De schilder zo dicht mogelijk bij God gebracht

Moesten schilders de natuur nabootsen of juist idealiseren? Thijs Weststeijn schreef met The Visible World (AUP, €49,50) een indrukwekkende en vernieuwende studie hierover, schrijft Bram de Klerck. ‘De rode draad bij Weststeijn vormt het concept „de zichtbaere werelt”. Essentieel is de opvatting van een „volmaeckte Schildery als een spiegel van de Natuer”. „De gedetailleerd-natuurgetrouwe” weergave van de werkelijkheid is een belangrijke verbindende factor in het werk van veel Hollandse meesters. Een voorbeeld van Weststeijns vernieuwende visie op zowel de theorieën van de 17e eeuwer Samuel Van Hoogstraten als op de schilderkunst die hij behandelt, is zijn poging de ideeën over de natuurgetrouwheid tegenover de verbeelding met elkaar te verenigen. Van Hoogstraten leek aan te sluiten bij ideeën over de natuur als „tweede Bijbel”, als hij stelt dat de schilderkunst haar beoefenaars gelukkig maakt door het uitbeelden van „de schoonste werckstukken des wonderlijken scheppers”. Weststeijn oppert de mogelijkheid dat Van Hoogstraten tegelijkertijd de opvatting aanhing dat de weergave van de natuur de schilder zelf dichter bij God brengt.’