Een foute leus blijft heus een foute leus

Twee jongeren werden onlangs veroordeeld tot geldboetes en werkstraffen wegens het uitspreken van ”onnodig kwetsende teksten” gedurende een demonstratie tegen de inval van Israël op Gaza. De pers gebruikt in zijn berichtgeving echter dezelfde kwetsende teksten onverbloemd - en naar mijn mening zelfs gretig - om zo `de ernst van de situatie` beter weer te kunnen geven. Maar komen dergelijke kreten als ze uitgesproken worden door Jeroen Pauw of Sacha de Boer dan ineens minder hard aan? Of wanneer ze vetgedrukt op de voorpagina van de dagbladen staan? Zou in de krant of op televisie als omschrijving van de feiten de term `antisemitische leuzen` of de zinsnede `het uitspreken van onnodig kwetsende teksten` niet volstaan? De intentie waarmee de opruiende teksten vanuit krant en televisie worden gebracht mag anders zijn dan die van de aangeklaagde jongens, maar de inhoud blijft dezelfde. Daarbij komt dat de zo gevreesde haatzaaiende factor door de reikwijdte van de media op deze manier alleen maar wordt vergroot: zowel tegen de bevolkingsgroep die de uitspraken deed als tegen de groep waartegen de slogans in eerste instantie waren bedoeld. Een denkbaar verweer van de pers op dergelijke aantijgingen zou kunnen zijn dat de precieze herhaling van de gedane uitspraken belangrijk zijn bij het voeren van een maatschappelijk debat. Maar ik vind persoonlijk het `Oooh-hij-zei- klootzak!-syndroom` wel een beetje hypocriet, en niet echt bevorderlijk voor een betere samenleving.

Brieven en opiniestukken graag sturen naar opinext@nrc.nl.