De krimpende economie reikt tot in de winkelstraat

De Kanaalstraat in Utrecht, met veel winkels gericht op allochtonen, heeft last van de crisis. De omzet van veel winkeliers is ingezakt. „Ik verkoop nog maar zestien dozen patat per week.”

Reçep Arslam van de Ulu Moskee in de Utrechtse Kanaalstraat merkt het als hij de mensen vraagt om een bijdrage voor de bouw van de nieuwe moskee. „Vroeger gaven mensen briefjes. Tegenwoordig zijn het dubbeltjes en stuivers.” Het Moskeebestuur, dat de donaties hard nodig heeft voor de geplande nieuwbouw, twijfelt er niet langer over. De recessie zit al bij de mensen in de portemonnee.

Met zijn talloze vooral door Turken en Marokkanen gerunde groentenwinkeltjes is de Kanaalstraat populair bij Utrechtse allochtonen. De straat begin vlak achter het centraal station en loopt door de vooroorlogse wijk Lombok. De klanten komen niet alleen af op de mediterrane sfeer, maar vooral ook op de lage prijzen.

„Je hebt geen trouwe klanten. Als het ergens anders ook maar een cent goedkoper is, dan gaan ze daar naar toe”, zegt Mehmet Arisoy. Hij heeft zijn winkel, volgepakt met kookolie, rijst, spliterwten en andere etenswaar, kort geleden van een familielid overgenomen. Maar de eerste maand van het jaar viel erg tegen. „De omzet is heel slecht geweest.” Arisoy wil tot eind maart kijken hoe de zaken lopen. Gaat het dan niet beter, dan wil hij zijn winkel anders inrichten. „Ik ga kant en klare maaltijden verkopen, dat levert meer op.”

Voorzitter John Smit, zelf kapper, van Winkeliersvereniging Lombok is somber over de kansen van de groentenwinkels in de Kanaalstraat. „Eigenlijk hebben wij al een crisis achter de rug en nu komt dit er ook nog bij.” De Kanaalstraat was de afgelopen jaren vrijwel onbereikbaar. Aan het einde van de straat is een brug gerenoveerd, waardoor mensen moeilijk met de auto de straat in konden komen. „Het was toen heel stil in de Kanaalstraat.”

En Smit heeft het dan nog niet over de hogere parkeertarieven gehad die twee jaar geleden zijn ingevoerd. „Mensen komen voor een kilo appels en dan moet je 2,30 euro betalen voor een uur parkeren.” Door de beperkte bereikbaarheid hebben veel groente- en fruitwinkels het volgens Smit moeilijk. „De huren zijn hoog en de marges zijn laag, omdat er veel dezelfde winkels zijn die elkaar op prijs beconcurreren. Je vraagt je soms af hoe ze het doen.” Smit vreest dat niet alle winkels in de Kanaalstraat de financiële crisis zullen doorstaan. „Bij veel winkeliers staat het water nu al tot aan de lippen.”

Juwelier Yous Yildrim hangt als een verslagen bokser in zijn stoel die hij in een hoek van zijn winkeltje heeft geduwd. Achter het glas van de vitrines blinken horloges, gouden kettingen, armbanden en andere sierraden. „Het gaat steeds slechter. Als het zo blijft, dan moet ik stoppen. Dan gaan alle winkels hier in de straat failliet.” Zijn makker die naast hem zit wijst door de glazen deur naar buiten. „Twee, drie jaar geleden had je de straat moeten zien. Op een dag als deze was het toen nog vreselijk druk.”

Ergün Atasever heeft tegenwoordig genoeg aan één man personeel achter de toonbank van zijn shoarmarestaurant. „Voor de crisis had ik er twee.” Niet alleen het personeelsbestand zaak is gehalveerd. Ook de omzet is drastisch teruggelopen. „Tweeëndertig dozen patat per week verkocht ik. Dat zijn er nu nog maar zestien.”

Bij reisbureau Beytours maakt directeur-eigenaar Aydin Çanak zich in tegenstelling tot zijn buren nog geen zorgen. Het afgelopen jaar zag hij zijn omzet 10 procent stijgen. En voor 2009 houdt hij rekening met een gelijkblijvende omzet. „Ik verkoop vooral aan allochtonen”, legt hij uit terwijl hij in zijn bureaustoel tevreden achterover leunt. „Die blijven vliegen. Soms wel vijf keer per jaar.”

De groenten en fruit die aan het begin van de Kanaalstraat niet worden verkocht, belanden deels bij de voedselbank van Lucia de Bree aan het einde van de straat. In buurthuis de Wijkplaats, vlak bij de nu in vrolijke kleuren geschilderde brug, lopen op woensdagmiddag tientallen mensen rond. Ze komen voor een gratis voedselpakket. De Bree: „We ondersteunen nu zo’n vijftig huishoudens en daarmee zitten we wel aan het maximale wat hier mogelijk is.”

De Bree verwacht dat in de loop van het jaar steeds meer mensen bij haar aan zullen kloppen. De voedselbank in Utrecht zou een groot magazijn moeten hebben waar het eten van verschillende leveranciers kan worden verzameld en verdeeld over de stad, zegt ze. „Laatst zat ik hier in een keer met kilo’s varkensvlees. Maar omdat veel mensen hier moslim zijn, wilde niemand dat hebben.”