De wapens van Chávez

Als mannen wat langer aan de macht zijn, hebben ze het vaak niet meer zo op een beoordeling van hun eigen functioneren. Naar verloop van tijd krijgen deze ‘leiders’ minder ‘affiniteit’ met tussentijdse evaluatie. Zij zelf weten, dankzij hun ervaring, immers beter wat goed is voor hun ondergeschikten dan die ondergeschikten zelf.

Chávez (54), sinds 1998 president van Venezuela, behoort tot deze groep. Maar omdat hij zich een „soldaat van het volk” noemt, kan hij dat niet onomwonden zeggen. Om de haverklap grijpt hij dus naar het wapen van het plebisciet. Zoals gisteren, het tweede referendum in vijftien maanden.

Constitutioneel zou Chávez eind 2012, na tweemaal een ambtstermijn van zes jaar, moeten plaatsmaken voor een nieuwe president. Eind 2007 probeerde Chávez deze limiet per referendum al ongedaan te maken. Hij verloor toen nipt. Gisteren won hij wel. Bij de presidentsverkiezingen van 2012 is Chávez er dus weer bij. „Behalve als God anders beschikt, behalve als het volk anders beslist, is deze soldaat nu reeds kandidaat”, zei Chávez vannacht vanaf zijn balkon.

Volgens buitenlandse waarnemers valt er op de uitslag van gisteren weinig af te dingen. Van fraude was geen sprake. Formeel mag de verkiezingsdag dan ‘vrij en eerlijk’ zijn verlopen, feitelijk heeft Chávez het referendum naar zijn hand kunnen zetten door het staatsapparaat onbeschroomd te gebruiken. Een werknemer van het nationale olieconcern of het telefoonbedrijf moest van goeden huize komen om ‘nee’ te stemmen.

Dat wil niet zeggen dat er reden is om over te gaan tot de orde van de dag. Zelfs Chávez is niet zeker van zijn zaak. Als president van een energie-exporterend land heeft hij het tot nu toe makkelijk gehad. Sinds hij tien jaar geleden aan de macht kwam, leek de olieprijs maar te blijven stijgen: van minder dan 15 dollar per vat in 1998 naar ruim 140 dollar in 2008.

Door de recessie is Chávez nu nog net niet terug bij af. Zijn overheidsbudget is intussen wel voor de helft afhankelijk van de export van olie gebleven. Het wordt daardoor moeilijker voor hem om zijn sociale beleid, waarmee hij de armere lagen van het volk voor zich heeft gewonnen, voort te zetten.

Voeg aan deze budgettaire krimp toe dat de inflatie juist onverminderd hoog blijft – een trend in veel landen die eenzijdig teren op de export van grondstoffen – en de toekomst van Chávez zou wel eens een stuk minder stabiel kunnen zijn dan hij zelf roept. Regionale verkiezingen drie maanden geleden bleken daarvan al een voorproefje. De volgelingen van de president leden toen opmerkelijke nederlagen.

Om zulke tegenslagen te voorkomen, kan Chávez door de lage olieprijs niet meer alleen vertrouwen op sociaal beleid, referenda of verkiezingen die hij kan domineren. Sociaal protest laat zich niet zo makkelijk met politieke manipulatie de kop indrukken. Chávez mag nu dan eindeloos president kunnen blijven, de garantie dat hij in 2012 gewoon gekozen wordt, heeft hij niet. Het is niet uitgesloten dat hij tegen die tijd een ander wapen zal moeten inzetten.