Eenzame opsluiting

Het separeren van kinderen in psychiatrische instellingen mag alleen als dat „onontkoombaar” is, liet de toenmalige minister van Volksgezondheid, Borst (D66), tien jaar geleden weten. Anno 2009 is de vraag of altijd aan deze voorwaarde wordt voldaan. Een artikel in deze krant van afgelopen zaterdag wekt de stellige indruk dat dit niet zo is.

Uit onderzoek is gebleken dat separatie, eenzame opsluiting in kale cellen, ook voorkomt bij overlast of wanneer er te weinig personeel in de instelling beschikbaar is. Dat lijkt moeilijk onder de definitie van ‘onontkoombaar’ te scharen.

Die voorwaarde was niet zo maar een opvatting van de minister, maar is terug te lezen in de Wet Bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Daarin wordt separatie als een ultimum remedium gezien, niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen. De huidige bewindslieden van Volksgezondheid, minister Klink (CDA) en staatssecretaris Bussemaker (PvdA), hebben separatie ook omschreven als „een uiterste redmiddel en vaak geen wenselijke oplossing”.

Klink heeft vooruitgang bespeurd, omdat het aantal separaties afneemt. En volgens cijfers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft hij gelijk als het gaat om kinderen in psychiatrische instellingen: een daling van 522 in 2007 naar 346 in 2008. Maar hier past de kanttekening bij dat andere jeugdzorginstellingen ook mogen separeren, terwijl ze hier geen melding van hoeven te maken. Bovendien vallen vrijwillige separaties buiten de tellingen. Waar het overgangsgebied tussen vrijwillig en zachte dwang nogal grijs gekleurd is, komt dit de betrouwbaarheid van deze registraties niet ten goede.

Separaties komen in Nederland vaker voor dan in vergelijkbare landen waar eerder wordt gegrepen naar het middel van de dwangmedicatie. Daar is ongetwijfeld ook het nodige op af te dingen. Maar dat doet niet af aan het feit dat in Nederland de politieke wens leeft om minder mensen in isoleercellen op te sluiten. Waar het gaat om kinderen, zal dat des te meer gelden. De inspectie, brancheorganisaties, beroepsverenigingen en cliëntenorganisaties uit de zorgsector hebben die intentie zelf ook uitgesproken in een verklaring die ze op 18 november jl. hebben ondertekend.

Waarmee niet gezegd is dat separatie verboden moet worden. Er kunnen zich situaties voordoen waarin het opsluiten in een isoleercel onvermijdelijk is. Maar wel is het van groot belang dat er een einde komt aan de praktijk die de inspectie eind vorig jaar signaleerde: „Het separeren blijkt [..] zo vergroeid te zijn met het doen en laten [..] dat veel instellingen separatie niet langer als een ongebruikelijke of onwenselijke interventie ervaren.”

Aan de omgang met psychiatrische patiënten kan het beschavingsniveau van een maatschappij worden gemeten, zo wordt wel gezegd. Als kinderen, als gevolg van personeelsgebrek of door andere oorzaken die niet tot het uiterste redmiddel horen te nopen, hun tijd in een kale cel moeten verbeiden, stemt dat dus somber over onze samenleving.