Het is net een stel puberende kinderen

Al zo lang zij zich kan herinneren hoort Suzanne stemmen in haar hoofd.

Omdat medicijnen niet helpen, heeft ze een goede relatie met hen opgebouwd.

Soms pakt Suzanne Engelen (33) tijdens een presentatie een sudoku uit haar tas. Dan begint ze, al pratend, te puzzelen. De stemmen in haar hoofd, die constant bekvechten en commentaar leveren, kunnen zo rustig de sudoku oplossen. En Suzanne kan zich beter concentreren op haar presentatie.

Al zolang ze zich kan herinneren hoort Suzanne stemmen. Eerst een paar, nu zo’n zestien. Op haar achtste had ze aan een vriendinnetje gevraagd hoeveel stemmen zíj hoorde, het vriendinnetje was hard weggerend en sindsdien weet Suzanne dat blijkbaar niet iedereen stemmen hoort.

Later is Suzanne, om zichzelf beter te leren kennen, sociaal pedagogische hulpverlening (sph) en gezondheidswetenschappen gaan studeren. Vanwege de stoornis borderline, kenmerken van schizofrenie en een aantal traumatische gebeurtenissen werd ze volledig arbeidsongeschikt verklaard. Nu is ze lid van het landelijk HEE! team, dat staat voor Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid. Het bestaat uit mensen die zelf psychiatrische aandoeningen hebben (gehad) en hierover voorlichting geven. Zo geeft Suzanne workshops aan mensen die ook stemmen horen, zo’n 2 tot 6 procent van de Nederlandse bevolking. Ook is ze lid van Stichting Weerklank, een organisatie voor stemmenhoorders.

Samen met Suzanne zit ik in de stationsrestauratie van Maastricht. Vooraf had ik per e-mail gevraagd of ze tijdens dit gesprek kan vertellen wat de stemmen zeggen. „Dat is lastig”, e-mailde ze terug. „Als ze iets zinvols of humoristisch zeggen, zal ik je dat melden. Maar het is niet de bedoeling dat ik naar de stemmen luister buiten het spreekuur om. Anders verlies ik de controle.”

Iedere avond tussen zes en zeven houdt Suzanne spreekuur met haar stemmen. „Die afspraak heb ik zo’n zeven jaar geleden met hen gemaakt, zodat ik de rest van de dag niet naar ze hoef te luisteren. In het begin sloeg ik het wel eens over, maar dan wordt het de volgende dag een zooitje. Het zijn net kleine kinderen. Lopen ze de hele dag te puberen en te etteren en maken ze zoveel herrie dat ik de buitenwereld niet goed kan horen.” Kinderachtig? Suzanne kijkt opzij. „‘Pffffffff…’, zegt er nu één. Ach ja, zelf ben ik ook nog wat kinderachtig.”

Op het spreekuur mogen de stemmen vertellen wat hen bezighoudt of dwarsligt. En als Suzanne voorlichting geeft, sluit zij compromissen. „Dan zeg ik: ‘oké, als jullie tussen drie en vijf stil zijn, gaan we daarna een stukje cabaret kijken, of film’. Dat vindt vooral de woordvoerder van de hele bubs, De Brutaalste, leuk.”

De Brutaalste, vertelt Suzanne, praat vaak in citaten. „‘Dat zeg ik. Gamma!’ Of in filmquotes, waarna ik moet uitzoeken uit welke film ze afkomstig zijn. ‘I’m pushing the rock, pushing the rock, pushing the rock!’ Ik denk dat het citaat afkomstig is uit de film Dr. Doolittle, maar De Brutaalste wil nog steeds weten welke van de drie delen. Ik kom er niet uit, dus als iemand het weet…”

Als kind voelde Suzanne zich vrij eenzaam en woonde ze in een buurt met weinig kinderen. Ze vond troost en gezelschap bij de stemmen. Suzanne: „Als ik bang was gingen zij met z’n allen liedjes zingen. De stemmen nodigden me uit, net als in het echte leven, om te komen spelen. Er werd overlegd wat we zouden gaan doen, zoals: verzin zo veel mogelijk dierennamen beginnend met de laatste letter van de voorgaande. Dan riep de één ‘tijger’ en de ander ‘rat’.”

Maar op haar dertiende kwam het omslagpunt. Suzanne wilde van de stemmen af en vroeg of ze weg wilden gaan. „Dat hebben ze gedaan. Maar op m’n zestiende kwam er één terug: een kwade, zware stem, afkomstig van het konijn op de muur van een kamer in het psychiatrisch kinderziekenhuis waar ik op dat moment in behandeling was. Het was de eerste stem waar ik bang van werd. De stem gaf me opdrachten. Bijvoorbeeld om mezelf pijn te doen of om niet meer tegen anderen te praten. Ik voerde het uit. Ik was doodsbang. Vluchten kon niet.”

Suzanne besloot weg te gaan. Naar Spanje, om een studie te volgen. Maar toen ze tijdens een wandeling langs een afgrond liep, kwam er een tweede boze stem bij. „Ik hoorde plotseling, uit het niets: ‘Spring dan! Spring dan!’, ik keek om me heen, maar zag niemand. De stem bleef me maar lastig vallen. Hij dreigde bijvoorbeeld mijn neefje wat aan te doen als ik niet op het spoor ging lopen. Een kwade stem, met een grote bek, die continu riep: ‘Je moet dood! Doe ’t! Je bent een watje!’ Het bleek De Brutaalste.”

In eerste instantie begreep Suzanne niet waarom De Brutaalste zo tegen haar deed. Dat kwam later, toen ze terug in Nederland werd opgenomen in het crisiscentrum. Daar ontmoette ze psychiater Dirk Corstens, hoofd van de stemmenpoli in Maastricht. Suzanne: „Hij vroeg of hij met De Brutaalste mocht praten. Dat vond De Brutaalste goed, ik gaf zijn antwoorden door. Het bleek dat De Brutaalste al langer met mij meekeek en vond dat ik nou maar eens moest kiezen. Tussen leven en dood. En er dan ook voor gáán. ‘Maar denk je dat Suzanne dat ook begrijpt, hoe jij het nu aanpakt?’, vroeg de psychiater. Het bleek dat De Brutaalste een soort omgekeerde psychologie bedreef. Het was een strategie. ‘Suzanne is een vechter, maar eigenwijs’, vond hij.”

Sindsdien weet Suzanne dat de stemmen in haar hoofd het goed bedoelen en heeft ze geleerd om met hen te communiceren. „Ze gaan niet meer weg, dus kun je maar beter een goede relatie met ze opbouwen. Vroeger was het ‘Flikker op!’, als er één zei dat ik me van kant moest maken. Nu zeg ik: ‘Maar wat wil je daarmee bereiken? Dan ben jij toch ook dood?’ Langzaam is onze verstandhouding verbeterd, al deed De Brutaalste eerst nog wel boos. Via gesprekken met de psychiater kwam ik er toen achter dat hij bang was dat de psychiater hem weg zou sturen. Maar inmiddels kunnen we alle drie, de psychiater, De Brutaalste en ik, goed met elkaar opschieten. Sterker nog, De Brutaalste is een goede vriend geworden.”

Wat hielp was dat Suzanne de stemmen beschouwt als een spiegel van haar eigen gemoedstoestand. „Voel ik me rot, dan kraken ze me af. Ben ik vol zelfvertrouwen, dan zijn ze vrolijk. Eén van de stemmen is een sirene. Voel ik me overvraagd, dan gaan bij mij letterlijk de alarmbellen rinkelen.” De stemmen zouden boodschappers zijn die haar iets duidelijk proberen te maken. Uit onderzoek is ook wel gebleken dat stemmen vaak ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis zoals een overlijden of een scheiding. Suzanne: „Ze duiden op onverwerkte emoties. De Lieve Vrouwenstem bijvoorbeeld hoorde ik voor het eerst na de dood van mijn oma, aan wie ik erg gehecht was. Ze klinkt ook als mijn oma.”

Inmiddels zou Suzanne niet meer zonder ze kunnen. „Een paar jaar geleden waren ze allemaal weg. Ik werd gek van de stilte. Ik kende het niet. Vond het beangstigend. Nu heb ik er méér dan genoeg.”

Suzanne kijkt weg. Stilte. Dan: „Ah, ‘dan moet je een groter hoofd kopen’, zegt De Brutaalste nu. Ach ja, soms is het wel lastig. Tegen feestjes of drukte kan ik niet: te veel prikkels. En soms zit ik er echt niet op te wachten. Hoor ik opeens weer gegniffel als ik niet gestoord wil worden. Je hebt nooit privacy.”

Lastig is ook dat Suzanne weinig aan slapen toekomt. „Als dan eindelijk iedereen stil is, wordt Professor Anderling, van Harry Potter, wakker. Die helpt me ’s nachts mijn ideeën op papier zetten. Maar daardoor slaap ik gemiddeld niet meer dan twee tot vijf uur per nacht. Ongeveer eens in de maand neem ik daarom een anti-psychoticum, waarvan ik soms zestien uur achter elkaar slaap. Bijtanken.”

In het restaurant loopt een vrouw met een aparte muts langs. Suzanne moet lachen. „‘Alsof ze een bijenkorf op haar hoofd heeft’, roept De Brutaalste nu.”

Welke stemmen ze nu hoort? Stilte. Dan: „Eén zingt mee met de muziek, de jongste van zes is al de hele ochtend aan het zeuren om een ijsje, op de achtergrond hoor ik wat geroezemoes en De Brutaalste blijft maar herhalen dat ik nog van alles moet vertellen. Hij wil dat ik ons forum voor stemmenhoorders noem. Het heeft nog wat weinig leden. Ook wil hij graag dat ik vertel dat stemmen horen geen ziekte is, maar dat je er wel ziek van kunt worden.”

De Brutaalste, vertelt Suzanne, vindt het prima dat er nu over hem wordt gepraat. „Maar dat geldt niet voor alle stemmen. Ik heb het van tevoren tijdens het spreekuur gevraagd. Sommigen zeiden: ‘we willen niet dat anderen over ons horen’. Die houden nu eenmaal niet van al die aandacht van de buitenwereld. Ook als mensen vragen wat de stemmen van hen vinden, willen ze niet altijd dat ik dat vertel.”

Ik probeer het toch. Wat ze van de interviewer vinden? „Toen jij het restaurant binnenliep riepen de stemmen: ‘Hij is nog zo jong!’, ‘Zou-ie wel echt journalist zijn?’, ‘Zou hij überhaupt al wel een diploma hebben?’, ‘Diploma? Volgens mij ruik ik babypoep!’ En toen ik je van tevoren googelde, stuitte ik op een artikel waarin jij jezelf levend liet begraven. ‘Heeft-ie dat écht gedaan?’, vroeg De Brutaalste. ‘Ha, en dan zeggen ze over jou dat jíj gek bent…’”

Bezoek het forum voor stemmenhoorders en geïnteresseerden op health.groups.yahoo.com/ group/stemmenhoren Meer informatie vind je op de site van Stichting Weerklank: www.stemmenhoren.nl