Ik stond al in de file, en nu is het nog crisis ook

De politiek is er nooit in geslaagd een antwoord te vinden op het denken van de nieuwe, welvarende burger.

Wat gebeurt er nu het lot die welvaart dreigt af te pakken?

Lijdt Nederland al net zo onder de crisis als Amerika? Nee. Er zijn wel massaontslagen, het aantal faillissementen loopt op, maar de crisis heeft de straat nog niet bereikt. Er is hier al wel iets anders aan de gang: de paniek sluipt naderbij. Dat is onvermijdelijk. Het dagelijkse nieuws in alle media brengt op een of andere manier de boodschap dat ook wij ons moeten voorbereiden op het onontkoombare, zonder dat we ons er overigens een voorstelling van kunnen maken wat dat precies is.

Een paar maanden geleden verkeerden we nog in de illusie dat de Nederlandse economie wel schade zou oplopen, maar sterk genoeg zou zijn om de storm te doorstaan. Dat is tegengevallen. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (en ‘machtigste man van Nederland’) heeft gezegd dat het kabinet te traag reageert op de recessie. Verstrekkende maatregelen zijn in voorbereiding, vakbonden en organisaties van werkgevers willen aan de slag, maar de voorstellen laten op zich wachten. Kostbare tijd gaat verloren, zei Rinnooy Kan.

„Hoe hou je de geest in de fles?” vraagt de Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg zich af. Hij verklaart dat het grote gevaar van deze crisis hierin bestaat dat „werknemers cynisch en apathisch worden, omdat ze zich een speelbal voelen van de internationale conjunctuur. Ze gaan geloven dat ze door de samenleving in de steek worden gelaten. Dat biedt ruimte voor rattenvangers die mensen, culturen en landen tegen elkaar opzetten. Het politieke draagvlak voor een internationaal georiënteerde economie en een samenleving dreigt razendsnel te verdwijnen.” De crisis bevordert het protectionisme, in de wereld van nu het verkeerd begrepen eigenbelang.

Iedere prevalerende economische toestand zoekt en vindt op den duur zijn eigen politieke vorm. Tegen het einde van de vorige eeuw, toen menig expert rotsvast geloofde in de Nieuwe Economie, de nooit ophoudende economische groei en de onstuitbaar stijgende welvaart, voelden in het Westen steeds minder mensen zich bij de politiek betrokken. Ze hadden als collectief geen probleem meer. Ze veranderden in geïndividualiseerde burgers die zelf het beste wisten hoe ze zonder inmenging van buiten, welk buiten dan ook, zo rijk en gelukkig mogelijk konden worden. Had een politiek bestel dat niet ontdekt, dan kon het ervan lusten. Zo ongeveer is bij ons de ‘Fortuyn-revolutie’ ontstaan, een schijnomwenteling, mogelijk gemaakt door onder andere de combinatie van een toen volop florerende economie en een achtergebleven politiek.

De verhoudingen zijn veranderd. De economie nadert een diepe crisis en het politieke bestel is er de afgelopen tien jaar niet in geslaagd een antwoord te vinden op het nieuwe denken van de burger. En nu dreigt deze nieuwe burger te worden teruggeworpen in werkeloosheid en afhankelijkheid. Een situatie die hij voorgoed achterhaald achtte. In het oude politieke bestel gelooft hij niet meer. Dat blijkt ook uit de cijfers van de opiniepeilingen. Het traditionele midden is langzaam maar zeker uit elkaar getrokken, ten gunste van links, maar vooral uitgesproken rechts.

Dat was al het geval voor er in de verste verte aan een crisis werd gedacht. Sociale en organisatorische ongemakken hielden hem bezig. De half mislukte integratie, criminaliteit in uiteenlopende vormen, stagnerende organisatie door een teveel aan ‘regeltjes’, en ook toen al overmatige bonussen aan mensen die niet zelden veel minder hadden gedaan dan waarvoor ze waren aangenomen. De geïndividualiseerde burger moest een grote hoeveelheid misstanden verdragen. Daarvoor was hij niet verantwoordelijk en bovendien bleek in de dagelijkse praktijk dat hij er ook geen invloed op kon uitoefenen. Maar het bleef min of meer verdraaglijk zolang zijn welstand en bestaanszekerheid er niet door werden aangetast.

Door de crisis blijkt dit allemaal anders te worden. De westelijke mens heeft al de overtuiging dat hij belaagd wordt door een zee van plagen. Files, regeltjes, moslims, bureaucratie, plaatselijke ordeproblemen en verre oorlogen waarin hij betrokken is geraakt. Nog veel meer. Het is allemaal buiten zijn schuld ontstaan, hij kan het zelf niet oplossen en de zittende machthebbers kunnen het evenmin. En dan, bij alle ellende die hij dagelijks moet verduren, dreigt het lot hem zijn betrekkelijke welvaart af te nemen. Geen wonder dat er een massale behoefte ontstaat aan een verlosser.

In Amerika hebben Barack Obama en zijn raadgevers dat goed begrepen. Met één toverwoord zijn ze hun opmars begonnen: CHANGE! In het begin van de campagne bedoelde hij in de eerste plaats de buitenlandse politiek, vooral Irak. Naarmate in het najaar van 2008 de crisis verder om zich heen greep, kwam de nadruk meer te liggen op de economische kanten van zijn programma. Wij zullen miljoenen banen scheppen, beloofde hij. De belofte heeft gewerkt. Dat kwam niet alleen door zijn oratorisch talent. Hij wordt omringd door een team van vakmensen. Of dit voldoende zal zijn om de economie nieuw leven in te blazen, moet nog worden bewezen. In ieder geval heeft zijn geloofwaardigheid diepgang.

In Nederland hebben zich de afgelopen tien jaar ook politici met de ambitie van een verlosser aangediend. Nadat Fortuyn was vermoord, is zijn partij weggesmolten. Mevrouw Verdonk heeft het geprobeerd. Haar organisatie gaat roemloos ten onder. Geert Wilders heeft nu de conjunctuur mee. Hij kapitaliseert op de moslims die hij een dodelijk gevaar voor het vaderland acht, en de vrijheid van meningsuiting die volgens hem gesmoord dreigt te worden. Ik ben voor de absolute vrijheid van meningsuiting zoals de grote meerderheid in Nederland, veronderstel ik. Maar hier is dit geen punt in een politiek programma. De heer Wilders heeft een groot talent om een deel van de publieke opinie te mobiliseren. Dat blijkt uit de cijfers. Maar met de bestaande vrijheid van meningsuiting los je de crisis niet op. Door voortdurend schijnschandalen te veroorzaken bevorder je het oplaaien van een soort ouderwetse godsdiensttwisten en daarmee is nog nooit de werkgelegenheid bevorderd.

Henk Hofland is columnist van NRC Handelsblad. In 1999 werd hij uitgeroepen tot Nederlands journalist van de twintigste eeuw.