Aanhangers boos om veiling inboedel Fortuyn

De complete inboedel van Pim Fortuyns Rotterdamse Palazzo di Pietro wordt in juni geveild, van het servies en meubilair tot zijn sloffen onder het bed. Diverse aanhangers van de in 2002 vermoorde politicus hebben tegen de voorgenomen veiling geprotesteerd.

Het Rotterdamse gemeenteraadslid Marco Pastors, die in 2002 wethouder werd voor Fortuyns Leefbaar Rotterdam, heeft zich tegen de veiling gekeerd, evenals de Stichting Beeld van Pim. Die groep wil donderdag, Fortuyns verjaardag, demonstreren bij het standbeeld bij zijn huis.

De Nijmeegse veilingmeester Richard Hessink laat van het bezit van Fortuyn een catalogus maken en organiseert voorafgaande aan de veiling een expositie. Alle bezittingen worden voorzien van een sticker waarop staat dat het voorwerp ooit van de vermoorde politicus was. Volgens Hessink zal ook het bezit uit Fortuyns Italiaanse huis worden verkocht. Over de verwachte opbrengst wil hij geen uitspraak doen.

De Gelderse ondernemers Hans den Hartog en Marinus van Pommeren kochten eind 2007 het huis op het G.W. Burgerplein 11 van vastgoedhandelaar Chris Thunessen. Ze betaalden naar verluidt 1,1 miljoen euro, waarvan 150.000 voor de inventaris. Thunessen zou als voorwaarde hebben gesteld dat de nieuwe eigenaren niets zouden veranderen aan het huis en de inventaris. Den Hartog ontkent dat. Thunessen had het pand in 2002 van Fortuyns familie gekocht.

Den Hartog, die samen met zijn compagnon een bedrijf heeft in assurantiën en advies, hoopte met het filiaal op deze bijzondere locatie extra klanten te trekken. De aantrekkingskracht daarvan viel tegen, zegt Den Hartog. Daarom ziet hij zich gedwongen het interieur te veilen, ook om het onderhoud van het ruime pand te kunnen bekostigen.

Veilingmeester Hessink vergelijkt de spulletjes in de inboedel met relieken in de katholieke kerk. „Pim Fortuyn is van het volk en het volk kan nu een stukje van hem bezitten.”