Tumoren met verbeterde bloedaanvoer zaaien minder snel uit

Grotere kankergezwellen leggen zelf bloedvaten aan om hun cellen van voldoende zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. De wanden daarvan hebben echter vaak een afwijkende structuur die een efficiënte opname van zuurstof in de weg staat. Er is veel onderzoek naar methoden om de groei van dit soort vaten te belemmeren, teneinde de tumor als het ware uit te hongeren. Onderzoekers in Leuven ontdekten dat de omgekeerde aanpak ook effectief kan zijn. Ze normaliseerden de structuur van de vaatwanden. De tumor wordt dan als het ware in de watten gelegd: meer zuurstof en meer te eten. Maar omdat ze het zo goed hebben, zijn de kankercellen minder geneigd zich uit te zaaien en dus minder snel dodelijk, terwijl de tumor beter behandeld kan worden (Cell, online, 12 febr.).

De onderzoekers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie zoeken naar methoden om de gevolgen van zuurstofgebrek in weefsels te reduceren; na een hartinfarct bijvoorbeeld. Daarbij bestuderen ze al jaren eiwitten die als zuurstofsensor fungeren. Als de zuurstofspanning in het bloed daalt, worden die minder actief. Dat leidt er in spieren toe dat de stofwisseling wordt aangepast aan een laag zuurstofniveau en weefselschade wordt beperkt. Van één sensor, PHD2, was bekend dat hij ook betrokken is bij de vorming van nieuwe bloedvaten en dat hij, als hij overactief is, de groei van de epitheelcellen in de binnenste laag van de vaatwand belemmert. De cellen liggen dan niet netjes naast elkaar, er vallen gaten tussen. Omdat deze afwijking kenmerkend is voor de wanden van tumorvaten onderzochten zij de rol van de sensor bij de vorming hiervan.

Zij deden dit bij muizen waarvan één van de twee PHD2-genen was uitgeschakeld, zodat de productie van dit eiwit was gehalveerd. Dit bleek geen invloed te hebben op het aantal bloedvaten in de tumoren, maar wel op de structuur van de vaatwand. De epitheelcellen vormden nu een keurig gesloten gelid. Zo’n homogene vaatwand maakt een veel efficiënter transport van zuurstof en andere stoffen naar het tumorweefsel mogelijk. Dat lijkt vanuit therapeutisch oogpunt niet zo gunstig, maar de onderzoekers stelden vast dat de tumoren na halvering van de PHD2-activiteit niet het omringende gezonde weefsel binnendrongen en minder vaak uitzaaiden. Daarmee werden twee gevaarlijke angels uit de tumoren getrokken, want kankers die ingroeien en/of uitzaaien zijn moeilijker te behandelen en eerder levensbedreigend. Bovendien zijn ze vatbaarder voor chemotherapie, omdat cytostatica dan makkelijker de vaatwand kunnen passeren. Huup Dassen