Ook China's motor is aan het sputteren

De daling met 17,5 procent op jaarbasis van de export in januari brengt China in het spoor van die van andere grote Aziatische exporteurs. Bovendien duiden de grote val van de import in diezelfde maand en het afnemende stroomgebruik erop dat de Chinese economie nu misschien aan het krimpen is. De opkomende markten in Azië doen het economisch slechter dan het Westen.

De exportcijfers over januari uit China, Taiwan (met 42 procent omlaag), Zuid-Korea (met 33 procent omlaag) en India (de export van handelswaren met 22 procent omlaag), en de exportcijfers over december van Japan (met 35 procent omlaag) betekenen dat de Aziatische economieën serieuze problemen hebben. De exportdalingen van al deze vijf landen zijn scherper dan de daling van 14,7 procent van de Amerikaanse importen in december, om maar te zwijgen van de betrekkelijk bescheiden daling van 8,4 procent van de Amerikaanse export.

Economisch gezien kampen de Aziatische landen met recessies die over het algemeen ernstiger zijn dan die in het Westen. De Chinese autoriteiten beweren dat het bruto binnenlands product in het vierde kwartaal met 6,5 procent is gestegen. Maar de daling met 43 procent van de Chinese export in januari, de afname met 17 procent van de kolenconsumptie, de daling met 19 procent van de koperimport en de krimp met 6,7 procent van de elektriciteitsproductie in de eerste helft van de maand duiden allemaal op een scherpe inzinking. Gelijksoortige statistieken uit Japan, Korea en Taiwan wijzen ook op ernstige groeivertragingen.

De ernstige economische inzinking van Azië toont aan dat de westerse financiële dienstverleningssector niet langer de enige kracht achter de mondale groeivertraging is. Geen enkele van de betrokken Aziatische economieën was bijzonder kwetsbaar voor de Amerikaanse of de Europese huizenmarkt, en hun financiële dienstverleningsbedrijven hebben slechts in bescheiden mate geleden. Bovendien zijn, met uitzondering van Japan en India, hun begrotingsposities sterk.

Het is waarschijnlijk dat de aanbodketen, die de laatste tien jaar zo stevig verankerd is geraakt tussen Aziatische fabrikanten en westerse consumenten, een groot operationeel hefboomeffect vertegenwoordigt. Een bescheiden afname van de westerse consumptie leidt tot ernstige problemen onder Aziatische leveranciers.

De scherpe daling van de handel en de daaruit voortvloeiende schade voor de mondiale aanbodketen zou, naast het ‘giftige schulden’-probleem van de westerse banken, een van de grootste economische zorgen voor beleidsmakers moeten zijn.

Martin Hutchinson