Oost-Congolozen leven in angst voor elkaar

President Kabila van Congo nodigde het Rwandese leger uit voor een offensief tegen rebellen in het oosten van zijn land. De bevolking is nu slachtoffer van die actie.

Jean Claude Nshimiyimana probeert te glimlachen. Het lukt hem niet. „Ik ben gelukkig om na vijftien jaar eindelijk Congo te verlaten en naar mijn land Rwanda terug te keren”, vertelt hij met een sip gezicht. Hij is één van de honderden Rwandese Hutu’s die na de vorige maand begonnen interventie van het Rwandese leger in Congo onder dwang besloten naar huis te gaan. Hij wacht in de Oost-Congolese stad Goma op repatriëring door de Verenigde Naties. „Toen wij de Rwandese soldaten zagen, wist ik dat er oorlog kwam en vluchtte.”

Nshimiyimana (22) is een Hutu en week na de genocide in Rwanda in 1994 tegen de Tutsi’s met zijn ouders uit naar Congo. Hij leefde sindsdien in een gebied bij het stadje Walikale, in een regio waar de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR) vrij spel hebben. De FDLR bestaan uit enkele honderden gewapende Rwandese massamoordenaars met duizenden kinderen, echtgenotes en nieuw gerekruteerde strijders. Ze nestelden zich in vruchtbare en grondstofrijke gebieden en voeren daar een terreurbewind tegen Congolese burgers. Het leger van de door Tutsi’s gedomineerde Rwandese regering viel sinds 1996 twee keer Oost-Congo binnen, het voerde oorlog tegen de FDLR en doodde duizenden Hutu’s. Die invasies leidden tussen 1998 en 2003 tot Afrika’s eerste continentale oorlog, waarbij zeven landen betrokken waren.

De militaire operatie leidt nu opnieuw tot misdaden tegen de bevolking. Volgens Human Rights Watch organiseerden FDLR-strijders in Remeka een dorpsvergadering en beschuldigden de bewoners van samenwerking met het Rwandese leger. Sommige van de dorpsbewoners probeerden weg te rennen. „Ik zag overal lijken, van mannen, vrouwen en kinderen. Ze werden door de FDLR gedood”, vertelde een ooggetuige.

De bewoners in het Grote Merengebied leven in angst voor elkaar. In de Oost-Congolese provincies Noord- en Zuid-Kivu wonen Congolese stammen naast honderdduizenden Hutu’s en Tutsi’s, die zich er al meer dan honderd jaar geleden vestigden. De Hutu’s en Tutsi’s gingen de Rwandofone (zij die Kinyarwanda spreken) bevolking heten.

De inmenging van Rwanda maakte de Rwandezen gehaat in Congo. Tot ieders verrassing besloten de vijanden Rwanda en Congo vorige maand om samen elkaars tegenstanders in Oost-Congo aan te pakken. Doel van de spectaculaire operatie is om twee vliegen in één klap te slaan. De Rwandese soldaten schakelden de jarenlang door hen gesteunde anti-Congolese rebellenbeweging van de Congolese Tutsi Laurent Nkunda uit. Het volgende doelwit is de anti-Rwandese FDLR, die samenwerkte met het Congolese leger.

De Congolese president Kabila neemt een groot politiek risico om het Rwandese leger binnen te halen. Twee keer in één jaar probeerde hij om met zijn eigen leger de rebellengroep van Nkunda te verslaan. Hij klopte eind 2008 aan bij de VN-vredesmacht in Congo om in het offensief tegen Nkunda te gaan, maar de VN stuurden niet de benodigde extra troepen. Hij vroeg militaire steun van Angola en andere zuidelijk-Afrikaanse staten en ook deze weigerden. „Er restte hem geen andere keuze dan de Rwandese president Kagame om hulp te vragen”, vertelt een Westerse diplomaat in Kinshasa.

Congolese politici reageren geschokt. „Wij begrijpen er niets meer van”, zegt de onafhankelijke Congolese senator Emory Kalamba. „Het toont aan hoe wanhopig Kabila is.” Parlementsleden werken aan een motie van wantrouwen tegen de president. Kabila won in 2006 de verkiezingen door overweldigende steun in het oosten en het besluit het Rwandese leger uit te nodigen kan hem daar bij de verkiezingen in 2011 veel stemmen kosten. Hij zei eerder deze maand dat de Rwandese soldaten vóór het einde van de maand het land moeten verlaten, maar geen Congolees die dat wil geloven.

Kabila en Kagame namen ieder hun besluit met een heel klein groepje vertrouwelingen, in beide landen kunnen politici slechts gissen naar hun strategische plan op de langere termijn. Ze vragen zich af hoe Rwandese soldaten in korte tijd hun doel kunnen bereiken terwijl ze bij hun vorige twee langdurige invallen er niet in slaagden de FDLR uit te roeien.

„Kabila verstrekte Kagame een visum om wanneer en hoe vaak hij maar wil zijn leger naar Congo te sturen”, zegt Michel Nourredine Kassa van een Congolese non-gouvernementele vredesgroep. Andere waarnemers geloven dat Kagame een verblijfsvergunning kreeg. „Kagame is niet geïnteresseerd in de terugkeer van FDLR leden naar Rwanda. Hij wil de FDLR verzwakken, niet uitschakelen”, stelt Arthur Kepel van de denktank International Crisis Group. Hij gebruikt de aanwezigheid van de FDLR als voorwendsel om een permanente greep op het grondstofrijke Oost-Congo te krijgen.”

Een Westerse diplomaat zegt: „Als er vrede is, kan Rwanda de regio economisch controleren. Het moet dit keer via legale weg.”

De Rwandese militairen operen in kleine eenheden en gaan in het onherbergzame gebied te voet. Veel FDLR-strijders lijken westwaarts het oerwoud in te vluchten. Rwanda en Congo ontkennen geruchten over een geheime overeenkomst om hun landbouwgrond te geven en hen permanent in Congo te vestigen. Volgens anonieme bronnen binnen de VN in Goma vindt er wel geheim overleg plaats „om na deze militaire actie tot een politieke oplossing van het FDLR-probleem te komen”.

Een oud plan om Noord-Kivu op te delen in twee regio’s voor „autochtone Congolezen en voor Rwandofone inwoners” duikt weer op. Een dergelijke idee deed al de ronde tussen 1998 en 2002 toen het Rwandese leger een marionettenregime in het oosten had opgezet. In het beoogde gebied van Walikale naar Rutshuri en Masisi vormen de Rwandofone burgers al een meerderheid. Zo’n nieuwe provincie, geleid door een Hutu-gouverneur met aan zijn zijde een Tutsi-generaal, zou Kagame een bufferzone verschaffen met plaats voor bewoners uit het zwaar overbevolkte Rwanda.

Westerse diplomaten beschrijven het militaire verbond als een prachtkans om de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken. Maar Oost-Congo is als een waterbed: druk op één plaats leidt tot een eruptie op een niet voorziene andere plaats. Het mozaïek van tribale, zakelijke en politieke belangen is plots gewijzigd. De uitkomst van de hergroepering blijft onzeker. „Ik vrees voor gewelddadige reacties van andere bevolkingsgroepen in het oosten, zij zullen zich verzetten tegen een te grote invloed van de Rwandofone groepen”, zegt senator Kalamba.