Regio gaat landelijk

Regionale omroepen zenden steeds vaker historische documentaires uit over gebeurtenissen in de eigen streek.

Als dochter van een NSB-burgemeester werd Nellie als vanzelfsprekend lid van de Jeugdstorm. Op een foto uit de oorlog kijkt ze trots in de lens, haar zwarte baret met het stormmeeuw-vignet is op de schouder van het uniformhemd gebonden. In 1945 werd Nellie geïnterneerd in kamp Westerbork en gescheiden van haar ouders. Nu en dan werd ze met andere burgemeestersdochters op appèl geroepen. Dan moesten ze in de rondte lopen en werden ze uitgescholden en geslagen met stokken en slangen. „Hebben jullie er spijt van?” riepen de bewakers dan. En als de meisjes zeiden dat ze er niks aan konden doen, scholden en sloegen de bewakers alleen maar harder.

Een hartverscheurende herinnering van Nellie van der Weele (1926) in een documentaire van Lydia Tuijnman. Westerbork bij Hooghalen (Midden-Drenthe) werd in 1939 opgericht voor de opvang van Duits-Joodse vluchtelingen. Tijdens de Duitse bezetting fungeerde het als Durchgangslager voor in totaal 107.000 gevangenen, die werden getransporteerd naar vernietigingskampen in Polen. Na de oorlog werden in het kamp enkele jaren NSB’ers en collaborateurs vastgezet, in afwachting van hun proces. Deze laatste – en tot voor kort slechtst gedocumenteerde – fase staat centraal staat in Interneringskamp Westerbork.

Na de bevrijding werd een handvol Joodse gevangenen van het doorgangskamp in Westerbork als bewaker van de geïnterneerde Nederlanders aangesteld. Een van hen was de toen tienjarige Ed van Thijn, de latere burgemeester van Amsterdam. Hij komt niet aan het woord in de film, wel Tine de Graaff (1925) die in het ziekenhuis van het kamp als diëtiste werkte. Zij herinnert zich de chaos, de zieken, het voedseltekort en de mishandelingen. Jan Beijering (1922), opgepakt als lid van de Waffen SS, spreekt in de documentaire over het kampregime. „Ik was een zwaar geval, een oorlogsmisdadiger”, zegt hij in de film. „Men ging zich wreken op ons, we werden in elkaar geslagen.”

Na verloop van tijd werd het kampleven iets meer gereguleerd, en namen de honger, de willekeur en de wraakoefeningen af. In het kamp werden sportwedstrijden georganiseerd, er waren voorstellingen met muziek en theater. Wat bleef was de tergende onzekerheid. Het interneringskamp sloot in december 1948, de meeste gevangenen werden zonder vorm van proces vrijgelaten.

Het vastleggen van deze episode van kamp Westerbork ging niet zonder slag of stoot, vertelt Lydia Tuijnman van RTV Drenthe. Begrijpelijk, want hoe tragisch ook, de gebeurtenissen na de oorlog staan niet in verhouding tot de gruwelen die zich er tijdens de bezetting afspeelden. Het kostte Dirk Mulder, directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, dan ook enige moeite zijn achterban te overtuigen van het belang van een tentoonstelling over deze fase – waar deze film nu draait. Ook kostte het de maakster moeite voormalige geïnterneerden te vinden die openlijk voor dit deel van hun verleden durfden uit te komen. Tuijnman: „Ik ontmoette mensen die hun eigen kinderen er niet eens over hebben verteld. In Drenthe ligt de oorlog nog sterk in het volksgeheugen verankerd. Iedereen weer hier nog wie ‘de foute slager’ is. Degenen die er toch voor de camera over vertelden, hebben dat als een opluchting en erkenning ervaren.”

Regionale omroepen zenden in toenemende mate historische documentaires uit over gebeurtenissen en instituten in de eigen streek. Dat constateert Henk Jakobsen, chef varia van de Limburgse omroep L1. Nu de netmanagers het in Hilversum voor het zeggen hebben, zegt hij, trekken steeds meer regisseurs en producenten de regio in. „Bij ons staat het kwaliteitscriterium voorop”, aldus Jakobsen, „terwijl bij de netmanagers de behoefte van het publiek steeds meer het uitgangspunt vormt. Landelijk worden er veel minder documentaires gemaakt dan tien, vijftien jaar geleden. Veel documentairemakers staan in Hilversum voor een gesloten deur. Ik ben er niet ongelukkig mee dat ze nu vaker bij ons aankloppen.’’

Documentaires moet je als regionale omroep slim programmeren, licht Jakobsen toe. „Op de talloze vrije dagen doorbreek ik de gebruikelijke programmacarrousel met een mooie, lange documentaire. De kosten van tussen de 100.000 en 200.000 euro worden door subsidiefondsen, overheid of instituten geheel of gedeeltelijk gedekt. Maar zelfs een bijdrage van 10 procent, zoals door het Mediafonds (voorheen: Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepproducties) wordt vereist, gaat ons budget al te boven.”

Volgens Jakobsen doet de kwaliteit van via de regionale omroep ontwikkelde documentaires doorgaans niet onder voor landelijke producties. Micaela van Rijckevorsel maakte bijvoorbeeld voor L1 een documentaire over de restauratie in een Limburgs atelier van het portret van de Chinese keizerin-weduwe Cixi, geschilderd door Hubert Vos in 1905. Jakobse: „Dat had heel goed gepast in een landelijke documentairerubriek. Je ziet dat veel van oorsprong regionale documentaires die een groter publiek verdienen, uiteindelijk ook landelijk worden uitgezonden. Ik ben er trots op mijn publiek op hoogtijdagen op mooie televisie te kunnen trakteren.”

Woensdag werd Interneringskamp Westerbork tijdens de ROOS-Dagen, het jaarlijkse congres voor regionale programmamakers, onderscheiden met de Gouden NL Award 2008. De door RTV Drenthe ontwikkelde film wordt zondag landelijk uitgezonden in het kader van RegioDoc, het documentaire tv-festival van de Nederlandse regionale omroepen.

Interneringskamp Westerbork, simultaanuitzending regionale omroepen, 12.00-12.41u.

www.regiodoc.nl