St. Pius X vs. Rome gaat om de geldig gewijde priester

Een correctie met betrekking tot de Latijnse misliturgie (Opinie & Debat, 7 februari). Ook de heer Roosenberg begrijpt het verschil tussen de kerk van voor en na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) niet. Noch het gebruik van het Latijn, noch de gewoonte om met de rug naar het volk te celebreren, raakt de kern van de Tridentijnse ritus. Het wezenlijke verschil zit hem in de rituele tekstformules van de sacramenten, die drie jaar na Vaticanum II herzien zijn. De gebeden van de Novus Ordo (de nieuwe orde van de Mis en van de Priesterwijding sinds 1968/9) zijn vrijwel letterlijk gekopieerd van de Anglicaanse kerkorde, en zijn daarom volgens strikt rooms-katholieke opvattingen ongeldig of minstens twijfelachtig geldig. Dit is waar het in het conflict tussen St. Pius X en Rome om gaat. Het gaat niet om de nostalgie van wierook en oude kazuifels, het gaat om de bovennatuurlijke zekerheid dat de priester werkelijk priester is (geldig gewijd), en ook werkelijk het lichaam en bloed van Christus offert en niet alleen maar de symbolische suggestie ervan wekt. Die zekerheid heeft men in de Novus Ordo niet, omdat een defect in de vorm zowel priesterwijding als de daaruit voortvloeiende Eucharistie ongeldig maakt. Ook al zou dus de Nieuwe Mis aan een hoogaltaar, met de rug naar het volk, en met alle Latijnse pracht en praal gevierd worden, dan nog zou het een Anglicistische Mis zijn die alleen maar cosmetische gelijkenis vertoont met de Mis van alle tijden.