´Besnijdenis geen religieuze eis´

Eerst zou in Soedan een totaal verbod van vrouwenbesnijdenis komen, maar nu opeens niet. Activiste Amna Hassan moet weer aan het werk.

De dag vóór Zero Tolerance Day, 6 februari, besloot de Soedanese regering bij nader inzien niet alle vormen van vrouwenbesnijdenis te verbieden. De Soedanese activiste dr. Amna Abdel Rahman Hassan hoorde het nieuws in Nederland, waar ze een conferentie over vrouwenbesnijdenis bijwoonde. „Ik was geschokt”, zegt Hassan in een vraaggesprek in Utrecht bij de interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie ICCO, een van de internationale sponsors van haar campagne.

De Soedanese psychologe voert al meer dan 30 jaar campagne tegen deze verminkende praktijk die in Soedan en veel andere Afrikaanse landen veel vrouwen het leven kost en vele malen meer vrouwen een leven vol pijn bezorgt. Een jaar geleden maakte de Soedanese minister van Vrouwen- en Kinderwelzijn, Samia Ahmad Muhammad, nog bekend dat vrouwenbesnijdenis was verboden en dat het land tegen 2010 ervan vrij zou zijn. Daarvan is het kabinet nu teruggekomen.

Vroeger werden bijna alle islamitische meisjes in Soedan op vier- tot zes-jarige leeftijd besneden, ook Amna Hassan; nu is dat nog een kleine 70 procent. De christelijke en animistische meisjes in Zuid-Soedan blijft wat officieel vrouwelijke genitale verminking heet bespaard. Niet omdat vrouwenbesnijdenis een islamitisch voorschrift is – koptische meisjes in Noord-Soedan worden ook besneden. Besnijdenis is een tribaal bepaalde culturele traditie, die hun stammen niet volgen.

Hassan begon in 1970 op de universiteit in Khartoum te lezen en debatteren over vrouwenbesnijdenis, toen bijna altijd infibulatie, het wegsnijden en dichtnaaien van clitoris en schaamlippen. Het leidde in 1985 tot de oprichting van de Soedanese Nationale Commissie inzake Schadelijke Traditionele Praktijken (SNCTP), waarvan ze uitvoerend directeur is. „Ik doorbreek het stigma”, zegt ze. „Vrouwen voelen zich verlegen met zo’n onderwerp. Ze worden opgevoed om zich bedeesd op te stellen. Maar ze vertrouwen me omdat ik ook besneden ben.”

Hassans organisatie stuurt delegaties het land in om besnijdenis aan de orde te stellen en leidt zelf lokale mensen daarvoor op. Omdat het een zeer gevoelig onderwerp is wordt het niet apart aangekaart: „er wordt gepraat over de behoeften van een gemeenschap en de problemen en dan komt besnijdenis als vanzelf aan de orde.” De mannen wordt uit het hoofd gepraat dat besnijdenis een garantie is voor zuiverheid en maagdelijkheid en dat een besneden vrouw meer seksueel genot oplevert; de vrouwen dat ze inferieur zijn als ze niet besneden zijn. „De mannelijke invloed op de vrouw is groot”, zegt Hassan. „Vrouwen doen alles om mannen aan te trekken. Dat is de cultuur.” Het huwelijk biedt immers de belangrijkste bestaanszekerheid voor vrouwen. In oorlogsgebied voeren mannen ook wel aan dat besnijdenis vrouwen en meisjes tegen verkrachting beschermt.

Het moeilijkst te overtuigen zijn de plaatselijke geestelijken.

Daarom heeft Hassan zich gewapend met uitspraken van gezaghebbende islamitische geestelijk leiders en instituten. „Ik ben naar Arabische landen en Iran en andere islamitische landen gereisd, om met geestelijk leiders te praten over besnijdenis. Ze hebben me verzekerd dat vrouwenbesnijdenis geen religieus vereiste is. Het is niet terug te vinden in de hadith, de uitspraken en handelingen van de profeet Mohammed”, zegt Hassan. „Het is een overerfd en diep-geworteld onderdeel van de cultuur van Afrika.”

Maar de Islamitische Fiqh (jurisprudentie) Raad, een invloedrijk adviesorgaan van islamitische rechtsgeleerden die alle belangrijke regeringsbesluiten tegen het licht houden, is een andere mening toegedaan. Volgens dit instituut is infibulatie inderdaad verboden, maar is de tegenwoordig meer toegepaste sunna-praktijk, waarbij een stukje van de clitoris wordt weggesneden, wel degelijk een islamitisch voorschrift. Onder verwijzing naar deze uitspraak besloot de Soedanese ministerraad deze maand een totaal verbod van vrouwenbesnijdenis te schrappen uit de nieuwe kinderwet en sunna-besnijdenis te tolereren.

De vroedvrouwen, die de operatie uitvoeren en er dus financieel profijt van hebben, zullen blij zijn met de beslissing van het kabinet, zegt Hassan. Het betekent dat vrouwenbesnijdenis doorgaat, en, onderstreept ze, voorzover dat thuis gebeurt is het onmogelijk vast te stellen of sunna- of toch infibulatie-besnijdenis wordt uitgevoerd. „Omdat alleen de moeder en de vroedvrouw erbij zijn.”

Denkt ze dat de ophanden zijnde uitspraak van het Internationaal Strafhof over vervolging van president Omar Hassan al-Bashir wegens het geweld in Darfur bij het regeringsbesluit een rol heeft gespeeld? Zoals vroeger, in de koloniale tijd, vrouwenbesnijdenis des te feller werd verdedigd als lokaal gebruik omdat de Britten een rol speelden in de strijd ertegen? Hassan wijst erop dat de oorspronkelijke fatwa [islamitisch decreet] over sunna-besnijdenis al uit 2002 stamt, nog voor de oorlog in Darfur in 2003 begon. Maar ze geeft toe wel meer problemen te verwachten omdat haar organisatie geld uit het Westen krijgt.

Hassan gaat straks eens te meer geestelijk leiders uit de hele islamitische wereld raadplegen en naar Soedan uitnodigen om tegengas te geven tegen de uitspraak van de Fiqh-raad. Ook gaat ze in het parlement lobbyen. „We hebben een heleboel werk te doen!”