Amsterdam World is nu beter

Wereldmuziek Amsterdam World. Gehoord: 14/2 Muziekgebouw aan ’t IJ; Bimhuis Amsterdam. ****

Met een aansteker verwarmt hij het vel van de trommel. De vlam brengt het instrument terug op klank. Als hij vervolgens met zijn platte hand op de trom slaat, klinkt een hol ‘oink’. Het is de hartslag van Abdeljalil Kodssi’s gnawa-muziek – een mix van Arabisch, Berbers en Afrikaans.

Zijn ongepolijste, ritmische immigrantenmuziek, met authentieke gnawa-instrumenten als de driesnarige bas-luit (sintir), was een van de oorspronkelijkste optredens tijdens het wereldmuziekfestival Amsterdam World 2009. De Marokkaanse zanger, die in Barcelona zijn tweede thuis vond, gaf een betekenisvol optreden.

Het tweedaagse Amsterdam World had meer karakter en diepgang dan de eerste editie in 2007. Toen stond de stad Lissabon centraal. Nu was het Barcelona, de stad die voor de Afrikaans/Caraïbische smeltkroesmuziek (‘mestizo’) steeds belangrijker wordt. Die Spaanse invalshoek bleek niet per se voor iedere artiest te gelden. Amsterdam Roots voorkwam zo een eenzijdige programma-invulling met enkel leuk swingende, breed beïnvloede mestizo-bands.

Bij de getalenteerde zanger Blick Bassey uit Kameroen en de Malinese zangeres Fatoumata Diawara ging het om stem en sentiment. Bassey had een zacht bedwelmend stemgeluid, dat deed denken aan dat van landgenoot Richard Bona. Met soul heeft deze ‘nieuwe soulstem uit Afrika’ niet veel van doen. Wel zingt hij met veel bezieling, op een subtiele begeleiding. Dat was ook het geval bij Fatoumata Diawara, een beeldige vrouw met kleine explosieve uitingen in emotionele zang en dans. Haar ster is rijzende, geheel in het spoor van Rokia Traoré.

No Blues combineerde in ‘arabicana’ westerse folkblues met Arabische muziek. Het warme melancholische en wat mysterieuze geluid van ud-speler Haytham Safia, gitarist Ad van Meurs en contrabassist Anne-Maarten van Heuvelen was een onverwacht genoegen.

De temperamentvolle sound van jong Barcelona kwam in veel gevallen neer op lichtvoetige Spaanse pop met tropische accenten. De band Costo Rico bracht een pittige salsamix met rock en reggae-elementen. Nour rekte de Arabische en Catalaanse roots op met triphop. De goedgemutste musici van Che Sudaka maakten er in de foyer al een feestje van door op de banken te springen. En ook later, bij hun eigen concert, spetterde de Argentijnse muzikale kruisbestuiving weer, met dezelfde soort pretenergie als de folkpunk van Gogol Bordello.