Lachen in de Arena

In de pauze begon ik het theater waarin ik al een uur zat pas goed te begrijpen. Midden op het gras van de Arena deed acteur Kees Prins of hij een volkszanger was. Hij zong een hymne die ooit was bedoeld als een parodie op een clublied. „Het kan dooien, het kan vriezen”, ging het in vette Mokumse medeklinkers langs de rijen, „we kunnen winnen of verliezen”.

De in fladderend kostuum vertolkte nepliefde deed het uitstekend, ze werd massaal gedeeld. De Ajaxfans zagen er de humor kennelijk wel van in. Of de grotendeels van buiten de stad afkomstige supporters kennen het verschil niet meer tussen echt en namaak-Amsterdams, dat kan ook nog. In ieder geval paste het optreden van de in Heemstede geboren acteur volmaakt bij de wedstrijd. Ajax-Feyenoord was zo slecht dat het vanzelf leuk werd.

Had ik mij tijdens de eerste helft nog verbaasd over de lachsalvo’s om mij heen, na de rust besloot ik mee te doen. Het beviel prima. Je kunt je wel gaan zitten ergeren aan ballen die zomaar over de zijlijn worden getrapt, in plaats van naar een teamgenoot enkele meters verderop; veel amusanter is het zoiets te beschouwen als cabaret. En zit je eenmaal op dat spoor, dan kun je niet meer terug.

Somber terugdenken aan zinderende ‘klassiekers’ uit vroeger jaren heeft geen zin. Verontwaardiging, woede, wat koop je daar nu voor? De opeenstapeling van blunders en struikelpartijen tijdens zo’n Ajax-Feyenoord opvatten als camp is veel beter voor je gezondheid. Beide ploegen leken te bestaan uit spelers die voor de eerste keer samen speelden. Ze maakten er met zijn allen een vrolijk potje van. Eerst leek de ingevallen dribbelaar Leonardo de boel nog te verstoren met een stel flitsende demarrages, maar uiteindelijk snapte ook hij wat de bedoeling was. Vlak voor tijd belandde een doelschot van de kleine Ajaxspeler ergens bij de cornervlag – waarna Feyenoord minstens zeven meter van de achterlijn mocht ingooien. Echt hilarisch. Voor zulke schoten moet je normaal gesproken zijn bij de onderste regionen van het amateurvoetbal.

Marco van Basten toonde zich een man met zelfspot, en daarmee de juiste trainer op de juiste plek. Na afloop beantwoordde hij een vraag, die andere coaches zou hebben geïrriteerd, met pretoogjes. Een journalist wilde weten hoe Van Basten het vond dat zijn Ajaxaanvallers zoveel kansen om zeep hadden geholpen. Met andere woorden: waarom was hij, een van de beste spitsen ooit, niet in staat dat die jongens bij te brengen?

In plaats van er omheen te draaien zei Van Basten: „We hebben deze week nog getraind op shoot-outs, maar vanmiddag zag je dat een wedstrijd toch weer iets anders is.” Bij shoot-outs mag een speler met de bal aan de voet op een keeper aflopen; precies wat in de Arena herhaaldelijk fout ging. Van Basten leek dat wel een grappig beeld te vinden. En, weet ik na deze leerzame middag, zo hoort het ook.

Bij de uitgang vroeg een verslaggever van de lokale omroep AT5 wat ik ervan had gevonden. „Zelden zo’n slechte wedstrijd gezien”, riep ik monter. De verslaggever straalde. „Zeker al een tijdje niet meer bij Ajax geweest?” Klopt. Maar volgende week ga ik weer.

Auke Kok

Volgende week is er weer een column van Wilfried de Jong.