Rust roest

Sporten op zondag was absoluut taboe in het door dominees en boetepredikers geterroriseerde Dordrecht. Vader Groesbeek was streng in den leer, moeder keek een andere kant op toen Gerard (76) zich in 1949 meldde bij sportschool Muilwijk. Contributie: twee en een halve gulden per maand. Jiujitsu en judo werden de grote liefdes van zijn leven. Gerards allereerste judopak was door moeder vervaardigd uit gebleekte meelbuilen. Dat al bij de eerste les aan flarden werd getrokken. Gerard bezat een kop met vuurrood haar en dat heeft hij geweten: op elke straathoek wachtten er belagers. In 1950 kreeg hij de eerste jiujitsugraad uitgereikt, in 1952 die van judo, nam dienst bij de commando’s en later de brandweer. Knokte in meer dan duizend wedstrijden en toernooien, werd in 1963 teamkampioen kyu-graden en zag in Parijs een piepjonge Anton Geesink in 1961 wereldkampioen worden. Stopte in 1963 definitief met de wedstrijdsport. Gerard loopt regelmatig hard, tennist en skiet. Want wie blijft bewegen is nog (lang) niet dood. Is wekelijks viermaal in dezelfde sportschool van toen te vinden, waar hij ook spart met de vaak jeugdige beginners. Volgt daarbij op zondagmorgen de wedstrijdtraining en gaat daarmee door tot hij iets breekt of het gevoel krijgt dat ze hem als oefenpop-op-leeftijd gaan misbruiken. En dat alles onder zijn levensmotto: een mens heeft recht op ontberingen!

Dit is aflevering 19 van een serie over sporters op leeftijd.