20 mld > Buitenlandse Zaken + Defensie + ontwikkelingshulp

Twintig miljard euro komt het kabinet straks te kort.

En dat is zo vreselijk veel geld, dat niemand het echt wil gaan bezuinigen. Maar ja, wat moet er dan gebeuren?

Een gat van twintig miljard euro. Dat is een 2 met 10 nullen: 20.000.000.000. Tegen dit enorme bedrag hikt het kabinet sinds vorige week aan, want in een paar maanden tijd is een beoogd overschot op de begroting van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) omgeslagen in een tekort van 4, misschien wel 5 procent.

Het bedrag kwam donderdagavond naar buiten, toen premier Balkenende (CDA) en zijn vicepremiers Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) bijeen waren in het Catshuis. Toen lekten de eerste vingeroefeningen van een ambtelijke werkgroep uit. Deze heeft van het kabinet de vrije hand gekregen om voorstellen te doen die de economie weer aan de gang krijgen. Hun schatting: om aan de eigen begrotingsregels van het kabinet te blíjven voldoen (een tekort van maximaal 2 procent), is een bezuiniging nodig van 20 miljard.

Het kon ook niet uitblijven. De volgende dag al, vrijdag, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat Nederland, net als de rest van Europa, „al bijna een jaar in een recessie zit”. Sinds april 2008 krimpt de economie. Eerst ging dat nog langzaam, met 0,1 procent per kwartaal, maar in het laatste kwartaal van 2008 al „zeer snel”: 0,9 procent. Dat is de scherpste daling ooit gemeten door het CBS. En dan komt morgen óók het Centraal Planbureau nog met aangepaste, negatievere vooruitzichten voor de rest van 2009 en 2010.

Na ruim anderhalf jaar kredietcrisis staat de economie er dus zeer slecht voor. Het aantal faillissementen stijgt in rap tempo en elke dag worden er weer nieuwe ontslagrondes gemeld, waardoor de werkloosheid oploopt. De huizenmarkt is tot stilstand gekomen, en ook de bouw ligt stil, nieuwe auto’s worden nauwelijks nog verkocht en last but not least: de beurs vertoont nog geen enkel teken van herstel. Met name dat laatste is een indicatie dat dit lage economische tij nog wel even kan voortduren.

Twintig miljard euro komt overeen met 10 procent van de rijksbegroting (dat zijn alle overheidsuitgaven in een jaar). Het is net zoveel als in een jaar tijd wordt uitgegeven aan de AWBZ (bijzondere ziektekosten). Het is twee keer zoveel als de subsidie die alle huiseigenaren jaarlijks krijgen in de vorm van hypotheekrenteaftrek.

En om nog even door te gaan: het is bijna net zoveel als de staat jaarlijks binnenkrijgt aan winstbelasting van bedrijven. Het is meer dan de totale begrotingen van Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking samen. En ook is het meer dan vier keer zoveel als de aanschaf van 85 Zweedse Gripen-straaljagers (of ruim 3,5 keer zoveel als de aanschaf van 85 Amerikaanse Joint Strike Fighters).

Je zou het in al het miljardengeweld rondom de financiële sector bijna vergeten, maar twintig miljard euro is dus ontzettend veel geld. Minister Bos van Financiën mag dan de afgelopen maanden voor 85 miljard steun hebben verleend aan banken en verzekeraars (10 miljard voor ING, nóg eens 20 miljard voor ING, 16,8 miljard voor ABN Amro en Fortis, 3 miljard voor Aegon en ga zo maar door), in zekere zin is dat geen echt geld. Het komt uiteindelijk terug (het is aan de banken uitgeleend) en gaat niet ten koste van andere uitgaven (omdat ook de staat het heeft geleend en het dus bij de staatsschuld wordt opgeteld).

De twintig miljard euro waar het kabinet nu tegenaan loopt, is wel echt geld. En het wegsnijden van echt geld gaat niet zonder pijn. Minister Bos liet direct na het uitlekken van ‘het ambtelijk concept-rapport over wat er mogelijk onder bepaalde voorwaarden bezuinigd zou moeten worden’ dan ook meteen weten dat hij er niet aan denkt om dat bedrag daadwerkelijk te schrappen: „Lees die zin nog een keer: ambtelijk dus niet politiek, concept dus niet definitief, mogelijk dus niet zeker, onder bepaalde voorwaarden dus niet sowieso”, aldus de minister in zijn Bosblog.

En Bos is niet de enige: niemand in Den Haag wil dat het kabinet die twintig miljard euro daadwerkelijk gaat bezuinigen. De Europese begrotingsregels (die een tekort van 3,5 procent van het bbp toestaan) bieden het kabinet de ruimte om ongeveer de helft van de twintig miljard niet te hoeven wegsnijden. Het is waarschijnlijk dat die keuze gemaakt zal worden. Maar inderdaad, dan resteert nog altijd tien miljard.

Het wrange aan de hele situatie is dat de huidige stand van de economie eigenlijk vraagt om investeringen, in plaats van om bezuinigingen. De theorie van de econoom John Maynard Keynes bepaalt immers dat als het tegenzit, de overheid via extra uitgaven de economie weer aan moet jagen. Dat is precies wat er nu gebeurt in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, China, Japan en Duitsland. Daar worden stimuleringsplannen van soms honderden miljarden dollars gepresenteerd om de economie weer uit het slop te trekken.

Ook in Nederland wordt aan maatregelen gedacht om dat te doen, maar de huidige (Brusselse én nationale) begrotingsregels laten dat maar in beperkte mate toe. Daarbij vindt met name CDA-premier Balkenende dat uitgaven die het kabinet nu doet niet ten koste mogen gaan van latere generaties. Maar ook minister Bos is zich bewust van het risico van het doorschuiven van de rekening: „[We moeten nu] mensen door de crisis heen helpen zonder dat we een berg van onbetaalde rekeningen achter laten.”

Maar hoe moet dat dan? Maatregelen die op korte termijn kunnen helpen om de crisis te bezweren (extra uitgaven aan infrastructuur of woningbouw, extra steun aan het bedrijfsleven, verlaging van de belastingen) verplaatsen het probleem deels naar de toekomst. Extra uitgaven nu betekent immers minder te besteden later. Daar komt bij dat elke euro aan stimulans deels weglekt naar het buitenland, door het open karakter van onze economie. Alleen rigoureus schrappen in bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking of defensie heeft direct een positief effect op de nationale economie.

De maatregelen die de economie op lange termijn weerbaarder kunnen maken tegen crises als deze, zoals het verhogen van de AOW-leeftijd, het versoepelen van het ontslagrecht, het verkorten of verlagen van de WW-uitkeringen (waar minister Donner van Sociale Zaken voor pleit) en het beperken van de hypotheekrenteaftrek, hebben een desastreus effect op de toch al kwakkelde economie nu. Het verhogen van de AOW-leeftijd bijvoorbeeld, betekent dat de werkloosheid nóg scherper zal oplopen. Als ouderen langer doorwerken, komen er immers minder banen vrij.

En verlaging van de WW-uitkeringen tast direct de koopkracht van de werklozen aan – en daarmee de hele economie. Verder zou het nu beperken van de hypotheekrenteaftrek, op zich goed voor de belastinginkomsten, de dalende trend op de woningmarkt alleen nog verder versterken. Om de huizenmarkt weer vlot te trekken zou het op korte termijn beter zijn om bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting te verlagen, of het eigen woningforfait. Maar dat betekent weer dat de staat nog meer tegenvallers te verwerken krijgt.

Een bijna onmogelijke opgave dus voor het kabinet. Minister Bos erkent dat op zijn weblog: „Moeilijk genoeg, maar het kan wel.” Hij zal de komende weken zowel de financiële als de politieke grenzen op moeten zoeken, om na de financiële sector ook de hele economie te redden. Op unanieme steun zoals bij het bezweren van de bankencrisis, hoeft hij deze keer echter niet te rekenen.