Saab doet jachtvliegtuig Gripen in de aanbieding

De JSF, beoogd opvolger van de Nederlandse F-16-jachtvliegtuigen, lijkt toch nog concurrentie te krijgen. Het Zweedse Saab biedt zijn Gripen met prijsgarantie.

In productiehal één staan er drie naast elkaar: slanke, gestroomlijnde jachtvliegtuigen van Saab.

Peter Liander, communicatiemedewerker van het Zweedse bedrijf, is er trots op. „Kijk, die banden, net als bij een nieuwe auto.” Met een gelukzalige glimlach drukt hij zijn neus even tegen de grijs gespoten metalen romp. „En zo ruiken ze ook.”

Sinds de jaren negentig bouwt Saab in Linköping de JAS Gripen (Griffioen) voor de Zweedse luchtmacht. De Gripen C/D, aangepast aan de NAVO-standaard, kent een bescheiden exportsucces. Hongarije, Tsjechië en Zuid-Afrika vliegen ermee.

Eén Gripen staat al twee dagen gereed voor take-off. Maar testpiloot en marketingdirecteur Magnus Olsson heeft het te druk met het werkbezoek van de vaste Kamercommissie van Defensie uit Nederland.

Saab is nog in de race voor de opvolging van de F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht. Een hal verderop staat een demonstratiemodel van de nieuwste Gripen, de Next Generation, die in 2015 op de markt moet komen. Dat toestel, denken de Zweden, kan concurreren met de Amerikaanse F-35 Joint Strike Fighter (JSF).

De Tweede Kamer moet voor eind april instemmen met de aankoop van de eerste twee F-35’s – zoals de JSF steeds vaker wordt genoemd – om mee te doen met een testprogramma in de VS. In 2010 valt een definitief besluit over de vervanger van de F-16.

Wat Saab betreft, wordt de strijd nu beslist. Koopt Nederland de testvliegtuigen voor het JSF-programma, zo houdt Olsson de Nederlandse parlementariërs tijdens een vertrouwelijke briefing voor, dan trekken de Zweden zich terug. Daarna doet Olsson een aanbieding waar de Kamercommissie nog lang over zal praten.

Defensie heeft miljarden uitgetrokken voor de JSF. In 2002 ging het om 4,5 miljard euro, in 2005 (de jongste raming), bedroeg het budget voor vervanging van de F-16 al 5,7 miljard. Voor dat bedrag hoopt de luchtmacht 85 F-35’s te kunnen aanschaffen. Maar de prijs van het toestel staat niet vast: het aantal van 85 toestellen is slechts een ‘planningsgetal’.

In 2010 besluit het kabinet over een eerste partij van circa 57 toestellen. Of er geld is voor een tweede batch is ongewis. Pogingen van Defensie om prijsafspraken te maken over de JSF zijn tot nu toe zonder resultaat gebleven.

Het voorstel dat Saab achter de schermen aan de Kamerleden voorlegt, lijkt daarom bijna te mooi om waar te zijn. Zweden noch Nederlandse parlementariërs willen na de briefing het precieze bod noemen. Maar off the record geven verschillende bronnen in Zweden de details prijs.

Saab biedt 85 Gripens aan voor 4,8 miljard euro, bijna 1 miljard minder dan het huidige budget voor de vervanging van de F-16. En Saab doet nog een ander voorstel: als Nederland de Gripen koopt, garanderen de Zweden dertig jaar een vaste prijs voor onderhoud. Volgens hen zouden de ‘levensduurkosten’ (aanschaf en onderhoud) daarmee uitkomen op zo’n 10 miljard euro. Ter vergelijking: in december meldde Defensie dat de levensduurkosten van de JSF over een periode van 30 jaar waarschijnlijk zouden uitkomen op ongeveer 14,4 miljard. Naar schatting, niet gegarandeerd.

Kan Nederland miljarden besparen als het alsnog besluit Gripens te kopen in plaats van JSF’s?

Onzin, zegt Defensie. De afgelopen maanden heeft het departement de Gripen en de JSF opnieuw geëvalueerd. Volgens het ministerie blijkt daaruit dat de JSF niet alleen superieur is, maar ook goedkoper – al was het maar doordat Nederland sinds 2002 al bijna een miljard in de F-35 heeft geïnvesteerd. Volgens een woordvoerder is de berekening van Saab „bekend bij het ministerie”, maar kloppen de Zweedse cijfers niet. „Niet alle kosten zijn meegenomen.” Wat er nog bij moet, kan de woordvoerder niet uitleggen.

Wie heeft er gelijk? Saab deed Denemarken en Noorwegen eerder soortgelijke aanbiedingen. Ze zouden voor 2,7 miljard euro 48 toestellen kunnen aanschaffen. Noorwegen heeft het bod inmiddels afgewezen en voor de JSF gekozen. Het Noorse ministerie van Defensie had berekend dat de Gripen twee keer zo duur zou zijn als Saab had opgegeven. De Zweden waren daar zo boos over dat er een ontmoeting tussen de Noorse en Zweedse ministers van Defensie nodig was om de plooien glad te strijken.

Volgens Saab kan de discussie gemakkelijk worden beslecht. „Wij zijn bereid een vaste, juridisch bindende en gegarandeerde prijs te geven voor 85 vliegtuigen in de komende dertig jaar”, zegt Olsson. „Nederland hoeft er maar om te vragen.”

Bij de leden van de Kamercommissie voor Defensie in Linköping lijkt die boodschap overgekomen. Een Kamermeerderheid wil van Saab en JSF-bouwer Lockheed Martin een gegarandeerde prijs, voordat over de aankoop van JSF-testtoestellen wordt beslist.

„We willen appels met appels kunnen vergelijken”, zegt Joël Voordewind (ChristenUnie). „Wij willen weten waar wij als parlement een besluit over moeten nemen”, zegt Angelien Eijsink (PvdA). Volgens haar wordt het tijd dat Defensie de beloften over prijsafspraken over de JSF omzet in harde cijfers.

Zelfs fervent JSF-aanhanger Arend Jan Boekestein (VVD) zegt nu „erg benieuwd” te zijn naar wat Lockheed Martin te bieden heeft. Over anderhalve week reist de Kamercommissie naar de VS. Boekestein: „De Amerikanen moeten iets doen.”

Achtergronden over de JSF op nrc.nl/jsf