Nu is het 'payback time' voor bankiers

Banken worden met overheidssteun overeind gehouden, maar bankiers krijgen nog steeds bonussen. In Europa en de VS groeit de druk om daar iets aan te doen.

Bedrijven die staatsteun ontvangen en bonussen uitkeren spotten met de legende van Robin Hood: ze nemen van de armen en geven aan de rijken. Met een beroep op de held uit Sherwood Forest verwoordde de Britse politicus John Prescott deze week de snel groeiende publieke onvrede die ontstond toen duidelijk werd dat bankiers nog steeds bonussen krijgen.

Waarom krijgen mensen die met onverantwoorde risico’s het financiële stelsel tot stilstand hebben gebracht nog een extraatje? De verontwaardiging over de betalingen, constateerde de Frankfurter Allgemeine Zeitung, borrelt net zo snel op als melk in de magnetron.

Bonussen kunnen nu even niet. Niet in Europa. En niet in de VS. President Obama noemde het „beschamend” dat bankiers op Wall Street in 2008 14,2 miljard euro aan bonussen ontvingen. Het is payback time, in de woorden van de International Herald Tribune.

Menig bankier werd dezer dagen ontboden voor een pittig gesprek. In Groot-Brittannië hadden de topmannen van de Royal Bank of Scotland het zwaar tijdens een hoorzitting in het Lagerhuis. De bazen van Citigroup, JPMorgan, Goldman Sachs en Morgan Stanley ondergingen een verbale kastijding in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Het Amerikaanse volk is ziedend, hield democraat Barney Frank de bankiers voor.

Het blijft niet bij woorden. Bonussen worden aan banden gelegd, desnoods met wetgeving. Managers van Amerikaanse bedrijven die staatsteun ontvangen mogen bijvoorbeeld, als het aan Obama ligt, nog maar maximaal 500.000 dollar per jaar verdienen.

President Sarkozy dwong de bestuurders van de zes grootste banken vorige maand af te zien van bonussen over 2008. Wie dat niet wilde, kreeg geen steun. Franse handelaren en bankiers kregen deze week een nieuw bonusregime: bonussen worden straks verspreid over een aantal jaren uitbetaald. De hoogte wordt voorts afhankelijk van de winstgevendheid van de onderneming op lange termijn en minder van de prestaties van de individuele werknemer.

In Denemarken en Zweden zijn reddingsoperaties voor banken gekoppeld aan verplichte matiging. In Noorwegen krijgen medewerkers van probleembanken met een inkomen boven 172.000 euro geen bonus.

In Nederland trokken bonussen van het genationaliseerde ABN Amro de aandacht. Eerst leden pogingen om de vertrekpremie van ex-topman Jan Peter Schmittmann te verlagen schipbreuk bij de rechter. Vorige week laaiden in de Kamer de emoties hoog op over een retentiebonus voor 500 managers, van wie er 70 in Nederland werkzaam zijn. De bankiers zijn „van de pot gerukt”, zei Ewout Irrgang van de SP. Minister van Financiën Bos verdedigde de gang van zaken bij ABN Amro, maar maakte ook duidelijk dat er wordt gewerkt aan versobering van het beloningsbeleid voor de topmanagers van de bank.

Onder druk van de publieke opinie én de miserabele prestaties gaan de bonussen overal inmiddels rap omlaag. UBS verlaagde het variabele cash inkomen voor de zakenbank met 95 procent en voor overige medewerkers met 80 procent. Barclays halveerde de bonussen en kondigde een herziening van het stelsel aan. Vikram Pandit, baas van Citigroup, werkt nu voor een jaarsalaris van 1 dollar tot de bank weer winst maakt.

De verontwaardiging over de bankiers roept opnieuw de vraag op of prestatiebeloning en de daarmee behaalde hoge inkomens op de helling moeten. SP en bonden lopen al langer te hoop tegen hoge beloningen voor bestuurders: de topsalarissen zijn onrechtvaardig, het graaien moet een halt worden toegeroepen.

Prestatiebeloning kwam eerder ook onder vuur te liggen omdat het niet alleen tot hoge salarissen kan leiden, maar ook omdat het niet werkt. De hoogleraren Jaap Winter (Amsterdam) en Kees Cools (Groningen) zetten zich vorig voorjaar in een reeks columns in Het Financieele Dagblad bijvoorbeeld af tegen bonussen, onder ander omdat ze ongewenste bijeffecten hebben.

De extra beloning is gekoppeld aan een of meer doelstellingen. Worden die gehaald, wordt er uitgekeerd. Uit onderzoek blijkt echter dat dit creatief gedrag uitlokt. Een mooi voorbeeld leverde de Amerikaanse warenhuisketen Sears. De winst op reparaties was hoog dus werd het binnenhalen van reparaties beloond. Het aantal reparaties steeg, maar ze bleken vaak onnodig en klanten liepen boos weg. „Beloningstargets lokken spelletjes en leugenachtig gedrag uit”, concludeerden zij. Winter en Cools pleitten dan ook voor afschaffing van prestatiebeloning en terugkeer naar vaste salarissen met een bonus die achteraf wordt toegekend.

Bedrijven houden echter graag aan bonussen vast. Beloning is een manier om in een spel van vraag en aanbod getalenteerde mensen binnen te halen en binnen te houden. Ook in economisch zware tijden. „Voor veel werknemers in Frankfurt doet het er niet toe welke banktoren ze ‘s ochtends binnenwandelen”, zegt Ingolf Dittmann, hoogleraar in Rotterdam. „Maar als Deutsche Bank wel bonussen heeft, waarom zou je dan kiezen voor Dresdner Bank zonder bonussen?”

Toch is de druk op politici om in te grijpen groot. Als de overheid aandeelhouder wordt, compleet met eigen commissarissen, heeft ze in die bedrijven direct invloed. Maar het afkondigen van algemene inkomensplafonds door de overheid is niet zo eenvoudig.

Na commotie over torenhoge inkomens kondigde de regering-Clinton in 1993 bijvoorbeeld een belastingplafond van 1 miljoen dollar af voor vaste inkomens. „Prompt werden topsalarissen die onder die grens lagen naar boven bijgesteld en de weg er omheen via bonussen en opties was ook snel gevonden”, stelt Gerard Zaalberg, adviseur bestuurdersbeloning bij Hay Group. „De zogenoemde caps hebben meer nadelen dan voordelen. Ze zijn verstarrend en hebben misschien wel hoofdzakelijk een opdrijvende werking.”

In Duitsland ging het dit najaar opnieuw mis. De regering stelde als voorwaarde voor staatssteun dat het totale inkomen van bestuurders niet hoger mag zijn dan 500.000 euro. De banken bedankten in eerste instantie echter vriendelijk voor het aanbod. „Het is zeker een van de redenen waarom Deutsche Bank geen staatssteun accepteerde”, zegt Dittmann. „Politici waren verbaasd dat banken niet voor steun in de rij gingen staan. Soms vraag je je af wat die politici verwachten.”

Obama pakt het volgens Dittmann nu slimmer aan. Zo lang de onderneming met publiek geld werkt, geldt een limiet op het vaste inkomen van bestuurders, maar ze mogen wel welvaart opbouwen door op papier aandelen te verwerven. Ze krijgen die echter pas als de overheid zich weer heeft teruggetrokken. „Bestuurders krijgen zo een prikkel om de overheid zo snel mogelijk terug te betalen.”

Meestal, zegt ook Dittmann, pakken opgelegde grenzen, bijvoorbeeld via het belastingstelsel verkeerd uit. „Als je vertrekpremies vanaf een bepaald niveau met 30 procent belast, zoals Wouter Bos voorstelt, dan betalen bedrijven gewoon die 30 procent.”

Volgens Zaalberg en Dittmann moeten niet politici maar de commissarissen daadkrachtig optreden. Zij beslissen over hoogte en samenstelling van de beloning. Zaalberg: „Zij nemen de beslissingen en mogen dit niet laten sloffen of aan de bestuursvoorzitters overlaten.

Goede beloningscontracten, zegt Dittmann, krijg je alleen als aandeelhouders genoeg informatie krijgen en invloed hebben op de beloningen. Politici moeten bedrijven dwingen details over beloningen te publiceren en aandeelhouders het recht geven erover te beslissen.