Progressief Israël laat zijn gloriejaren achter zich

De stamgasten van het progressieve Café Tamar in Tel Aviv zijn somber na de verkiezingen van deze week. „Wat is links nog in Israël.”

Niet meteen kijken, zegt Yehuda Atai, publicist, met een knik naar een tafeltje buiten het café. „De man daar heeft op extreemrechts, op Avigdor Lieberman gestemd. Hij heeft het me zelf verteld.” De man buiten is vast niet de enige, zegt Atai. „Ik verdenk meer bezoekers, maar niet iedereen komt er voor uit. Een paar jaar geleden was dat nog ondenkbaar geweest.”

Café Tamar, in de hippe Sheinkin Street in Tel Aviv, is niet meer wat het geweest is, vindt de 60-jarige stamgast met lang wit haar en paarse bril. Nog altijd is het café hét symbool van links Israël. Filmmakers, politici, schrijvers en wetenschappers eten er een bagel en nemen er op plastic stoelen het nieuws door. Spotprenten van decennia geleden sieren de muren. De in 1995 vermoorde premier Yitzhak Rabin kijkt vanaf posters, stickers en foto’s op de gasten neer. „Links, ach, wat is links nog in Israël”, zegt Atai. „Het speelt geen rol meer, het is gemarginaliseerd en van het rechte pad af. Zet maar twee dikke aanhalingstekens om het woord.”

Gesomber aan de tafeltjes van Café Tamar, op vrijdagmiddag. Veel stamgasten hebben het nog meegemaakt, de gloriejaren van de Arbeidspartij (vroeger de Arbeiderspartij), het ter ziele gegane Mapam, de vredesbeweging en de vakbonden. De kibboetsen waren nog socialistische communes, niet de op winst gerichte ondernemingen van nu. Er was een tijd, zeggen ze, dat het hip was om te zeggen dat je progressief bent.

Nu lijkt de rol van links politiek en maatschappelijk uitgespeeld. De Arbeidspartij van minister Ehud Barak van Defensie, die zichzelf als centrum-links afficheert en lid is van de Socialistische Internationale, is deze week bij de verkiezingen voor het Israëlische parlement weggevaagd. Nog maar dertien van de 120 zetels zijn in handen van de deze partij. Het is een ongekend laag aantal voor de partij die zich erfgenaam noemt van het gedachtengoed van David Ben Gurion, Rabin en Golda Meir.

Het links-zionistische Meretz van Haim Oron, een van de oprichters van Vrede Nu, deed het niet beter. Slechts drie zetels hield de partij over, met name dankzij kiezers uit Tel Aviv. De verkiezingen van 2009 waren een overwinning voor rechts. Likud en het extreemrechtse Yisrael Beiteinu, dat pleit voor deprotatie van Palestijnen in Israël, waren de grote winnaars. Links mocht de kruimels oprapen.

Zowel Oron als Barak piekeren niet over aftreden. Beide partijleiders wijzen externe factoren aan als oorzaak voor het grote verlies. Volgens Oron zijn veel Meretz-kiezers op het laatste moment overgegaan naar Kadima, de partij van minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni. Kadima bleef de rechtse oppositiepartij Likud van Benjamin Netanyahu nipt voor. Livni deed in de campagne een beroep op het anti-Netanyahu-sentiment onder kiezers. Dat lijkt links stemmen te hebben gekost.

„Ze hebben het verprutst, het is niet anders”, zegt Yossi Melman berustend in Café Tamar. De journalist, met baard en mutsje, is aanhanger van Meretz. Nou ja, aanhanger, nuanceert hij, „het leven is kiezen tussen slecht en slechter”.

Links Israël, zegt Melman, „is de laatste jaren niet in staat geweest om een ideologie te formuleren. Economisch is de Arbeidspartij net zo’n aanhanger van de vrije markt als Likud. Over onderwijs hoor je Barak niet. Waarom zouden mensen in de arme wijken van Tel Aviv, of de achtergebleven dorpen in Zuid-Israël, in vredesnaam nog sociaal-democratisch stemmen?” Yehuda Atai: „Het was juist de Arbeidspartij die de vakbonden de nek omdraaide. Regeringen waaraan de Arbeidspartij deelnam, hebben het werknemers alleen maar moeilijker gemaakt.”

Even leek Ehud Barak, de impopulaire oud-legerleider en minister van Defensie, te profiteren van de oorlog in Gaza. De overgrote meerderheid van de Israëlische bevolking steunde de oorlog, die aan ruim 1.300 Palestijnen het leven kostte. Zelfs Meretz was aanvankelijk voor de luchtaanvallen op de Gazastrook. Maar Barak kreeg uiteindelijk kritiek van alle kanten. Volgens veel Israëliërs blies hij te snel de aftocht, linkse intellectuelen bekritiseerden juist de oorlogstaal van Barak en zijn partij. De schrijver Amos Oz riep Meretz en de Arbeidspartij op de komende jaren weer op zoek te gaan naar zichzelf.

Probleem van de Arbeidspartij en Meretz, zeggen de bezoekers van Café Tamar, is dat ze twee dingen tegelijk willen. Barak en Oron flirten met het vredeskamp, maar hangen de havik uit nu het land in een grimmige stemming is. „Dat komt omdat de Arbeidspartij ten diepste een zionistische partij is, evenals haar politieke rivaal Likud”, zegt Zvi Razi, hoogleraar Middeleeuwse Cultuur aan de Universiteit van Tel Aviv. Razi zit met een kop koffie boven de krant van vandaag gebogen, waarin Ehud Barak zegt dat hij de komende jaren in de oppositie wil, eventueel samen met Meretz. „Woorden en daden liggen uit elkaar bij links. Onder premiers van de Arbeidspartij zijn de meeste nederzettingen gebouwd op de Westelijke Jordaanoever.”

Zvi Razi stemde deze keer op de joods-Arabische communistische partij Hadash. Die partij behaalde vier zetels, een winst van één. Ook publicist Yehuda Atai koos deze keer voor de communisten. „Ik mag Barak niet, de carrièretijger. Hij verschilt in niets van Netanyahu, ze zijn het over alles eens. Arbeidspartij, Kadima en Likud zijn één grote aristocratie van de macht geworden. Links bestaat niet meer.”