er gaat wonen.

Kraken is altijd spannend, en zeker vandaag, vertelt SKSU-lid Esther Tienstra (27). „Dit is de eerste keer dat er sinds de nieuwe jurisprudentie in Amsterdam wordt gekraakt.” Dat zit zo: in een aantal recente rechterlijke uitspraken is bepaald dat ook krakers woonrecht hebben. Ze mogen daarom, net als ieder ander, niet meer dubbel gestraft worden: én een boete plus gevangenisstraf én hun woning kwijt door ontruiming. Gevolg: krakers kunnen nog slechts de straf krijgen die staat voor huisvredebreuk en de politie mag kraakpanden dus niet meer zomaar ontruimen. „Maar we weten nog niet hoe de politie op deze nieuwe situatie gaat reageren.”

Als iedereen rond 16.30 uur binnen is, worden de walkietalkies getest voor degenen die op de uitkijk staan en spreekt iemand de groep toe: „We kraken vandaag het souterrain van Saxenburgerdwarsstraat 9, hier om de hoek. Dat doen we voor twee woningzoekende zusjes: ik noem ze Roos en Rosa. Het is hun eerste kraak. We doen dat met zo’n grote groep omdat we dan sterker staan mochten er problemen met politie ontstaan.”

Wat is het voor pand, vraag iemand. „De bovenste etages zijn verbouwd en het lijkt erop dat het souterrain als bouwkeet is gebruikt. Boven wonen een ouder echtpaar en de achterneef van de eigenaar. Omdat het onderste gedeelte al meer dan een jaar leeg staat, is dit een compleet legale kraak. Het pand is van een particulier, een man van 71. Verwacht van de eigenaar weinig problemen, want bij eerdere kraken van zijn panden bleek hij best welwillend.”

En dan de taakomschrijving: „Jullie kunnen helpen door een tafel, bed en stoel naar binnen te dragen, de manier waarop de zusjes laten zien dat ze er willen wonen. Daarna wachten we samen met hen totdat de politie is gearriveerd om leegstand te constateren. Een aantal van ons zal ondertussen met bloemen ongeruste buurtbewoners op hun gemak stellen. Als de politie eerder komt, zijn er twee woordvoerder die de politie te woord staan, zij zijn er op voorbereid. Mocht de politie om identificatie vragen, laat dan je paspoort pas zien op het politiebureau, zodat je degenen die zich niet willen identificeren, niet in verlegenheid brengt.”

Nog geen minuut later is de groep, jonge studenten en een enkeling in legerbroek, op weg. Nog voordat iedereen bij het pand is aangekomen snelt het team met de kraakset (een matras, een opklapstoel en leeg bierkrat dat dient als tafel) naar binnen. Direct gevolgd door een team van technici die de ruimte volledig ‘doormeten’. In het pand klinken nu woorden als „kroonsteentjes”, „stromend water”, „boiler kapot” en „toilet spoelt door”. Het team maakt foto’s van de stoppenkast en de bedrading om op internet zo snel mogelijk de vervangende onderdelen te kunnen vinden. „Valt mee”, zegt kraker Johan. „Soms slaat de eigenaar douche en toilet kapot om hun pand voor krakers te behoeden.”

Als de eerste buurtbewoners, een moeder met twee kinderen, verbaasd naar het schouwspel kijken, is even verderop een jongen in een nette grijze jas al bezig de politie te bellen. In een rode map onder zijn arm heeft hij alle gegevens over het pand. Bewijsmateriaal, opgevraagd via het Kadaster, vaak aangevuld KvK-uittreksels, verklaringen van buurtbewoners en informatie over de eigenaar. Zelfs zijn advocaat heeft hij al op de hoogte gesteld. De telefoon gaat over. „Goedendag, u spreekt met Victor. Ik liep zojuist langs het pand aan de Saxenburgerdwarsstraat 9 en heb het idee dat hier iets gekraakt wordt. Kunt u langs komen? Mijn telefoonnummer? Dat houd ik graag privé. Anders komt u niet? Het zou fijn zijn als u langskomt.” „Zal ik het bier vast halen?”, vraag iemand als Victor heeft opgehangen. „Even wachten tot de politie is langs geweest.”

Een half uur lang gebeurt er niets. En dan, terwijl Esther bij de bovenburen op de koffie is, roept iemand „smeris!”. De menigte deinst opzij en een politieauto stopt voor de deur. De agent, die in z’n eentje blijkt, blijft nog een minuut zitten en stapt dan uit. Victor doet het woord: „De deur stond open. Ik heb een goed vermoeden dat het pand al twee jaar leeg staat. Toen ik binnenkwam lagen er bergen post.” De agent zucht. „Zullen we maar eens binnenkijken dan?”

Drie man gaan met de agent naar binnen. Een ander staat voor de deur om nieuwsgierigen tegen te houden. Zijn hand trilt. „Je hart klopt twee keer zo hard op zulke momenten.” Een kwartier later loopt de agent naar buiten. Zonder om zich heen te kijken stapt hij in de auto en rijdt weg.

Het huis is nu officieel gekraakt. Stroom, gas en water kan gewoon worden aangevraagd. De zusjes worden gefeliciteerd en iedereen verdringt zich om een kijkje te nemen in het pand. Overal liggen planken. Op het Romeinse borstbeeld in de tuin na, is het vrijwel huis leeg. Alleen wat afgebladderde verf op de deurpost en een ingeslagen ruitje aan de achterzijde doen denken aan inbraak.

Buiten is de achterneef van de eigenaar in gesprek met de twee zusjes, 21 en 23 jaar oud. De eigenaar is inmiddels door hem gebeld, zo blijkt. En na wat gemopper zou de eigenaar de meisjes veel plezier hebben gewenst in hun nieuwe, ‘maar veel te vochtige’ onderkomen.

Een 24-uurs bezetting is de komende twee weken hoe dan ook noodzakelijk, weet de 70-jarige Koos, die al jaren vrijwel wekelijks bij elke kraak aanwezig is om de elektra te inspecteren. „Eigenaren kunnen altijd trucs uithalen. Laatst nog bij een kraak in de Kinkerstraat. Kwam er plotseling een knokploeg van twintig Russen binnen en hebben we direct krakers-alarm moeten slaan.”

Het is zes uur ’s avonds en het licht in het tot Villa Valentijn omgedoopte pand, brandt. Koos kijkt vanaf de straatkant toe. Binnen zitten twintig man in een kring op de grond. Esther van het kraakspreekuur spreekt. De zusjes Roos en Rosa luisteren aandachtig. Officieel opgenomen in de krakersscene.