Hard werken, hard lopen, hard lachen, hard saneren

Jos Nijhuis is net topman van Schiphol en heeft meteen een sanering aangekondigd. Kan de hardloper met zijn scherpe tong ook overweg met de onvermijdelijke politici?

Hard werken en hard lopen gaan bij Jos Nijhuis sinds jaar en dag hand in hand. Mens sana in corpore sano is het adagium van de nieuwe topman van Schiphol: een gezonde geest in een gezond lichaam.

Bij PricewaterhouseCoopers (PwC), de accountantsorganisatie waarvan hij de laatste zes jaar bestuursvoorzitter was, zette hij vanuit deze filosofie een compleet programma op. Eerst was het een uit de hand gelopen grap; met een ploeg naar de marathon van New York. Daarna organiseerde PwC onder zijn leiding trips voor driehonderd medewerkers en klanten naar Boedapest, San Sebastian en Marseille. Het werd een Connected Running-programma (afgeleid van de reclameslogan Connected Thinking). Hij zei hierover: „Mijn overtuiging is dat je in een gezond lichaam veel beter functioneert. Als je een adviseur tegenover je hebt zitten die er niet uitziet – extreem wit, uitpuilende ogen en loszittende tanden – is dat niet prettig zaken doen.”

Willem Bröcker, voorganger van Nijhuis als bestuursvoorzitter van PwC: „Hij heeft mij ook aan het hardlopen gekregen. Tot stomme verbazing van mijzelf en van mijn omgeving heb ik vorig jaar de Dam-tot-Damloop gelopen. Connected Running was natuurlijk een ongebruikelijk initiatief. In plaats van eten met klanten, rennen met klanten.” Is het ook een vorm van zendingsdrang? „Zo zou ik het niet willen noemen”, zegt Bröcker, „maar hij is wel iemand die met passie intern en extern zijn mening erover uit.”

Ook de huidige Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, Bernard Welten, was een ‘hardloopslachtoffer’. Welten: „We wonen bij elkaar in de buurt in Warmond. Als Jos langsliep, zwaaide hij naar mij alsof hij wilde zeggen: ‘Kom op Welten, niet zeuren maar lopen.’ En het werkte. We lopen nu regelmatig met een aantal door Jos geïnspireerde lopers.”

Niet iedereen wist hij over te halen. Boudewijn Beerkens, ex-collega bij PwC en nu financieel directeur van uitgever Wolters Kluwer: „Ik heb vanaf dag één gezegd dat ik niets voor hardlopen voelde. Bij Jos moet je duidelijk zijn, omdat hij je anders toch over de streep trekt. Hij is fanatiek, hij heeft het karakter van een ijzervreter.”

Deze week presenteert de 51-jarige Nijhuis de jaarcijfers van Schiphol, dat zwaar lijdt onder de economische crisis en de vorig jaar ingevoerde vliegtaks. De eerste grote daad van de op 1 januari officieel begonnen Nijhuis: een forse reorganisatie afkondigen.

Nijhuis is de zoon van een kruidenier uit Utrecht. „Zijn afkomst heeft hem getekend”, zegt zijn goede vriend Peter van der Bel. „Ik herken het, we komen allebei uit een zijstraat. Dat verloochen je niet, maar je wilt wel verder. Jos had van jongs af aan bepaald dat zijn latere leven niet in het teken zou staan van het afwegen van diepvrieskippen.”

Nijhuis is een harde werker en verlangt dat ook van zijn medewerkers. „Als er in het weekend doorgewerkt moest worden, moest je niet met een slap excuus komen dat je schoonmoeder op bezoek kwam of zo”, zegt Beerkens. „Nijhuis verwacht dat je er bent als het nodig is. Maar hij is niet iemand die delegeert en er dan zelf niet is. Hij was er altijd als in het weekend of in een nacht doorgehaald moest worden.”

Het harde werken heeft hij van huis meegekregen. Hij werkte mee in zijn vaders buurtsuper, zat op zijn elfde achter de kassa. Zijn oudste broer nam de winkel over, zijn vader raadde hem aan accountant te worden. Dat leek hem wel wat. „Het was mij opgevallen dat met de accountant die de zaken van mijn vader hielp beredderen veel, zo niet alles, werd besproken. Ik had zelfs het gevoel dat die man ook over mijn zakgeld ging. Aan zijn woorden werd niet getwijfeld, dat gezag”, zei hij een keer in Elsevier.

Hij volgde mavo, havo en de heao, die hij snel afrondde. Na drie jaar bij de kleinere accountantsorganisatie Berk stapte hij over naar Coopers & Lybrand, dat later fuseerde met Pricewaterhouse. Zijn werklust viel snel op, nog voor zijn 30ste was hij partner, de jongste ooit onder de controlerende accountants.

Gert van Noord, toen collega bij Coopers & Lybrand, nu werkzaam bij WE International: „Jos werkte, enorm efficiënt, dag en nacht. Zo had hij zijn sporen al verdiend op zijn dertigste. Hij kan ontzettend snel en goed knopen ontwarren en neemt dan snel een beslissing waar hij niet meer van terugkomt.”

Zijn doel was hogerop te komen, zegt Peter van der Bel, die Nijhuis in die tijd leerde kennen. „We kennen elkaar van de zwangerschapsgym, met onze vrouwen, eind jaren tachtig. In diezelfde tijd begonnen onze carrières. Bij Jos merkte ik al dat hij voor het hoogst bereikbare wilde gaan. Hij stelt zichzelf een doel en gaat er voor.”

Hard werken en hard lachen, zo kenschetsen zijn collega’s hem. „Jos kan met een goedgeplaatste grap het ijs breken tijdens een lange spannende vergadering, weet Van Noord. Jack de Kreij, nu financieel directeur van Vopak, weet nog goed dat ze samen naar Suriname en de Antillen werden gestuurd om een cursus te geven aan de partners daar. „We kwamen op zondagochtend aan en hadden voor de grap gezegd dat we ’s middags om 2 uur zouden beginnen. We dachten dat er niemand zou zitten. Maar iedereen zat klaar. We hadden onszelf een vrije middag door de neus geboord.”

Willem Bröcker haalde Nijhuis in het bestuur van PwC, een jaar na de fusie tussen Coopers & Lybrand met Pricewaterhouse. „Het was mijn bedoeling dat hij mij zou gaan opvolgen. Dat gebeurde al na een jaar, sneller dan gedacht, omdat ik overstapte naar de internationale organisatie. Maar hij was er gewoon klaar voor.”

Het geheim van Nijhuis, zegt Bröcker, is dat hij zich „makkelijk bewoog in een kantoor met verschillende disciplines als accountants, fiscale adviseurs en financiële adviseurs”. Daardoor kreeg hij niet alleen veel accountants aan het rennen, hij zette ook het thema diversiteit op de agenda. Hij was twee jaar voorzitter van het Ambassadeursnetwerk, een initiatief waarin bestuursvoorzitters elkaar stimuleren om meer vrouwen op hoge posities te krijgen.

Vriend Jan Bout, bestuursvoorzitter van ingenieursbureau HasKoning, zat in de groep van Nijhuis. „Diversiteit in een accountantsorganisatie of een ingenieursbureau is geen makkelijk onderwerp. Maar hij weet dingen in beweging te zetten, is wars van luchtfietserij. Het is heel makkelijk aan windowdressing te doen, maar dan kom je jezelf tegen. Daar houdt hij dan ook niet van.”

Trude Maas, commissaris bij Schiphol: „Hij vindt zelf dat hij bij PwC niet voldoende heeft bereikt. Daarmee doet hij zichzelf tekort. Het was hem menens, geen mooie pr-praat zoals ik dat bij andere bestuursvoorzitters vaak genoeg zie. Hij heeft het onderwerp goed overgedragen aan zijn opvolger. Ook hier bij Schiphol heeft hij op diversiteitsgebied nog wel wat te doen. Maar dat is niet het allerbelangrijkste waar hij nu bij deze organisatie voor staat.”

Zijn overstap naar Schiphol kwam voor zijn naaste omgeving niet als een verrassing. Bröcker: „Hij had er bijna twee termijnen op zitten bij PwC, en dan is de keuze: terug de organisatie in of iets anders doen. Schiphol past goed bij hem, een groot bedrijf met een maatschappelijke functie en veel groepen belanghebbenden. Hij zal snel zijn lijn uitzetten.”

Volgens Peter van der Bel is aanzien ook van belang voor Jos Nijhuis. „Rector van een school zou hij nooit willen worden, dat zou te weinig statuur hebben. Ik ben benieuwd wat hij van zijn salaris vindt bij Schiphol. Bij PwC was hij een van de fat cats en aan die luxe is hij wel gehecht. Bij Schiphol zal hij wel minder krijgen.”

De partnerbeloning bij PwC loopt snel op tot boven het miljoen. Waar andere kandidaten voor Schiphol afhaakten wegens het salaris van 365.000 euro, had Nijhuis kennelijk geen moeite met de achteruitgang. Hij heeft in dienst van de luchthaven wel recht op bonussen, die kunnen oplopen tot 35 tot 50 procent van zijn salaris, als hij doelstellingen op gebied van duurzaamheid en terugdringen van geluidsoverlast bereikt.

Nijhuis treedt aan op een moment dat de luchtvaart keihard wordt getroffen door de mondiale economische crisis. Hierdoor zal dit jaar 10 tot 25 procent van de banen verdwijnen.

Zijn zojuist gepensioneerde voorganger Gerlach Cerfontaine, die tien jaar lang Schiphol leidde: „Voor Nijhuis is het wellicht makkelijker dan voor mij om te saneren. Hij is nieuw en nog niet zo gehecht aan bepaalde mensen. Het is een stevige jongen, die zijn mannetje staat in moeilijke tijden.”

Boudewijn Beerkens beaamt: „De reorganisatie bij Schiphol is hem toevertrouwd. Als bestuursvoorzitter van PwC heeft hij de politieke handigheid daarvoor ontwikkeld. Juist in zo’n organisatie, met eigenwijze partners die allemaal gelijk zijn, moet je consensus bouwen. Daar kun je niet met je vuist op tafel slaan.”

Trude Maas was als commissaris van Schiphol betrokken bij de benoeming van Nijhuis. „Natuurlijk is Schiphol een heel andere organisatie dan PwC”, zegt ze. „Daar had hij te maken met 250 partners, als kikkers in een kruiwagen. Als je dat goed kan managen, zegt dat wel wat, hoewel het wel iets anders is dan een terminal bouwen of lobbyen in Den Haag. Maar hij heeft veel meegekregen door rond te kijken bij de grote bedrijven die zijn klanten waren. Wij kunnen daarvan profiteren. Schiphol is bijna een monopolist; daar wordt minder gevoeld dat je die lean and mean moet houden. Voor zoiets heb je de tucht nodig van een stevige topman.”

Cerfontaine had vaak een wat moeizame relatie met de bewonersorganisaties rondom Schiphol, die ageren tegen de geluidsoverlast. Nijhuis is meteen met de bewoners gaan praten, en nam hen voor zich in.

Theo Backx, van bewonersvereniging Hoofddorp-Noord: „Bij de eerste bijeenkomst kende hij direct alle namen van de mensen aan tafel en hij wist ook hun bijzonderheden. En hij liet iedereen uitspreken. Daardoor vindt iedereen hem gelijk aimabel. Hij kan bruggen bouwen en de rust laten terugkeren.”

De bewonersgroepen hebben vooralsnog de vriendelijke kant van Nijhuis gezien, die door iedereen wordt geprezen. Maar oud-collega’s omschrijven Nijhuis als iemand die de confrontatie niet schuwt. „Hij kan mensen tegen zich in het harnas jagen, hij kan zeer recht voor zijn raap zijn”, zegt zijn oude baas Willem Bröcker. „Dat heb ik ook meegemaakt binnen de internationale organisatie van PwC, waar veel wordt gesproken over meer integratie tussen de nationale maatschappen. Daar kon hij zeer eigenwijs zijn en onorthodoxe standpunten innemen. Hij vreesde een grotere internationale bureaucratie. Zeker de Engelse en Amerikaanse collega’s stonden nogal eens te kijken van zijn scherpe bewoordingen.”

Met nieuwsgierigheid wordt dan ook uitgekeken naar de onvermijdelijke contacten tussen Nijhuis en Haagse politici. Met de collega-bestuursvoorzitters van de grote vier accountantsorganisaties trok hij regelmatig samen op in Den Haag.

„Hij kon zich flink opwinden dat veranderingen daar niet zo snel gaan”, weet Ben van der Veer, die vorig jaar zijn bestuursvoorzitterschap bij KPMG opgaf. „Bij de herziening van de de Wet toezicht accountantsorganisaties liep hij te mopperen dat het allemaal ‘wel erg stroperig’ was in Den Haag. Daar kon hij slecht tegen, en dat zei hij dan ook. Het is begrijpelijk, maar het helpt je niet altijd verder. Als hij voor Schiphol in Den Haag zit, zal hij wel af en toe tot 10 moeten tellen, voordat hij iets zegt.”

Beerkens kenschetst zijn oudcollega en vriend als een man die wars is van politieke spelletjes en niet houdt van geneuzel. „Hij zal niet schromen om duidelijk te maken als hij iets niet ziet zitten. Dat zal hem bij journalisten een graag gezien iemand maken, zijn pr-functionarissen zullen er nog wel eens de scherpe kantjes bij hem af moeten slijpen.”

Of hun dat al is gelukt, zal donderdag op de persconferentie moeten blijken.