Onderdrukt verdriet achter schuifpui

Theater La Voix Humaine van Jean Cocteau, door Toneelgroep Amsterdam. Gezien 12 febr Monty, Antwerpen. Inl. www.toneelgroepamsterdam.nl *****

Zij heeft zijn zwarte schoenen nog. Aan de telefoon, tijdens hun allerlaatste gesprek, ontkent ze dat ze die schoenen nog heeft, maar terwijl ze liegt, steekt ze haar neus in een schoen en zuigt zoveel mogelijk van de geur op, zijn geur. Zij is verslaafd, een love junkie. En afkicken kan zij niet.

Halina Reijn speelt de monoloog La voix humaine van Jean Cocteau uit 1927: het laatste telefoongesprek van een verlaten vrouw met de man die haar verliet. Het toneelstuk maakt deel uit van de korte serie Le Salon des Exilés. Het Antwerpse theater Monty vroeg aan de drie grote toneelregisseurs van Nederland en Vlaanderen, Ivo van Hove, Johan Simons en Guy Cassiers, om een voorstelling te maken. Normaal zijn ze gewoon om de schouwburgen van Europa te vullen met groots opgezette voorstellingen. Nu maken de grote drie iets kleins. Van Hove koos La voix humaine, die alleen dit weekeinde was te zien. Volgend seizoen volgt een tournee.

De toeschouwers kijken naar de ondergang van de vrouw als waren zij de overburen: Halina Reijn speelt achter een glazen schuifpui, in een lege geel-beige ruimte. Steeds verdwijnt ze even uit het zicht. Ze draagt een trainingsbroek en een slaapshirt met Mickey en Minnie Mouse die in het gras verliefd naar een zonsondergang kijken. We horen haar stem door de telefoon.

Met een paar effectieve middelen zorgt Van Hove ervoor dat het een larmoyant psychologisch relatiedrama wordt. Korte momenten wordt het telefoongesprek ernstig vervormd, alsof we even horen hoe de vrouw het beleeft. Flarden muziek komen langs. Het raam schept al een vervreemdende afstand. Dan speelt Reijn ook nog en deel van het gesprek zonder telefoon, zelfs door het raam heen, rechtstreeks tegen het publiek. Zit het gesprek in haar hoofd? herhaalt ze een gesprek dat al plaats had? Of repeteert ze een toekomstig gesprek?

Halina Reijn koppelt in haar rijke, indringende spel de stadia die de vrouw doormaakt, aan evenzoveel spelregisters die iedere keer weer verrassen. Steeds weer speelt ze tegen de verwachting in. Geen geschreeuw en woeste huilbuien, maar alles vrij ingehouden, op een zachte toon. Ze begint alledaags, gespeeld opwekt. Even flink zijn. Juist omdat zij de wilde paniek – op één korte explosie na – niet speelt, voel je hem onder al het onderdrukt verdriet.

De vrouw wordt niet kwaad op de man die haar laat vallen. Ze blijft zorgzaam, en wil hem steeds weer ontzien. Dat ontzien maakt haar zoveel tragischer. Als het gesprek weer eens wordt onderbroken, huilt ze als een hond.

Even schuift Reijn de schuifpui open, en zet de telefoon buiten, op de rand. We horen het geraas van de grote stad, waardoor we weten dat ze in een flatgebouw zit, twee meters verwijderd van de afgrond. Met dat eenvoudige gebaar roept Reijn in één klap de dreiging op van een sprong, een dreiging die over de rest van het stuk blijft hangen. Je wéét dat die schuifpui straks nog een keer opengaat. Voor de laatste keer.