Cabareteske pestkop én vader in verwarring

Cabaret Zonder pardon, door Theo Maassen. Gezien: 15/2 in De Spiegel, Zwolle. Tournee t/m 19/6. Inl. www.theomaassen.nl *****

De Nederlandse landkaart staat in diverse variaties op het achterdoek van Zonder pardon, de nieuwe voorstelling van Theo Maassen. Een paar keer correct, maar net zo vaak gespiegeld en ondersteboven. Bovendien druipt de kaart een beetje, alsof hij nat is. Zouden het tranen zijn? Het land is in de war, kortom, en de cabaretier is dat óók. Hij weet niet hoe het verder moet, zegt hij. De toekomst is niet meer wat ze is geweest.

Zonder pardon volgt op Tegen beter weten in, het programma dat Maassen drie bekroningen opleverde: de theaterprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Prijs van de Kritiek en de Poelifinario, de prijs voor het beste cabaretprogramma van het seizoen. Het wonder van die voorstelling was de vlekkeloze verbinding die hij maakte tussen particulier verdriet over de dood van zijn ouders en zijn geëngageerde woede over terrorisme en ander wereldleed. En het wonder van zijn nieuwe programma is dat hij daar nu opnieuw in slaagt.

Maassen vertelt in deze voorstelling over zijn vers verworven vaderschap, dat vanzelfsprekend de vraag oproept in welke wereld dat kind is neergezet. Zo’n uitgangspunt zou makkelijk kunnen ontaarden in gemeenplaatsen, maar niet bij hem. Zijn straatvechtershouding is niet veranderd, en zijn hang naar gespierde grappen evenmin. Daardoor kan hij het zich zelfs permitteren een fotootje van de pasgeborene uit zijn broekzak te halen en aan de zaal te laten zien, zonder dat het larmoyant is. Integendeel: het maakt zijn bekommernis over een aanstaande zondvloed, over gevaarlijke volksmenners en over moslimfundamentalisten des te waarachtiger.

Het is alsof het allemaal ter plekke ontstaat, zo logisch schakelt hij heen en weer tussen de rol van cabareteske pestkop en die van de jonge vader in verwarring.

Maassen is een meester in het besluipen van zijn onderwerpen; hij zoekt en zoekt naar een zwakke plek, maar de satirische dreun komt meestal toch net weer uit een onverwachte hoek. Hij vertraagt en versnelt zonder ook maar één moment zijn greep op de zaal te verliezen. Ook alle stiltes zijn spannend, omdat hij ze zelf steeds weer aan stukken scheurt. En als hij het ene moment serieus iets lijkt te hebben beweerd, trekt hij daar vaak meteen weer het vloerkleed onderuit. Waardoor elke redenering op losse schroeven komt te staan. Maassen beoefent een soort hardop nadenken op hoog niveau waarbij hij de argumenten en de tegenargumenten voortdurend op elkaar laat botsen.

Zonder pardon wemelt ook weer van de verrassende vergelijkingen (staatssteun voor banken tijdens een kredietcrisis is als „Viagra beschikbaar stellen aan pedofielen”) en de provocerende platvloersheden die hij hij als „vieze praatjes” betitelt en soms onschadelijk maakt met de woorden „bah, Ome Willem, bah!” Bovendien omvat dit programma minstens één conference die klassiek gaat worden – een lachwekkende tirade over de leeuwen op het wapen dat op de voorkant van ons Nederlandse paspoort staat. Zodra dat nummer op YouTube te zien zal zijn, wordt het een hit. Als visitekaartje van een subliem cabaretprogramma.